Kijk voorbij de oplaadpaal

30 maart 2016  /  Thecla van Dijk

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Met de ruim 90.000 elektrische voertuigen die er in Nederland rondrijden valt de opmars van schone mobiliteit niet meer te ontkennen. Elektrische auto’s en daarbij ook de benodigde oplaad-technologie beginnen een vertrouwd beeld te worden in onze openbare ruimte. Vanuit de ruimtelijke planning is er echter nog weinig aandacht voor de effecten, impact en de kansen van schone mobiliteit op de stad. De kansen zijn vele malen groter dan alleen het goed implementeren van de noodzakelijke voorzieningen.

De leefkwaliteit van onze steden staat onder druk. De toegenomen mobiliteit heeft een groot effect op onze gezondheid. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) meldt op haar site dat in Nederland jaarlijks enige duizenden mensen enkele dagen tot (12!) maanden korter leven door kortdurende blootstelling aan hoge concentraties fijnstof. Ongeveer een derde van de totale hoeveelheid fijnstof in de lucht is afkomstig van gemotoriseerd verkeer, aldus het RIVM. Dat verkeer een belangrijke rol speelt in het schoner en leefbaarder maken van onze steden is zodoende evident.

Hoewel er mondiaal meerdere technieken worden ontwikkeld om onszelf en onze spullen op een schonere manier te verplaatsen, zet de Nederlandse overheid vooral in op elektrisch rijden. Elektrisch rijden biedt vele voordelen. Zo vermindert het de CO2-uitstoot, verbetert het de luchtkwaliteit, gaat het geluidsoverlast tegen en zijn we minder afhankelijk van fossiele brandstoffen.

In 2020 moeten er 200.000 elektrische auto’s in Nederland rondrijden, in 2025 één miljoen. Dat was de ambitie uit het ‘Plan van aanpak: Elektrisch rijden in de versnelling’ (2011-2015). Het tussendoel voor 2015 was in dit plan dat er 20.000 elektrische voertuigen op de weg zouden zijn. Ondertussen reden er begin 2014 ruim 30.000 elektrische voertuigen in Nederland en zijn dat er per 29 februari 2016 een kleine 100.000. De opmars is dus enorm.

Ruimtelijk conflict

De effecten van elektrisch rijden zijn het meest merkbaar in onze steden. Zowel de positieve als ook de negatieve effecten, want die zijn er ook. Het openbaar gebied wordt overstelpt met oplaadpalen en als rolstoelgebruiker raak je verstrikt in de vele losliggende kabels over het trottoir. Ook is er een voortdurende discussie over het aantal, de locatie van de vele oplaadpalen en de claim die ze leggen op het reguliere parkeersysteem.

Veel steden moeten nog een goede modus vinden om met elektrische mobiliteit om te gaan. Zeker als er de komende vier jaar nog minstens 100.000 auto’s in Nederland bij komen. De recent gepubliceerde evaluatie van het rijksbeleid voor elektrisch vervoer benadrukt dan ook dat de uitrol en exploitatie van laadinfrastructuur – waar decentrale overheden een grote rol in spelen – voor de periode 2016-2020 extra aandacht verdient.

Nieuwe mobiliteit: nieuwe kansen

Hiermee wordt de ruimtelijke verkenning die wij in 2014 deden weer zeer actueel. Vanuit de ruimtelijke planning is er namelijk nog weinig aandacht voor de effecten, impact en de kansen van schone mobiliteit op de stad. De kansen zijn echter vele malen groter dan alleen het goed implementeren van noodzakelijke voorzieningen. Een veranderende mobiliteitsstructuur heeft invloed op de totale inrichting van de stad.

In de studie verkenden we de kansen van schone mobiliteit voor de ruimtelijke ordening en gingen we op zoek naar potentiële coalities om tot een bredere implementatie van schone mobiliteit te komen. Bovendien onderzochten we wat de effecten daarvan zijn op stads-, wijk- en straatniveau. Nadenken over mobiliteit in combinatie met ruimtelijke ontwikkeling en energie biedt kansen om de uitdagingen die de toekomst met zich meebrengt het hoofd te bieden.

De ideologie van schoon vervoer werkten we in de studie stapsgewijs uit naar een concreet plan van aanpak voor de ontwikkeling van de schone stad. Drie scenario’s tonen de (ruimtelijke) kansen aan de hand van drie verschillende perspectieven: de stadsbewoners, het centrum van de stad en de stedelijke agglomeratie als geheel.

E-street

Het eerste scenario ‘E-street’ begint met de slogan: ‘Je kunt nooit je eigen benzine maken maar wel je eigen elektriciteit’. Studies naar de lokale schaal van een buurt maken duidelijk dat de verknoping van ruimte, mobiliteit en energie nieuwe mogelijkheden biedt voor de bewoners om hun eigen omgeving te veranderen.

Scenario 1: E-street; ‘Je kunt nooit je eigen benzine maken maar wel je eigen elektriciteit’ (beeld: OKRA Landschapsarchitecten)

Scenario 1: E-street; ‘Je kunt nooit je eigen benzine maken maar wel je eigen elektriciteit’ (beeld: OKRA Landschapsarchitecten)

Het nationale Energieakkoord biedt vele handvatten voor particuliere woningbezitters en woningcorporaties om gezamenlijk een energierenovatie door te voeren in de woonwijk. Bewoners kunnen vervolgens zelf beslissen hoe ze profiteren van hun zonnepanelen: in geld door stroom terug te leveren aan het net, of in energie door hun eigen stroom te tanken. Op deze manier wordt ook de minder ideologische burger gestimuleerd afstand te doen van hun traditionele vervoersmiddel en over te stappen op elektrisch verkeer.

