Amsterdam als olifant

19 april 2016  /  Marcel IJsselstijn

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Sociaalgeograaf Zef Hemel pleit er met enige regelmaat voor om Amsterdam te laten groeien naar twee miljoen inwoners. In het eerste nummer van het nieuwe Tijdschrift voor Historische Geografie (THG) plaatsen Nikki Brand en Jaap Evert Abrahamse kritische kanttekeningen bij dat pleidooi. Ter gelegenheid van de lancering van het tijdschrift gingen zij in debat met Hemel in Pakhuis de Zwijger. Een verslag van een geanimeerde avond die stemt tot verdere discussie.

Het betoog van Hemel komt volgens Brand en Abrahamse neer op het kunstmatig bevoorrechten van Amsterdam door de nationale overheid. Hemel ziet dat als de enige manier om de Europese en mondiale concurrentiepositie van de Nederlandse economie te behouden. Nikki Brand opende de avond daarom met de stelling dat er geen empirisch bewijs is voor een positief verband tussen kunstmatige bevolkingsconcentratie in één stad en economische groei. Refererend aan Jane Jacobs, die waarschuwde voor het morrelen aan natuurlijke concentratieprocessen in stedensystemen, wees zij op het gevaar van het creëren van zogenaamde elephant cities of waterhoofden, steden die door kunstmatige bevoorrechting de economische dynamiek van een groter systeem ontwrichten.

Een voorbeeld van de ontwrichtende werking van zo’n proces kennen we uit onze eigen geschiedenis, stelde Brand, die gepromoveerd is op de invloed van de overheid op de ontwikkeling van het stedensysteem van de Randstad. In de tijd van de Republiek vertaalde de economische machtspositie van Amsterdam zich ook in politieke macht in het landsheerlijke bestuur. De dure handelsoorlogen die de Republiek voerde om de stapelmarkt van Amsterdam in stand te houden werden onder meer gefinancierd door hoge belastingheffing op nijverheidsproducten als bier en textiel. Industriesteden als Leiden en Haarlem werden door dit belastingregime hard getroffen en zakten weg: innovatie en groei werden daar belemmerd.

De belangrijkste vraag die Brand aan Hemel stelde was hoe we ervoor zorgen dat Amsterdam kan groeien zonder dat dit leidt tot het smoren van economische impulsen elders in het land. Daarnaast wierp ze de vraag op hoe het stadsbestuur de middelen krijgt om die enorme groeiopgave vorm te geven en vroeg ze zich af hoe die groei ruimtelijk vertaald moet worden. Waar kunnen en moeten zulke grote hoeveelheden woningen bijgebouwd worden zonder te annexeren, en wat betekent een verdere groei van Amsterdam voor de toch al overladen binnenstad?

Opslingering

In zijn reactie schetste Zef Hemel eerst de achtergrond van zijn pleidooi. Hij introduceerde zichzelf daarbij als een sociaalgeograaf die niet meer gelooft in maakbaarheid, maar zich al speurend afvraagt hoe we kunnen reageren op de fenomenen die zich voordoen (‘adaptieve planning’). Hemel wijst op een verschijnsel dat zich wereldwijd voordoet in steden en dat hij ‘opslingering’ noemt: een razendsnelle, onstuitbare groei van global cities als Londen, Toronto, Sydney en Moskou. In een mildere vorm bespeurt hij dit verschijnsel ook in Nederland, waar Amsterdam in toenemende mate afwijkt van de rest. Met een reeks statistische kaarten illustreerde Hemel hoe Amsterdam overal bovenuit steekt, bijvoorbeeld wat betreft het aantal Airbnb-adressen, start-ups, hoogopgeleiden, expats en datacentra of de hoogte van de werkgelegenheid, grond- en huizenprijzen.

Dat het Amsterdam voor de wind gaat terwijl andere steden en regio’s in Nederland krimpen lijkt oneerlijk, maar volgens Hemel moeten we veel verder kijken: ‘We moeten Amsterdam niet positioneren ten opzichte van Doetinchem of Enschede, maar ten opzichte van Londen.’ Nederland behoort tot de Europese periferie en het enige geluk dat we hebben is de nabijheid van Londen, dat niet stuk te krijgen is, aldus Hemel. Met een verwijzing naar de toekomstscenario’s die het CPB en PBL eind vorig jaar publiceerden, stelde hij dat er nú ingezet moet worden op een forse groei van Amsterdam (en Utrecht), beide dichtbij Schiphol (‘een luchthaven van Groot-Londen’), anders is het scenario algehele krimp voor Nederland.

Volgens Hemel hebben we niet door, of willen we voor een deel ook niet doorhebben, hoe hard het met die opslingering gaat. Met ontzetting wees hij op woningbouwinitiatieven in de gemeenten Ouder-Amstel en Weesp om aan de grens met Amsterdam 2-onder-1-kapwoningen te bouwen: ‘Hallo, dat kan niet, dit is een metropool, word wakker!’ Het gaat Hemel er met zijn pleidooi om een gemeenschappelijk gevoel van urgentie en gedeelde ambitie te creëren, waarbij iedereen zich voor een bepaald toekomstbeeld wil inspannen.

