Publieke welvaart

17 december 2018  /  Simon Franke en Wouter Veldhuis

Op zoek naar een aansprekend verhaal voor de rechtvaardige stad

Door een eenzijdig economische blik op ruimtegebruik worden essentiële maatschappelijke functies verdrongen. Hoe en waar vinden we het perspectief op een ‘stad voor iedereen’ weer terug? Simon Franke en Wouter Veldhuis pleiten voor een nieuw aansprekend verhaal waarin prioriteit wordt gegeven aan publieke welvaart boven particuliere rijkdom.

Loop een stuk door de Amsterdamse Van Woustraat, centrale stadsstraat in De Pijp en je ziet hoe het aanbod van voorzieningen verschraalt. De horeca rukt op. Als de stadsstraat de spiegel is van de wijken er omheen, gaan we daar binnenkort alleen nog maar koffiedrinken en gastronomische hamburgers eten. Nog steeds is er in deze wijk een flink percentage sociale huur, maar dat daalt gestaag. Het is vast heel gezellig in dit bastion van de creatieve klasse, en in alles lijkt het op een levendige, diverse stad voor iedereen – maar dat is schijn. Een herkenbare ontwikkeling in veel Nederlandse steden.

Een aansprekend verhaal

De Engelse onderzoeksjournalist George Monbiot schrijft in Uit de puinhopen – Een nieuwe politiek in een tijd van crisis dat cijfers en rationele argumenten bij maatschappelijke veranderingen nauwelijks een rol spelen, het gaat om een aansprekend verhaal. Alleen daarvoor komen mensen in beweging, dat stuurt de publieke opinie en heeft politieke gevolgen. Dat verhaal moet gebaseerd zijn op waarden en beginselen. Hij citeert in zijn boek de Amerikaanse auteur Mike Davis: ‘In de stad moet prioriteit worden gegeven aan publieke welvaart boven particuliere rijkdom’. Misschien kan dat beginsel de basis zijn voor een aansprekend verhaal over de rechtvaardige stad?

Rode draad in ons essay Verkenning van de rechtvaardige stad is de te eenzijdige economische blik op het gebruik van de ruimte, waardoor essentiële maatschappelijke functies worden verdrongen. Eigenlijk zou dit geen tegenstelling moeten zijn. Economische en sociaal-culturele dynamiek zijn onderdeel van dezelfde samenleving. Toch zijn in de stedelijke ontwikkeling die twee op andere sporen terechtgekomen. Met gevolgen waar niemand blij mee is. Het leidt tot een voortdurende vraag naar overheidsmaatregelen: om Airbnb te limiteren, pied-à-terres in het centrum van Amsterdam te verbieden, of beleggers een hogere overdrachtsbelasting op te leggen. Uitwassen bestrijden is prima, maar het is symptoombestrijding en brengt economisch en sociaal-cultureel gebruik van de ruimte niet bij elkaar.

In de stad moet prioriteit worden gegeven aan publieke welvaart boven particuliere rijkdom

Daar hebben we dat aansprekende verhaal voor nodig, waar concrete maatregelen zijn ingebed, aan worden getoetst. Zo’n verhaal is voor ons geen nieuwe ideologie met een eenduidige strategie. De stad is de samenleving; het samenspel van activiteiten van overheden, marktpartijen, ondernemers en bewoners. Dan zou het ook de samenleving moeten zijn die de stad vormgeeft. Daar horen politieke tegenstellingen bij en belangenconflicten; dat hoort bij een levend publiek domein en is het probleem niet. Het punt is dat de afweging en besluitvorming, over de vraag wat publieke welvaart is en wat particuliere rijkdom, niet meer in de samenleving zelf plaatsvindt en niet meer transparant wordt bekrachtigd in een goed functionerend democratisch stelsel.

Van Woustraat, Amsterdam. Fotografie: Pim Geerts

Draaien en actualiseren

Lang is de stad van Jane Jacobs een aansprekend verhaal geweest, maar laten we eerlijk zijn, het is een ideaalbeeld, die stad bestaat vaak niet meer. Niet in Greenwich Village in New York, niet in De Pijp in Amsterdam en ook niet rondom de Zijlweg in Haarlem. De diversiteitsprincipes van Jacobs vind je er niet meer terug. Haar ideeën zijn nog altijd inspirerend, maar komen alleen opnieuw tot leven als we ons realiseren dat de organisatie van de samenleving anders is dan ruim vijftig jaar geleden, toen zij haar beroemde boek schreef. (Waarin zij overigens al een voorspelling deed van de huidige problemen: zie het hoofdstuk ‘De zelfvernietiging van diversiteit’ in Dood en leven van grote Amerikaanse steden.)

Anders dan in de tijd van Jacobs hebben we nu een globale economie, politiek ondersteund, die sturend is in het financiële rendement op grond en gebouwen. Voor een nieuw perspectief op de stad hebben we dus ook een actualisering van de ideeën van Jane Jacobs nodig. En we zullen meer onderwerpen moeten draaien en actualiseren. Zo wordt bijvoorbeeld de aanwezigheid van migranten in onze stadswijken nog steeds niet als realiteit geaccepteerd. Zij worden gedefinieerd als probleem – zo ontnemen we hen en de samenleving toekomstperspectief.

