De ontluikende kracht van middelgroot

01 december 2017  /  Anne Seghers

Voor NL Magazine #1 gingen Joks Janssen (BrabantKennis), Desirée Uitzetter (BPD), Tom de Laat (Gemeente Oss) en Jeroen Niemans (RUIMTEVOLK) met elkaar in gesprek over de opgave en de ontluikende kracht van de middelgrote stad. Waar staat de middelgrote stad nu?

Op de plek waar Organon in 1923 een traditie in medicijnontwikkeling startte, is nu het Pivot Park verrezen. Dit life science park voegt een nieuw hoofdstuk toe aan het profiel van Oss, voortbouwend op een lokale geschiedenis en passend bij het regionale profiel. Het inzetten op deze innovatiecampus vroeg scherpe keuzes. Wat voor stad wil Oss zijn?

Het vizier op het midden

Oss en Waalwijk zijn uitgegroeid tot kartrekkers van de agenda voor de middelgrote stad. Dit is niet zo vreemd; hier lag al een goede bodem. Beide steden waren de afgelopen jaren immers al bezig om zichzelf opnieuw uit te vinden. ‘Waalwijk heeft met SLEM een innovatiecentrum in de leer- en schoenenindustrie opgetuigd en Oss heeft zich eigenaar gemaakt van een niche in de farmaceutische industrie’, vertelt Joks Janssen. Dat dit lukt, komt mede door het ons-kent-ons gevoel dat veelal heerst in middelgrote steden. Daarnaast is er het geluk van een schaalniveau dat praktisch werkbaar is. Dit beaamt Tom de Laat: ‘De Osse gemeenschap is relatief klein en kent een hoge mate van betrokkenheid bij de Osse zaak. Er zijn korte lijnen tussen het gemeentebestuur, het bedrijfsleven en instellingen als woningcorporaties. Deze lokale samenwerking en betrokkenheid maakt projecten mogelijk die anders niet van de grond zouden komen.’

Op landsniveau werd het verhaal van de middelgrote steden minder vanzelfsprekend opgepakt. ‘De Brabantse condities zijn bijzonder’, licht Joks Janssen toe. ‘De Brabantse steden delen iets van een problematiek en identiteit met elkaar. In andere regio’s zijn die omstandigheden anders, bijvoorbeeld in Overijssel of Gelderland, waar meer subregio’s zijn. Daar heeft de provincie minder een samenbindende rol en is de afstand tussen Rijk en regio veel groter.’

Werkpaarden

Desondanks hebben de middelgrote steden weldegelijk een gemene deler: ze zijn de werkpaarden van Nederland. ‘Ze doen vaak mee aan experimenten en pilots en willen graag dingen uitvinden. Ze hebben een schaal waarop dat ook kan. Er is een hoge betrokkenheid en een bestuurscultuur van “laten we het maar doen”. Bij grotere steden gaat dit moeizamer; hier zijn vaak gestolde belangen en drooggekookte woningmarkten’, vertelt Jeroen Niemans. Ook een marktpartij als BPD herkent dit, zo illustreert Desirée Uitzetter. ‘De middelgrote steden zoeken concrete oplossingen voor de opgaven waar ze tegenaan lopen. Ze hebben een doe-mentaliteit en kloppen niet meteen aan in Den Haag.’ Joks Janssen haakt hierop aan: ‘Ik zie in middelgrote steden een nieuw soort realisme optreden, zoals bij Roosendaal, Waalwijk en Oss. De binnenstadsproblematiek illustreert dit goed. De kern van deze binnensteden werkt goed, maar de aanloopstraten eromheen kampen met teveel vierkante meters voor het beschikbare programma. Middelgrote steden gaan vervolgens aan de slag en maken de omslag naar een compacter stadshart en een ander type binnenstad. Dat realisme proef ik minder in de grotere centrumsteden in Brabant.’

‘In de middelgrote stad is het investeringsvermogen kleiner, daardoor kan niet alles. Maar wat je doet, heeft wel meteen impact’

Belemmeringen voor de kracht van middelgroot

Dat middelgrote steden een eigen kracht hebben, en dat ze die zelf ook hebben ontdekt, staat vast. Tegelijkertijd zijn er zorgen. Nu de crisis voorbij is en de markt weer aantrekt, kunnen overheden het tempo nauwelijks bijbenen. ‘Het verder kijken naar de opgaven van overmorgen vraagt teveel van de middelgrote steden. In de crisis is veel kennis en kunde over gebiedsontwikkeling afgekalfd, zowel bij overheden als bij marktpartijen’, licht Desirée Uitzetter toe. ‘Dat belemmert de ontluikende kracht van middelgroot. De ruimtelijk-maatschappelijke opgaven zijn enorm en gaan verder dan de woningmarkt. Veel partijen zien wel wat er moet gebeuren, maar hoe blijft onduidelijk. Daarvoor ontbreekt het aan kennis, aan investeringsvermogen en – op verschillende fronten – aan visie.’ Dat herkent ook Jeroen Niemans. ‘Sowieso ontbreekt een Rijksvisie. Alles wordt gedecentraliseerd en de nieuwe Omgevingswet zal deze decentralisatie nog versterken. Als gemeente moet je heel veel zelf gaan bepalen.’ Desirée Uitzetter vult aan. ‘Dat nieuwe realisme waaraan Joks refereert, herken ik niet altijd. Vol inzetten op de stad en binnenstedelijk bouwen, lijkt het generieke adagium. Maar dat werkt nu eenmaal niet overal. In de grote steden is de druk op de markt hoog; daar verkoopt alles. Maar middelgrote steden moeten erg zorgvuldig zijn in wat en waar ze ontwikkelen.’

