Springplank voor een betere stad

26 november 2018  /  Anne Seghers

Verdichting dwars door Nederland

Verdichting is niets nieuws. Al decennia, zelfs eeuwen, voegen we binnen onze stads- en dorpsgrenzen talloze woningen en werklocaties toe. Zo bouwden de Hollandse steden in de zeventiende eeuw eerst alle mogelijke plekken binnen de stadsmuren vol, voordat tot uitbreiding werd overgegaan. Dat was immers duur, vanwege nieuwe verdedigingswerken die om de nieuwe stukken stad aangelegd moesten worden. Ook de industrialisatie in de negentiende eeuw leidde tot een trek naar de stad, waarbij verdichting leidend was – uitbreiding kwam pas aan de orde toen de vestingwerken op grote schaal geslecht werden. Pas in de twintigste eeuw kreeg uitbreiding stevig voet aan de grond, in de vorm van overloopbeleid, groeikernen en Vinexwijken. In de nabijheid van de grote steden verrezen woonwijken met laagbouw in een groene omgeving als dominant wensbeeld. 

Momenteel is verdichting weer terug van – eigenlijk nooit – weggeweest. In 2017 toonden onderzoekers van de Vrije Universiteit in Amsterdam aan dat sinds 2000 in totaal zo’n half miljoen woningen in bestaand stedelijk gebied zijn bijgebouwd. Opmerkelijk was daarnaast dat het aandeel woningen dat via verdichting tot stand kwam in die tijd toenam – terwijl de verwachting was dat er een afname zou plaatsvinden wanneer de ‘makkelijke’ binnenstedelijke locaties waren volgebouwd. Dit opent perspectieven voor de hedendaagse roep om een miljoen woningen. Het lijkt dus mogelijk om een groot deel van deze opgave binnenstedelijk te accommoderen. 

De bestaande context – met al haar lagen en verhalen – genereert een voorsprong ten opzichte van bouwen op een leeg canvas

Maar veel interessanter is de vraag of we in staat zijn deze kwantitatieve opgave te koppelen aan kwalitatieve uitdagingen. Kunnen we verdichten en tegelijkertijd werken aan een gezondere leefomgeving, energieneutrale buurten, klimaatbestendige wijken; aan gebieden waar mensen zich goed voelen en waar oog is voor de identiteit van de plek? Dat dit een kansrijke denkrichting is, bleek ook uit het onderzoek naar de Gezonde Stad dat werd uitgevoerd in het kader van de IABR in 2016. Hierin werd verdichting benoemd als motor voor een gezonde stad. Verdichting brengt nabijheid van wonen, werken, winkelen en ontspannen. Deze nabijheid zet aan tot bewegen – alles bevindt zich immers op loop- of fietsafstand – maar het brengt ook kansen om sociale netwerken te versterken. 

Door heel Nederland zijn voorbeelden te vinden van verschillende manieren waarop je kunt inbreiden en sleutelen aan de bestaande stad. Deze praktijk is niet voorbehouden aan de vier grote Nederlandse steden. Het gebeurt zowel in de Randstad als in de periferie, zowel in grote steden als in kleinere steden en dorpen. Hoewel iedere casus in zichzelf uniek is, is de gemene deler dat geen enkele casus vertrekt vanuit een tabula rasa-situatie. Verdichten is per definitie werken in een complexe context, waar verschillende opgaven zich opstapelen en elk hun ruimtebeslag claimen. De kunst is om hierin synergie te vinden, waarbij de bestaande context – met al haar lagen en verhalen – fungeert als springplank voor een betere stad en een voorsprong genereert ten opzichte van bouwen op een leeg canvas. Een rondje langs Venlo, Utrecht, Groningen en Delft – een grove dwarsdoorsnede van Nederland – laat een breed palet aan inbreidingstypen zien, met de kansen die dit oplevert voor mens en stad. 