Netwerken

Op de vraag naar het vermijden van nadelige effecten van een Amsterdamse groei voor andere steden, antwoordde Hemel dat ongelijkheid inherent is aan de manier waarop stedensystemen ontwikkelen. Omdat steden vanaf hun ontstaan functioneren in hiërarchische netwerken, zijn er altijd verschillen in grootte. Hemel verwacht dat de verschillen de komende decennia extreem groot zullen worden. Tegelijk wees hij erop dat de sterke groei van een stad ook in andere steden de groei kan aanwakkeren: ‘Vergelijk het met een barbecuevuurtje. Daar moet je de kooltjes ook niet verspreiden maar eerst bij elkaar leggen zodat het vuur kan overslaan.’

Oosterdokseiland (foto: Guilhem Vellut, CC-BY-2.0)

Oosterdokseiland, Amsterdam (foto: Guilhem Vellut, CC-BY-2.0)

Hoogbouw

Daarnaast reageerde Hemel op de vraag hoe zo’n enorme groeisprong ruimtelijk vormgegeven moet worden: door verdichting van de stad met hoogbouw. Het is volgens hem onvermijdelijk dat mensen die in Amsterdam willen blijven wonen gaan inleveren op vierkante meters, meer gaan betalen voor hun woning en meer gestapeld gaan wonen in appartementen. Het Oosterdokseiland noemde hij als een geslaagd voorbeeld. Als Amsterdam op die manier niet minstens verdubbelt in omvang kan volgens Hemel over tien jaar helemaal niemand meer een woning in de stad betalen. Daar komt nog bij dat het fenomeen ‘opslingering’ veel mensen overvalt: we zijn nog niet gewend om te gaan met toenemende toeristenstromen of stijgende huizenprijzen, aldus Hemel.

Hervorming belastingstelsel

In de discussie met de zaal kwam ten slotte de vraag ter sprake hoe je Amsterdam en andere steden meer autonomie kunt geven. Zowel Hemel als Brand gaven aan wel te voelen voor het invoeren van een eigen stedelijk belastinggebied, zoals bijvoorbeeld in Stockholm en Wenen (en binnenkort ook in Londen) is ingevoerd. Mensen gaan dan minder belasting aan de rijksoverheid afdragen en meer aan hun eigen gemeente. Gemeenten kunnen die extra middelen naar eigen inzicht inzetten. Daarmee pleitten Hemel en Brand voor het afschaffen (of in ieder drastisch herzien) van het Gemeentefonds, dat na de crisis van 1929 is ingesteld en volgens hen niet alleen bedoeld was om de broekriem aan te halen maar ook om een einde te maken aan het ‘feestvieren’ in Amsterdam, waar de ambtenarensalarissen op dat moment acht tot tien keer hoger lagen dan in de rest van Nederland.

Consensus?

Zo eindigde de avond met een ogenschijnlijke consensus, niet alleen wat betreft de bijzondere situatie waarin Amsterdam zich bevindt en de noodzaak daarop te reageren, maar ook over de manier waarop dat het beste gedaan kan worden. Of beter gezegd: hoe dat niet gedaan moet worden. Het oude planningsregime van nationale Nota’s ruimtelijke ordening waarbij stad en land in het korset van het Rijk geduwd werden, heeft afgedaan.

Toch eindigde de discussie daarmee niet. Enige dagen na het debat ging Zef Hemel op zijn weblog nader in op de volgens hem onterechte waarschuwing van Brand en Abrahamse dat Amsterdam door zijn pleidooi een elephant city zou kunnen worden. In een reactie op Hemels weblog benadrukte Nikki Brand dat er een risico bestaat, zeker in ons land met een geringe stedelijke autonomie en sterke overheidsbemoeienis, dat kunstmatige bevoorrechting van een stad op de langere termijn kan leiden tot ontwrichting van natuurlijke concentratieprocessen in een stedensysteem als geheel. De vraag hoe een bestendige groei van Amsterdam gerealiseerd kan worden, die niet ten koste gaat van (een deel van) de eigen inwoners of steden en regio’s elders in Nederland, blijft daarmee open voor debat.


Het volledige artikel van Nikki Brand en Jaap Evert Abrahamse is te lezen in het eerste nummer van het Tijdschrift voor Historische Geografie. Via de website kunt u dit nummer bestellen of een abonnement afsluiten voor het scherpe introductietarief van 20 euro voor vier nummers per jaar.

Het debat van 18 maart jongstleden in Pakhuis de Zwijger is hier terug te zien (wachtwoord:urbanbooks).

Foto boven: De Elephant parade in Amsterdam, 2009 (foto: FaceMePLS, CC-BY-2.0)

Amsterdam

Marcel IJsselstijn historisch-geograaf

Over de auteur

Marcel IJsselstijn is historisch-geograaf. Aan de Universiteit Leiden voert hij een promotieonderzoek uit naar het ontstaan en groeien van steden in de middeleeuwen. Daarnaast is hij redactielid van het Tijdschrift voor Historische Geografie.



Ook interessant:

Het publiek domein als grote gelijkmaker

Anne Seghers en Sjors de Vries

Schipperen tussen grote opgaven en lokale oplossingen

Jeroen Niemans

De ontluikende kracht van middelgroot

Anne Seghers