‘Tegelijkertijd schuilt daarin het onderscheidend vermogen van de middelgrote stad’. nuanceert Joks Janssen. ‘Daar moet je bewust zoeken naar andere verbindingen. Dingen komen niet vanzelf tot stand en verkopen zich al helemaal niet vanzelf.’ In Oss hebben ze dit begrepen, zo illustreert Tom de Laat. ‘Hier starten we stadsontwikkeling vanuit de maatschappelijke opgave, zoals nieuwe werkgelegenheid, aantrekkelijk onderwijs, of een vitale binnenstad. Daaraan koppelen we vervolgens onze gebiedsontwikkelingsagenda en niet andersom, door te starten vanuit beschikbare locaties. Deze aanpak werkt. Je hebt uiteindelijk investeringsvolume nodig en dus is het evident om de lokale politiek en gemeenteraad aan boord te krijgen. De verbinding met de maatschappelijke opgave maakt dit mogelijk, die maakt immers ook de politieke urgentie van zo’n ontwikkeling zichtbaar.’

Globalisering in werksteden

Anders dan de grote stad laveert de middelgrote stad sterk tussen twee schaalniveaus. De ruimtelijk-economische kansen liggen vooral op het regionale schaalniveau, terwijl opgaven rond sociale veerkracht juist spelen op het schaalniveau van de stad en de wijken. In Oss komen beide samen in het agro-foodprofiel, dat samen met logistiek, life sciences en de maakindustrie behoort tot de speerpuntsectoren van de regio, zo vertelt Tom de Laat. ‘De agro-foodagenda is gebaseerd op een gemene deler die van nature al aanwezig was in de regio. Goed kijken naar je DNA is hiervoor van levensbelang. In dit gebied is een complete keten aanwezig op het gebied van agro-food, van primaire landbouw tot eindconsument. De regionale partijen vinden elkaar doordat ze een complementair belang hebben of een toegevoegde waarde kunnen inbrengen in de keten. Het agro-foodprofiel levert meerwaarde voor Ossenaren. Zij zien dat investeringen zoals in het Pivot Park leiden tot nieuwe banen waarvan zij mee profiteren. En het werken aan aantrekkelijk onderwijs, met doorlopende leerlijnen naar HBO en WO buiten de regio, als onderdeel van de regionaal-economische agenda, dat is heel goed te vatten door een gemiddelde inwoner.’

Maar misschien is Oss daarin wel een uitzondering. In Eindhoven staat er enige spanning op het Brainportprofiel. ‘De regionale agenda is hier heel succesvol, maar wat is het verhaal voor de inwoners? Het is maar voor een deel van hen interessant’, vertelt Joks Janssen. ‘In deze snel ontwikkelende regio wordt het tempo niet door iedereen bijgebeend. Daar zit een spanning die zich weerspiegelt in de recente verkiezingsuitslag. Het centrum van Eindhoven herkent zich in het Brainportverhaal en stemt overwegend D66 en GroenLinks, maar in gemeenten als Helmond, Veldhoven en Valkenswaard eindigt de PVV vlak achter de VVD. Niet iedereen gaat blijkbaar mee in het verhaal van vooruitgang, internationalisering en high-tech innovatie. Het onbehagen groeit. Ik herken hierin een nieuwe opgave.

Hoe hou je de middelgrote stad inclusief? Dat is de nieuwe opgave voor de middelgrote stad’

De nieuwe opgave

Bestuurders zijn lang meegegaan in het verhaal dat globalisering werkgelegenheid oplevert. Maar deze werkgelegenheid wordt vaak door anderen ingevuld, niet door de inwoners zelf. Die pijn wordt nu in de middelgrote steden hard gevoeld. ‘De middelgrote steden zijn van oudsher de werksteden, daar heb je als bestuurder een ander verhaal te vertellen dan in de grote steden waar de kennisindustrie floreert’, herkent ook Desirée Uitzetter. ‘Door automatisering en robotisering gaat het werk in de toekomst nog meer veranderen. Dat vergroot de kloof tussen mensen die hiervan profiteren en mensen die hiervan de nadelen ondervinden. De middelgrote steden zullen eerder dan de grote steden te maken krijgen met deze spanning’, benoemt Jeroen Niemans. ‘Qua visie moet je hierop anticiperen. Hoe hou je de middelgrote stad inclusief? Dat is de nieuwe opgave voor de middelgrote stad.’

De middelgrote steden hebben op veel vlakken een gunstige uitgangspositie, maar voor het vraagstuk rond de tweedeling in de maatschappij en inclusiviteit is het gevaar hier groter dan in de grote steden. Joks Janssen sluit af: ‘De middelgrote steden zijn dan ook belangrijke vindplaatsen voor oplossingen voor deze nieuwe opgave, waarbij de sleutel ligt in het samenbrengen van de ruimtelijk-economische agenda met de sociaal-culturele.’


Anne Seghers Stedenbouwkundige en onderzoeker

Over de auteur

Anne is stedenbouwkundige en onderzoeker bij RUIMTEVOLK en maakt deel uit van de redactie van NL Magazine.



Ook interessant:

Terloopse contacten voor een veerkrachtige stad

Flip Krabbendam en Henriëtta Joosten

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor

De ambitieuze wijk van morgen

Chris ten Dam, Gerjan Streng, Maarten Hajer, Peter Pelzer en Thijs van Spaandonk