E-hubs

Een stap verder, zowel ruimtelijk als in de tijd, is de transformatie op stedelijk niveau. Dit scenario schetst de situatie waarbij binnensteden alleen nog maar toegankelijk zijn voor schone vervoersvormen. Hierdoor ontstaat een nieuw soort verkeerscirculatie in de stad tussen plekken waar mensen kunnen overstappen van hun conventionele brandstofauto op schoon vervoer (e-car, OV, e-bike of e-scooter).

Scenario 2: E-hubs; ‘Het nieuwe wachten levert vrije tijd op’ (beeld: OKRA Landschapsarchitecten)

Scenario 2: E-hubs; ‘Het nieuwe wachten levert vrije tijd op’ (beeld: OKRA Landschapsarchitecten)

Deze overstappunten liggen als een ring om de binnensteden. Kenmerk van deze punten – ‘E-hubs’ genaamd – is dat het plaatsen zijn waar je ook echt wilt zijn, in tegenstelling tot de huidige transferia. Het zijn plekken waar stromen van mobiliteit, energie en collectieve voorzieningen samenkomen en een wisselwerking aangaan. Afgestemd op de plek zorgt een combinatie van de overstapplek met functies als winkels, kantoren, scholen, cafés, restaurants en parken ervoor dat mensen verschillende activiteiten kunnen combineren. De E-hubs sluiten aan bij het dagelijkse leefritme van mensen, vandaar ook de titel van dit scenario ‘Het nieuwe wachten levert vrije tijd op’. De programmatische onderdelen van de e-hubs vormen bovendien gezamenlijk een energie-zone in de stad. Elektriciteit wordt lokaal opgewekt, opgeslagen en gedistribueerd naar collectieve voorzieningen en huishoudens in de directe omgeving.

E-city

De volgende fase, het derde scenario, beschrijft een situatie waarin steden volledig energieneutraal zijn hetgeen leidt tot een volledig nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.

Scenario 3: E-city; ‘Geld speelt voor mij geen rol, ik betaal met energie’ (beeld: OKRA Landschapsarchitecten)

Scenario 3: E-city; ‘Geld speelt voor mij geen rol, ik betaal met energie’ (beeld: OKRA Landschapsarchitecten)

Inductiespoelen op de wegen zorgen dat elke auto automatisch wordt opgeladen. Nieuwe technologische ontwikkelingen maken dat de elektrische auto niet alleen maar geld kost, maar juist geld kan opleveren. Door opslag en teruglevering van stroom krijgt de auto een eigen verdienmodel: ‘Geld speelt voor mij geen rol, ik betaal met energie’.

Mogelijk gaan winkelcentra hun bezoekers betalen om met de auto te komen omdat de accu’s goedkopere stroom leveren dan het reguliere elektriciteitsnetwerk. Schone mobiliteit brengt ook met zich mee dat autowegen anders gedimensioneerd kunnen worden. Omdat er (bijna) geen geluidsoverlast is en geen vervuilende uitstoot, kunnen grote invalswegen in steden transformeren tot levendige stadsstraten. De inbreidingskansen die ontstaan doordat er dichter op de weg gebouwd kan worden, biedt de mogelijkheid om de leef- en woonkwaliteit van deze straten te verhogen.

Kansen voor stedelijke ontwikkeling

De studie schetst mogelijke scenario’s. Toch kunnen de geleerde lessen uit deze studie nu al worden toegepast. Een nieuwe balans tussen mobiliteit, energie en ruimte levert direct kwaliteit op bij stedelijke (her-)ontwikkelingen en legt de basis voor de E-city van de toekomst.

Wanneer gewacht wordt tot de trend van schoon vervoer nog verder doorzet, zal het moment waarop de stad kan profiteren van deze ontwikkeling voorbij zijn. Door als overheid zelf het initiatief te nemen om samen met het bedrijfsleven en particulieren de E-city van de toekomst te creëren, behoudt de stad zelf de regie op de totale integrale ontwikkeling.

Deze blog is geschreven naar aanleiding van de verkennende studie ‘E-City – De synergie tussen elektrische mobiliteit en stedelijke ontwikkeling’ die de auteur met OKRA Landschapsarchitecten heeft uitgevoerd. De publicatie van deze studie, met meer achtergrondinformatie, is beschikbaar via deze link.

Foto boven: Auto aan de oplaadpaal in Amsterdam (foto: FaceMePLS, CC-BY-SA-2.0)

duurzaamheid

Thecla van Dijk Architectonisch vormgever en Stadssocioloog

Over de auteur

Thecla van Dijk is architectonisch vormgever en stadssocioloog. Binnen het team van OKRA landschapsarchitecten heeft zij de verkennende studie ‘E-City - De synergie tussen elektrische mobiliteit en stedelijke ontwikkeling’ opgesteld. OKRA is een toonaangevend ontwerpbureau voor landschapsarchitectuur en stedenbouw en richt zich met name op de transformatie van steden en landschappen. Daarnaast is Thecla partner bij Sport&Ruimte, een adviesbureau voor sportief ruimtelijke vraagstukken.



Ook interessant:

Het platteland verandert sneller dan de stad

Anne Seghers

Werken aan de productieve stad

Kris Oosting

Column: Tegenstellingen - de blinde vlek van het ruimtelijk beleid

Hans Peter Benschop