De commons

Publieke welvaart boven particuliere rijkdom betekent niet dat overheid en markt tegenover elkaar staan, het sluit marktpartijen ook niet uit, het gaat om het perspectief waarin zij opereren. Toch zal de positie van de overheid wel versterkt moeten worden, omdat nieuwe regels voor nieuwe partijen en ontwikkelingen nu te laat tot stand komen. Maar het opnieuw verschuiven van zeggenschap en verantwoordelijkheid tussen overheid en markt is niet de sleutel, een nieuwe verstatelijking willen we niet. De sleutel ligt bij de derde partij, de burgers zelf. Zij hebben belang bij publieke welvaart en zij creëren andere waarden dan overheid en markt.

Er kan alleen iets gaan schuiven in de verhoudingen als nieuwe en oude gemeenschappen aan invloed winnen. Dat kan via versterking van de formele lokale democratie of door burgertoppen, via de nieuwe coöperaties of door het contact met je buren in de straat overeind te houden en uit te bouwen. Om zicht te krijgen op dit nieuwe stadmaken is het motto van Davis van belang: wanneer dragen burgerinitiatieven bij aan publieke welvaart? Dat zijn dus niet de projecten die voortvloeien uit een overheidsbezuiniging of juist subsidies doen belanden bij groepen die dat het minste nodig hebben.

Daarom vinden wij de commons zo’n interessant begrip. Het zijn in hun vorm organisaties die publiek worden gevormd en waar particuliere en publieke belangen samenkomen. Het zijn – en waren dat ook historisch – initiatieven die burgers ook werkelijk als derde partij positioneren en die doelen realiseren die overheden niet voor elkaar krijgen. Zie de Rotterdamse Leeszaal in het Oude Westen, al zes jaar lang een cultuurhuis voor de stad en een ontmoetingsplek voor de wijk met tachtig vrijwilligers van veel verschillende nationaliteiten. Of doelen die de markt niet voor elkaar krijgt. Zie ook in Rotterdam Het Rotterdams Woongenootschap dat in coöperatieverband een alternatief biedt op de woningmarkt, met een rijke architectuur voor de middenklasse.

Van Woustraat, Amsterdam. Fotografie: Pim Geerts

Ruimte voor experiment

Het stedenbouwkundig project is bij uitstek het domein waar ruimte voor publieke welvaart gestalte kan krijgen. De sociale woningbouwcomplexen uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw zijn, net als de wederopbouwwijken, goede voorbeelden. De tijd van deze grootschalige, door de overheid gestuurde, projecten is echter voorbij. Natuurlijk moeten we betaalbare woningen bouwen in grote aantallen, maar de sleutel naar de rechtvaardige stad ligt wat ons betreft vooral in het publieke domein. Waar klassieke opgaven spelen zoals ruimte voor verblijf en ontmoeting, maar waar de komende decennia ook een groot aantal maatschappelijke veranderingen ruimte zal claimen.

Om dit te illustreren keren we weer even terug naar de Amsterdamse Van Woustraat. Van oudsher is dit een straat waar sjiek en sjofel tegen elkaar schuren. Het is ook een levendige straat waar fietsers en voetgangers constant de strijd aangaan met de grote stroom auto’s en trams. Regelmatig staan er bestelbusjes dubbel geparkeerd om te laden en te lossen. De straat leeft, maar is ontegenzeggelijk lelijk. Net als de beroemde High Streets van Londen. En net als deze straten is de Van Woustraat binnen de gefixeerde stad met woonbuurten een open ruimte die continu aangepast en gerepareerd kan worden. Maar voor hoelang nog?

Stel stadsstraten open voor onverwachte initiatieven met onbekende afloop

In het kader van het terugdringen van de automobiliteit zal een groot deel van de Van Woustraat autoluw worden. Op zichzelf een goed streven. Maar dit soort maatregelen leiden tot nu toe ook meestal tot een striktere ordening en vooral esthetisering of thematisering van de openbare ruimte. Volgens Richard Sennett is dit een van de grootste bedreigingen van publieke waarden, omdat thematisering meestal eendimensionaal is en zo een monopolie vormt voor een identieke groep en daarmee anderen uitsluit.

Wij denken dat het ook anders kan en pleiten voor meer durf. Stel stadsstraten open voor onverwachte initiatieven met onbekende afloop. Kunnen wij onze stadsstraten zien en ontwerpen als een open systeem dat continu aangepast en gerepareerd moet worden? Durven wij het zwaar bevochten stedenbouwkundig idioom met zorgvuldig gecomponeerde stedelijke ruimtes en beeldkwaliteitsplannen los te laten? Wij zouden het experiment graag aangaan en de ruimte willen geven aan alle bewoners van de omliggende buurten om zelf een bijdrage te leveren aan een stadsstraat als betekenisvolle publieke ruimte. Niet via de weg van de inspraak, maar in nieuwe gemeenschappen. En als het mislukt dan proberen we weer iets anders. Dit is namelijk precies waarom stedenbouw een cruciale discipline is in een rechtvaardige stad. Het legt de directe verbinding tussen het theoretische debat en het concrete project. Alleen door te testen en uit te proberen, kunnen we daadwerkelijk leren en ontdekken hoe we aan een stad kunnen werken die de publieke welvaart vergroot. Geen aansprekend verhaal zonder concrete voorbeelden.


Simon Franke

Over de auteur

Simon Franke is auteur, redacteur, uitgever en organisator bij Trancity

Wouter Veldhuis Stedenbouwkundige

Over de auteur

Wouter Veldhuis is architect, stedenbouwkundige en directeur bij MUST



Ook interessant:

Column: Tegenstellingen - de blinde vlek van het ruimtelijk beleid

Hans Peter Benschop

Publieke welvaart

Simon Franke en Wouter Veldhuis

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans