Een ruimte van verschil

25 juni 2018  /  Hans Teerds

Het belang van de publieke ruimte als ontmoetingsplek

De publieke ruimte staat onder druk. Verschillende groepen uit de samenleving komen elkaar niet meer vanzelfsprekend tegen, laat staan dat ze in gesprek raken. Hans Teerds betoogt dat we ontmoeting, waar mogelijk, moeten stimuleren. Hij levert een aantal praktische richtlijnen voor het ontwerp en de planning van de openbare ruimte.

Op 26 februari 2012 wordt in een gated community in Florida een zeventienjarige jongen doodgeschoten: Trayvon Martin. De jongen is met zijn vader op bezoek bij diens vriendin. In de rust van een basketbalwedstrijd op televisie gaat hij even naar een 7eleven om een zakje Skittles te kopen. Hij loopt via wat we een olifantenpaadje noemen: een gat in het hek, een pad uitgesleten door gebruik.

Op zijn wandeling wekt Trayvon de aandacht van George Zimmerman, die dienst had als neighborhoodwatch: bewoners die vrijwillig rondrijden om verdachte situaties op te sporen. Zimmerman belt de politie, maar wacht niet af tot deze arriveert. Hij stapt uit zijn auto en probeert de jongen tegen te houden. Tijdens de worsteling die ontstond schiet Zimmerman de ongewapende Trayvon dood. De politie laat Zimmerman na arrestatie al snel weer vrij, wat onder de zwarte bevolking in Florida en ver daarbuiten tot protesten leidt.

Democratie kan alleen functioneren als mensen elkaar niet ontlopen

Enclavelandschap

Deze schokkende gebeurtenis staat model voor het falen van een op angst gebaseerde verstedelijking. De maatregelen om gevaar buiten te sluiten uit de woonbuurten zijn immers nooit voldoende. Elke verstoring van het gewenste vredige beeld vraagt om een nieuwe stap: de verdediging van het territorium wordt steeds grimmiger. De gebeurtenis is ook een teken van het failliet van het Westerse democratische ideaal. De maatregelen om gevaar buiten te sluiten, brengen vooral het buitensluiten van de vreemde teweeg – en juist dat staat op gespannen voet met het ideaal van de democratie. Democratie behelst immers niet simpelweg de representatie van de bevolking (en hun verschillende wereldbeelden) in het parlement en de regering, en beslissing bij meerderheid van stemmen. Het gaat om meer; democratie kan alleen functioneren als mensen elkaar niet ontlopen. De enclave is nu juist gebaseerd op het ontlopen van de ander.

Paradoxaal genoeg gaat eenzelfde gevaar schuil achter de hedendaagse trek naar de stad. Nu de stad weer populair is, verlaten diegenen die het zich kunnen veroorloven de buitenwijk en verhuizen naar de (binnen)stad, om daar op de fiets naar het werk te kunnen, of naar een koffiezaak om er te werken en anderen te ontmoeten. Dit geeft blijk van een behoefte aan het vreemde, aan uitdaging door verschil. De keerzijde ervan is wat we nu bijna dagelijks in de krant kunnen lezen: torenhoge huizenprijzen die alleen de kapitaalkrachtigen zich kunnen veroorloven. Een minder grimmige ontwikkeling, maar het levert eveneens exclusieve ruimten op.

Stationsgebied Utrecht. Fotografie: Anne Seghers

Ontmoeting stimuleren

Het gaat in beide gevallen in essentie om verlies van publieke ruimte, of zoals we het in Nederland meestal noemen, openbare ruimte. Dit is idealiter een ruimte van verschil, stelt de filosofe Hannah Arendt in haar boek The Human Condition (1958): alleen daar komen de verschillen tussen mensen aan het licht. Niemand praat hetzelfde, niemand denkt hetzelfde, niemand handelt hetzelfde. Als we allemaal exact hetzelfde waren, was er geen politiek nodig.

Nu de publieke ruimte onder druk staat, komen verschillende groepen uit de samenleving elkaar niet meer vanzelfsprekend tegen, laat staan dat ze in gesprek raken. Om het ontmoeten in de openbare ruimte te stimuleren, levert Arendt ons een aantal praktische richtlijnen voor het ontwerp en de planning van de openbare ruimte. Het begint met het zichtbaar maken van verschil. Dit betreft allereerst natuurlijk de zichtbaarheid van verschillende gebruikers, maar ook het verschil in ruimten zelf.

Momenten van verandering maken ons bewust maken van de wereld om ons heen

Ruimte met karakter

Soms wordt gedacht dat pleinen, parken en straten ‘neutraal’ moeten zijn, om geen publiek uit te sluiten. Het tegenovergestelde is waar. Juist het eigen karakter van openbare ruimten trekt publiek. We gaan naar de Ramblas omdat het de Ramblas is, met zijn flaneerstrook, bomen en kiosken in het midden. Een tweede aspect gaat over het faciliteren van de nabijheid van ‘anderen’. Dat betekent dat ook over de maat van de publieke ruimte nagedacht moet worden. Die is immers bepalend hoe dicht de gebruikers elkaar naderen. Het Plein van de Hemelse Vrede mag dan een geweldige openbare ruimte zijn, door de grootte staat het de mogelijke ontmoeting met de ander in de weg. Het schept afstand en ontzag.

Een derde aspect is dat een openbare ruimte nooit op zichzelf staat, maar dat ze onderdeel is van een groter netwerk aan openbare ruimten. Dat maakt de mogelijkheid om ‘anderen’ tegen te komen groter. Terug naar de Ramblas – de straat is juist zo populair omdat deze is ingebed in het dichte Middeleeuwse netwerk van Barcelona. Verschillende routes van de ene kant naar de andere kruisen de straat. Ook al wordt de straat vandaag de dag bevolkt door toeristen, ook ‘locals’ vind je er terug. Al is het maar dat hun kruip-door sluip-door routes de straat toch ergens kruisen.

Momenten van verandering

Tenslotte gaat het vooral over de overgangen tussen de ruimten: tussen binnen en buiten, tussen de ene ruimte en de andere. Ontwerp kan deze grenzen benadrukken en tot ‘ervaringsmomenten’ maken, waarin verschillen aan het licht komen. Arendt benadrukt hoe juist momenten van verandering onze zintuigen prikkelen en ons zo bewust maken van de wereld om ons heen. Onbewust veranderen mensen hun houding als ze een ander type ruimte binnenstappen. Van een plein verwacht je iets anders dan van een park, in een winkelstraat gedraag je je anders dan in een woonstraat. Een hek rondom een park met een duidelijke poort, een paar stappen omhoog of omlaag naar een plein zijn voorbeelden van het articuleren van grensovergangen.

Deze richtlijnen staan haaks op het enclavelandschap en de steeds exclusievere binnensteden waarmee dit artikel begon. Hier wordt de kans op ontmoeting met een vreemde vanzelfsprekend geminimaliseerd. Bewust staat hier ‘de kans op ontmoeting’, want of mensen elkaar in de openbare ruimte tegenkomen, is uiteindelijk niet afhankelijk van een goed ontworpen ruimte. Ontwerpers en planners verhogen hoogstens de potentie dat het kan gebeuren.

Foto boven: Dobbelmanterrein Nijmegen. Fotografie: Scagliola Brakkee fotografie


Hans Teerds

Over de auteur

Hans Teerds is architect en stedenbouwkundige. In zijn proefschrift At Home in the World gebruikt hij het werk van de filosofe Hannah Arendt (1906-1975) als lens om de publieke aspecten van architectuur te onderzoeken.



Ook interessant:

'NL Magazine gaat voor de sprong voorwaarts'

Redactie NL Magazine

Nieuw perspectief voor Parkstad

Anne Seghers en Kris Oosting

Publieke welvaart

Simon Franke en Wouter Veldhuis