Wie bepaalt waar spontane gebiedsontwikkeling mag?

13 september 2016  /  Stan Majoor

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Organische gebiedsontwikkeling: was dit nu een lichtelijk gehypet ‘pauzenummer’ toen gemeenten, marktpartijen en corporaties het in de crisis even niet meer wisten, of is het (een begin van) een veel bredere omslag naar een andere relatie tussen energieke bewoners en hun stad? Deze vraag stond centraal tijdens de bijeenkomst in Pakhuis de Zwijger (hier terug te zien) voor (vooral) blanke mannen met een mening en – laten we eerlijk zijn – vaak ook een belang in het antwoord op deze vraag.

Gert Urhahn legde nog eens uit hoe het allemaal was begonnen in 2009 met het denken over organische gebiedsontwikkeling. Daarna ontspon zich een redelijk voorspelbaar maar zeker amusant debat tussen inleiders die vonden dat overheden nu wel genoeg  ‘gefaciliteerd’ hadden – vooral als dit een eufemisme voor afwachten betekende – en sprekers die vurig hoopten dat het vakgebied blijvend veranderd is door alle nieuwe ‘organische’ stadsmakers en hun initiatieven (waarvoor Pakhuis de Zwijger een veilig clubhuis is geworden). Twee observaties van deze blanke man over de avond en het thema:

Ide·o·lo·gie

Op een gegeven moment werden de verdedigers van meer organische gebiedsontwikkeling door de aanwezige praktijkhoogleraar Friso de Zeeuw aangevallen als een stel naïeve en lichtelijk wereldvreemde ideologen. Nu de crisis voorbij is ‘dendert de trein gewoon door’, dus: ‘veel succes met je ideologie!’. Hier werd een beeld neergezet van een groep mensen die financiële en politieke realiteit niet begrijpen.

Je opponent neerzetten als ‘ideologisch’ en jezelf als rationeel denkende pragmatist lijkt slim, maar ik vind het eigenlijk een beetje eng. Stadsontwikkeling is per definitie namelijk (ook) ideologie. Of dit nu een stadsmakers-ideologie is, die van een meer klassieke ideologie van professioneel gestuurde gebiedsontwikkeling, of allerlei mengsmaken daartussen. Het gevaarlijkste zijn de ideologen onder ons die hun zinnen beginnen met “Laten we nu wel wezen…”, of “Ieder weldenkend mens zal toch zien dat….”. Deze vakgenoten zou ik eerst wat zelfonderzoek gunnen naar het geheel van ideeën dat ten grondslag ligt aan hun wijsgerig stelsel. En daar dan een mooi open debat over voeren.

Voorbij het pragmatisme

De discussie mondde uit in de redelijke consensus dat de opgaven in de praktijk gevarieerd zijn, dat marktomstandigheden en demografie sterk lokaal verschillen en dat er dan dus ook per keer, per plek, per omstandigheid moet worden gekeken welke vorm van gebiedsontwikkeling het beste past. Zo zouden meer planmatige en meer organische gebiedsontwikkeling – die ook vormen van planning nodig hebben – prima naast en soms ook met elkaar kunnen bestaan.

Okay, logisch en slim. Maar wel met één premisse: het is een beetje te simpel om te stellen dat de opgave en daarmee de ontwikkelstrategie moet voortkomen uit ‘wat de plek nodig heeft’. Want wie bepaalt dan wat dat is? Zijn dat de huidige gebruikers en bewoners of de toekomstige? Hoe zit het met meer strategisch, bovenwijkse en Nimby-functies?

Gekoppeld aan het vorige punt: het lezen van een plek heeft ook te maken met ideologie: moet het Amsterdamse Marineterrein nu planmatig volgebouwd worden omdat het in het middelpunt zit van een ‘hogedrukgebied’ met woningschaarste? Of is het juist een gebied met historische kwaliteiten en een unieke ligging in de stad die vraagt om een heel ander programma? En wie moet daar dan over beslissen? En wat beslissen we nu en wat laten we dan aan volgende generaties? Het lezen van de plek is noodzakelijk, maar moet altijd samengaan met een breder proces van wilsvorming en prioritering op het niveau van de stad en regio. Ruimtelijke ordening noemden we dat vroeger.


Foto boven:de Houthavens in Amsterdam (Foto:Guilhem Vellut/Flickr/CC BY 2.0)

AmsterdambijenkomstenGebiedsontwikkelingPakhuis de Zwijgerruimtelijke ordeningSpontaniteit

Stan Majoor

Over de auteur

Stan Majoor is lector Coördinatie Grootstedelijke Vraagstukken aan de Hogeschool van Amsterdam



Ook interessant:

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom

Het publiek domein als grote gelijkmaker

Anne Seghers en Sjors de Vries