Weg van Modaliteit

27 januari 2016  /  Peter Pelzer

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Als het gaat over mobiliteit staat de vervoerswijze vaak centraal. Je kunt je afvragen of deze indeling nog wel nuttig is. Technologische ontwikkelingen doen vervoerswijzen versmelten en het wordt steeds belangrijker wat er tijdens de rit gebeurt in plaats van met welk vervoermiddel deze plaatsvindt. Denken over nieuwe concepten en indelingen van waaruit we mobiliteit beschouwen zou een van de opgaven moeten zijn tijdens de RUIMTEVOLK Expeditie Mobiliteit van de toekomst op 3 februari.

Stel je moet een dagje naar Parijs. Je kunt de Thalys nemen, vliegen of de rit met je eigen auto maken. Sinds een paar jaar is er ook een andere optie: BlaBlaCar. Via de app of de website maak je een afspraak om voor een bepaald bedrag met iemand mee te rijden die toch al naar Parijs moest. Bij het maken van je keuze voor een BlaBlacar-aanbieder weeg je verschillende, vrij traditionele, dimensies: prijs, vertrektijd en ervaringen van eerdere gebruikers (reviews). Je moet echter nog een keuze maken: de mate waarin je wilt dat de aanbieder tijdens de rit tegen je aanpraat. In het profiel van Blablacar-aanbieder staat ook zijn of haar praatbereidheid. Dus bla (‘je zal me niet vaak horen), blabla (‘ik praat als ik zin heb’) en blablabla (‘ik ben een echte kletskous’).

Het modaliteitsdenken

Wat leert deze innovatie ons over de mobiliteit van de toekomst? In ieder geval twee dingen. Ten eerste zit BlaBlacar tussen een OV-aanbieder (in dit geval de trein) en een auto in; je rijdt weliswaar (mee) in een auto, maar deelt deze met één of meerdere tot dan toe onbekenden. Ten tweede praat je alleen op afspraak, dus als je daar zin in of het karakter voor hebt. Duidelijk is dat voor beide geldt dat de traditionele indeling in vervoerswijzen (auto, OV, fiets, lopen) niet meer standhoudt. Categorieën versmelten, zoals auto en OV, en mobiliteit is niet alleen een manier om van A naar B te komen, maar ook een moment van sociale interactie.

Anders gesteld: werkt het denken in de klassieke vierslag van auto, OV, fiets en lopen nog wel? Of moeten we, vrij naar Kris Peeters: weg van modaliteit? Een mooi voorbeeld is het onderzoek van Roland Kager, ook een van de sprekers op de RUIMTEVOLK Expeditie Mobiliteit van de Toekomst. Zijn onderzoek toont aan dat ongeveer 80 procent van de mensen in Nederland op een aanvaardbare fietsafstand (<7,5 km) van een treinstation woont. Eigenlijk is dit het enige systeem dat kan concurreren met de auto. Maar pas toen het onderzoeksteam van de UvA besloot om de fiets en trein als één geheel te analyseren werd de potentie duidelijk.

Technologische ontwikkelingen zullen het vervagen van modaliteiten alleen maar versterken. Blablacar bijvoorbeeld, maar natuurlijk ook Uber, dat een hele reeks aan mobiliteitsconcepten ontwikkelt die zich moeilijk in bestaande hokjes laten persen. Zo biedt Uber inmiddels gedeeld taxivervoer (Uberpool) aan, maar ook gedeelde ritten naar het werk (Uber Commute). Een recent rapport van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid schetst de verschillende scenario’s van de zelfrijdende auto op de stad van de toekomst. In een van de scenario’s (‘mobility as a service’) zijn auto’s volledig zelfrijdend en gedeeld geworden. Er zijn nauwelijks nog parkeerplaatsen nodig en er is volop ruimte voor fietsers en voetgangers.

Een ander begrippenapparaat

In deze stad is het ook een beetje saai. Met een druk op je smartphone komt er een wagentje voorrijden dat je razendsnel naar je plaats van bestemming brengt. Het is een smart city, geen slome stad. Efficiëntie is het uitgangspunt, dus zo snel mogelijk van A naar B. Maar misschien is wat er tussen A en B gebeurt nog wel veel interessanter. Dat is precies waar BlaBlacar haar naam aan ontleend heeft, de gesprekken tijdens de rit. Of nog sterker: dat is waarom het modernisme gefaald heeft. Mensen willen interactie, speelsheid, frictie. Voor veel mensen is het leven mobiliteit, in plaats van puur een middel is om andere doelen te bereiken.

Hoewel stadsmakers het belang van andere grootheden in toenemende erkennen, is het denken in modaliteiten hardnekkig. De verwachtingen omtrent de zelfrijdende auto zijn hooggespannen, de veiligheid in het verkeer neemt in potentie enorm toe. Maar wat doet het met de openbare ruimte als iedereen zich ineens in een afgesloten capsule verplaatst? En leert de BREVER-wet ons niet dat als de (ervaren) reistijd afneemt mensen verder van hun werk gaan wonen?

Of neem verkeersmodellen, waarop veel beslissingen en investeringen gebaseerd worden. Ze kunnen de autointensiteit (I/C-verhouding) van een weg berekenen, maar niet hoe een straat voelt en ruikt. Misschien is het wel logischer om het te hebben over ‘Van A naar B-mobiliteit’ voor snelle efficiëntie verplaatsingen en over ‘ervaringsmobiliteit’, die spannend of prettig is. Of wellicht over de herwaardering van het bekende, maar nooit echt populair geworden, begrip ‘daily urban system’, waarin je het systeem centraal stelt en hier interventies op kan plegen op basis van waarden als gelijkheid, ruimtelijke kwaliteit en volhoudbaarheid.

De mobiliteit van de toekomst is een ingewikkeld, maar uiterst relevant vraagstuk. Technologische ontwikkelingen stellen bestaande praktijken en denkkaders ter discussie. Stadsmakers hebben hierbij echter wel degelijk wat te kiezen en het maken van deze keuzes begint met een adequaat begrippenapparaat. Een interessante vraag hierbij is of een geüpdatete indeling waarin bijvoorbeeld plaats is voor deelmobiliteit en zelfrijdende auto’s volstaat. Wellicht moeten we wel radicaal anders gaan nadenken over de toekomst van mobiliteit, zoals Kris Peeters overtuigend betoogt. Met hem en vele anderen is dit voer voor verdere discussie tijdens de RUIMTEVOLK Expeditie ‘Mobiliteit van de toekomst’. Het gesprek kan op de heenreis al beginnen, in een Blablacar of gewoon in de trein.

Deze blog is geschreven als bijdrage aan de discussie tijdens de RUIMTEVOLK Expeditie ‘Mobiliteit van de toekomst’ op 3 februari 2016 in Arnhem. Voor wie meer wil weten over taalgebruik en de toekomst mobiliteit is Kris Peeters’ recente boek Weg van Mobiliteit een aanrader.


Beeld boven: Movements, door Marlene Lübke-Ahrens. Onderdeel van de tentoonstelling Elements of Art and Science tijdens Ars Electronica 2015 | PostCity, Festival voor kunst, technologie en maatschappij.

Expeditie

Peter Pelzer Onderzoeker Universiteit Utrecht

Over de auteur

Peter werkt als onderzoeker en docent aan de Urban Futures Studio van de Universiteit Utrecht.



Ook interessant:

Nieuw Zicht op Leiden

Daphne Koenders

Column: Tegenstellingen - de blinde vlek van het ruimtelijk beleid

Hans Peter Benschop

Springplank voor een betere stad

Anne Seghers