Q4, Venlo 

Deze middeleeuwse stadswijk ligt ingeklemd tussen de Maas en de Venlose binnenstad. De naam refereert aan de indeling van de oude stad in vier kwartieren. Ruimtelijk gezien raakte de wijk in een isolement: zowel de relatie met de Maas als die met de binnenstad waren abominabel. Eind vorige eeuw was de wijk vooral bekend als schimmige drugsbuurt met veel criminaliteit. Tegenwoordig ondergaat Q4 een grote transformatie.

Cultuurhistorische structuren geven sturing aan de herinrichting van de wijk 

Q4 verandert in een gemengde stadswijk, met binnenstedelijk woonmilieus en kleinschalige werklocaties. Hierbij geven cultuurhistorische structuren stedenbouwkundige sturing aan de herinrichting van de wijk en zijn drie ruimtelijke condities richtinggevend – mix, rust versus drukte, en onderscheidende openbare ruimte. Authentieke panden zijn blijven staan en opgeknapt, gecombineerd met een stevig aandeel nieuwbouw voor wonen, werken, commercie en cultuur. De openbare ruimte is autoluw en kent een belangrijke rol voor groen om de verblijfskwaliteit van de wijk te verbeteren. De wijk is nu weer de schakel tussen rivier en binnenstad. 

Fotografie: Jeroen van de Ven

Venlo zet de herontwikkeling van Q4 in als instrument voor de integrale verbetering en versterking van het stadscentrum. Dat is noodzakelijk en verstandig. Want naast de ontwikkelingen waarmee elke binnenstad te kampen heeft – winkelleegstand, teruglopende bezoekersaantallen, wegtrekkende voorzieningen – heeft Venlo nog extra uitdagingen als middelgrote stad in een grensregio met bevolkingskrimp in het vooruitzicht. Door te werken aan een compacter stadscentrum, in combinatie met het toevoegen van extra woningen in Q4, weet de stad het draagvlak voor en de vitaliteit van haar binnenstad te borgen. 

Zijdebalen, Utrecht 

Langs de Vecht, tegen de Utrechtse binnenstad aan, is de eerste fase van het nieuwbouwproject Zijdebalen opgeleverd. Dit verpauperde, binnenstedelijke industriegebied, met een broodfabriek en een houtzagerij, was voorheen een buitenplaats – een tuinderswoning herinnert nog aan deze geschiedenis. Momenteel verandert dit gebied in rap tempo in een binnenstedelijk woonmilieu. Met vijfhonderd woningen op 4,5 hectare is Zijdebalen op dit moment het dichtst bebouwde stukje Utrecht. Dwarsstraten op de Vecht en een nieuwe route langs het water brengen dit vergeten stuk stad opnieuw in verbinding met haar omgeving. Gesloten bouwblokken, samengesteld uit grachtenpanden en herenhuizen, bepalen het straatbeeld. 

De verdichting is aangegrepen om een inclusieve stadswijk te verwezenlijken 

Fotografie: Anne Seghers

Het nieuwe Zijdebalen kent een enorme diversiteit aan woningtypes, in verschillende prijsklassen en voor uiteenlopende doelgroepen – van luxueuze penthouses tot sociale huurwoningen. De verdichting van deze binnenstedelijke buurt is aangegrepen om een inclusieve stadswijk te verwezenlijken, passend bij de ambities van Utrecht onder de noemer gezond stedelijk leven voor iedereen. Ook is de wijk substantieel vergroend: er zijn semi-openbare binnentuinen gerealiseerd, de straten hebben ruime groenstroken gekregen en het centrale plein kent speelse groenvakken. Daarnaast is met de herontwikkeling ook de wateropgave aangepakt. Het regenwater gaat niet het riool in, maar watert via een nieuwe gracht af op de Vecht, wat bijdraagt aan de klimaatbestendigheid van de wijk. 

Ebbingekwartier, Groningen 

In het noordwestelijke deel van de binnenstad van Groningen, binnen de oude wallenstructuur van de stad, ligt het Ebbingekwartier. Op dit voormalige gasfabriekterrein verrijst een nieuwe stadswijk. Lange tijd vormde dit industriële terrein een barrière tussen de historische binnenstad en de oudere uitleglocaties buiten de voormalige vestingwerken. De gebiedstransformatie van het Ebbingekwartier tot hoogstedelijk, gemengd woon- en werkmilieu hecht Groningen weer aan elkaar en vergroot de samenhang in de stad. Hiervoor is een fijnmazig patroon van straten en openbare ruimten ingezet, opgebouwd aan de hand van gesloten bouwblokken. 

Fotografie: VanWonen Vastgoedontwikkeling B.V.

De geschiedenis van de voormalige gasfabriek bracht niet alleen een mooie verhaallijn voor de toekomst; het gebied kende hierdoor ook zwaar verontreinigde grond. Het afgraven van de vervuilde grond is benut om een grote parkeergarage voor 1100 auto’s te realiseren onder de nieuwe stadswijk. Hierdoor kon het Ebbingekwartier ingericht worden als autoluwe wijk. Deze conditie maakt nieuwe woonvormen mogelijk, in hogere dichtheden, met behoud van een prettige openbare ruimte. Daarnaast levert de wijk een belangrijke bijdrage aan duurzame mobiliteitsdoelstellingen van de stad Groningen. Hiervoor is een nieuwe busbaan in het gebied aangelegd die voor een betere aantakking op het openbaar vervoer zorgt en de entree naar de binnenstad verbetert. Ten slotte draagt de verdichte stadswijk ook bij aan duurzame energetische doelstellingen. Zo is in de wijk een warmte-koudeopslag aangelegd, waarvan het gebruik in de toekomst verder opgeschaald wordt. 

Ebbingekwartier levert een belangrijke bijdrage aan de mobiliteitsdoelstellingen van Groningen 

Voorhof, Delft 

Deze naoorlogse woonwijk uit de jaren zestig van de vorige eeuw ligt in het zuidwesten van Delft. De wijk is gebouwd volgens de principes van de moderne stedenbouw, herkenbaar aan de ruime en rechtlijnige opzet met veel groen, en de scheiding van wonen, werken, voorzieningen en infrastructuur. Ook de zich herhalende stempels – een stedenbouwkundig ensemble dat is opgebouwd uit combinaties van seriematige (middel) hoogbouw en laagbouwwoningen – is typerend voor deze wijk. 

Ontwikkelaar: Heembouw Wonen. Architect: Habeon Architecten. Fotografie: Heembouw

Centraal in de wijk ligt het winkelcentrum De Hoven. Recent is dit verouderde winkelcentrum uitgebreid en getransformeerd tot een multifunctioneel complex met winkels, kantoren en drie nieuwe woontorens. De ambitie achter deze stevige verdichting is om zowel de oudere bewoner van Voorhof als de nieuwkomende student of starter een plek te bieden.

Om de wijk te verduurzamen, verdichten, vergroenen en verlevendigen, heeft de gemeente kansenkaarten laten ontwikkelen 

De komende jaren vinden in de wijk nog andere ontwikkelingen plaats, zoals de herontwikkeling van locaties met verouderd zorg- en maatschappelijk vastgoed, de komst van extra sporen tussen Rijswijk en Delft-Zuid en het aardgasvrij maken van de wijk Voorhof-Oost. Om deze ontwikkelingen te benutten en de wijk tegelijkertijd te verduurzamen, verdichten, vergroenen en verlevendigen, heeft de gemeente Delft kansenkaarten laten ontwikkelen die inzicht geven in de meerwaarde van een integrale aanpak. Deze bieden concrete handvatten waarmee bewoners, gemeente of private partijen aan de slag kunnen om de potentie van de wijk te verzilveren. 

Op 3 december vindt de conferentie Nederland veranderd/t plaats, over de rol van erfgoed in de leefomgeving.

Foto boven: Zijdebalen, Utrecht. Fotografie: Pim Geerts


Anne Seghers Stedenbouwkundige en onderzoeker

Over de auteur

Anne is stedenbouwkundige en onderzoeker bij RUIMTEVOLK en maakt deel uit van de redactie van NL Magazine.



Ook interessant:

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans

Radicale maar realistische ideeën voor een nieuw platteland

Anne Seghers

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers