IABR–2016 toont wensbeelden van een veranderende economie

25 januari 2016  /  Daphne Koenders

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Als hoogleraar Urban Futures aan de Universiteit Utrecht en voormalig directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving heeft Maarten Hajer zich de laatste jaren laten gelden als iemand die de vakwereld stimuleert om na te denken over de economie en de stedelijke en regionale planning van de 21e eeuw. Toch stelt hij als curator het liefst vragen. Veel vragen. “Dat is de wetenschapper in mij.”

Al heeft hij natuurlijk best antwoorden. Wanneer je vraagt waar de next economy nu al zichtbaar is, raakt hij op dreef. Fonkelende ogen wanneer hij vertelt over oplossingen voor de moderne winkelstraat en de de werk- en verblijfsmilieus in Europese binnensteden. Felheid als het gaat over het ruimtelijk vakgebied. “Natuurlijk vind ik iets van heersende dogma’s, zoals het smart city discours en nietszeggende, veel te brede termen als agglomeratie-effect! Het vakgebied heeft een flinke slinger nodig.”

Aan de ene kant lijkt Maarten Hajer graag zijn kennis te willen delen om de steden richting de next economy te helpen, maar liever laat hij de biennale in samenwerking ontstaan. Met het Curator Team, bestaande uit vooraanstaande ruimtelijk ontwerpers en professionals, maar ook met de bezoeker. “Uiteindelijk vind ik het waardevoller als mensen tot nieuwe inzichten komen, omdat ze het zelf hebben ervaren. Daarom typeert deze biennale zich door heel veel vragen die we samen met de bezoekers gaan beantwoorden. We spreken overigens niet van bezoekers, maar van deelnemers. Ontwerpers, bestuurders, bedrijven en burgers geven de tentoonstelling vorm met hun ideeën en verbeeldingen van de stad van de 21e eeuw. Het is een open uitnodiging.”

Wat is de urgentie van de next economy voor steden in de 21e eeuw?
“Het is een paradox. Het gaat heel goed met de steden ten opzichte van 25 jaar geleden. Er willen meer mensen wonen dan je er kan huisvesten; ze zijn gewilder dan ooit. Maar tegelijkertijd zijn er majeure opgaven; zoals diverse ontwikkelingen die leiden tot toenemende ongelijkheid. In Nederland hebben wij dit lang weten te voorkomen, maar je ziet nu bijvoorbeeld in Amsterdam dat mensen met gemiddelde en lage inkomens buiten de ringweg A10 gedrongen worden. En dan is het in Nederland nog klein bier. In Londen en New York worden mensen zelfs al uit de hele regio gedrukt en daar zijn er steeds meer mensen die de kosten van het vervoer naar het werk niet meer kunnen dragen.”

“Daarbij komt dat de manier waarop de steden zich sinds de Tweede Wereldoorlog hebben ontwikkeld niet houdbaar is. Steden hadden een enorme rugwind doordat fossiele hulpbronnen als onuitputtelijk werden gezien. Daar moeten we helemaal vanaf in de fase die nu komen gaat. En tegelijkertijd moeten we het stedelijk milieu innovatief en productief maken in een tijd die hele andere eisen aan werknemers en aan werklocaties stelt Dat zijn grote uitdagingen voor de next economy: hoe maken we een schone, sociaal-inclusieve en productieve stad?”

Fenixloods-@Maarten-Hajer

De IABR toont wensbeelden van de next economy. Foto: Maarten Hajer

Wat is de rol van de ruimtelijk ontwerper in de next economy?
“Ontwerpers worden gedwongen hun rol te heroverwegen. Vaak ruilen ze de tekentafel al in voor nadenken over de ‘businesscase’, zijn ze bezig met het smeden van coalities en het bij elkaar brengen van de geesten. Hun rol verandert in hoog tempo. Kijk bijvoorbeeld naar de transformatie van het Amsterdamse Buiksloterham, waar de truc van het project is om de juiste partijen samen te brengen. Maar ontwerpers zijn wel bij uitstek geëquipeerd om die nieuwe werkelijkheden voorstelbaar te maken.”

“Veel van wat we zien in de stad is niet te begrijpen via de architectuur en stedenbouw van weleer. Een voorbeeld: het Central District in Rotterdam. Daar staat meer dan honderdduizend vierkante meters kantoor leeg. Het beantwoordt blijkbaar niet aan de vraag. Toch neemt de boekwaarde van die kantoren nog altijd toe, het zijn gewilde objecten voor institutionele beleggers om geld in te beleggen. Ondertussen houdt dat leegstand in stand, midden in de stad. Ruimtelijk ontwerpers worden daarom gedwongen zich bezig te houden met het onderwaterscherm van de stad; ze moeten de stad ook begrijpen via regels en financieringsstromen. Als je dat niet doet, kun je de stad niet goed veranderen.”

Het nieuwe publiek domein

Een andere grote uitdaging is volgens Hajer het waarborgen van het publieke domein. De stedelijke omgeving waarvan iedereen gebruik kan maken. Daar waar ontmoeting en kruisbestuiving plaatsvindt, waar ruimte is voor het onverwachte – daar wordt de nieuwe economie geboren. “Maar de stad produceert die unieke kwaliteiten van stedelijkheid niet vanzelf. (…) een florerend publiek domein is een opgave’, schrijft Hajer in zijn Curator Statement. Deze opgave komt uitvoerig terug in de biennale, alleen al door de keuze van de locatie: de Fenixloods II op Katendrecht in Rotterdam-Zuid. Ooit de plek waar vele migranten aankwamen, nu een levendige, stedelijke omgeving waarmee de IABR nadrukkelijk interactie zoekt door bezoekers te laten ervaren wat de next economy op wijkniveau gaat betekenen.

“In een economie waar steeds meer bedrijven technologie inzetten om geld aan de stad onttrekken, gaan wij nadenken over economieën met een hoge lokale toegevoegde waarde. Dat kan gaan van het opnieuw invoeren van productie in de stad tot het vormgeven van circulaire modellen of het invoeren van een eigen munteenheid. Wij gaan experimenteren met lokaal toegevoegde waarde door samen te werken met kleine bedrijfjes en initiatieven uit Katendrecht en de naastgelegen Afrikaanderwijk. De Afrikaanderwijk Coöperatie, een archipel van kleine wijkondernemers die anticiperen op de next economy, heeft bijvoorbeeld een eigen installatie rondom dit thema en is tegelijkertijd onze partner voor onder andere het leveren van facilitaire diensten voor onze locatie. Ook het IABR–Atelier Utrecht gaat in op die sociale dimensie van de Next Economy. Daar komt ook de ruimtelijke toekomst van de zorg en gezondheid aan bod; dat is iets waar echt veel meer aandacht voor moet komen.”

Zijn er meer plekken waar de next economy al zichtbaar is?
“Ik zie wel interessante ontwikkelingen. De ontmoeting tussen consument en producent in winkelstraten vind ik bijvoorbeeld een hele spannende. Je ziet dat de ketens steeds meer op afstand komen te staan en het kleine ondernemers steeds beter lukt dichter op de wens van de consument te zitten, onder andere door middel van lokale productie. De winkelstraat ontmoet de productiestraat: je fiets wordt geassembleerd wanneer je ‘m koopt. Dat kan wel eens de toekomst zijn van onze wegkwijnende winkelstraten. Die verandering van de keten zou weleens kunnen doorzetten. Misschien komt een deel van de productie inderdaad terug, wat we reshoring noemen. De IABR–Ateliers in Rotterdam en Brussel gaan in op die mogelijkheid.”

Fenixloods

De Fenixloods II in Rotterdam is nu nog leeg, maar straks het kloppende hart van de biennale. Foto: IABR

“Ook de verblijfskwaliteit van de Nederlandse binnensteden biedt kansen. Er is een renaissance gaande van Europese steden, die vaak middeleeuws zijn. Veel hebben de twintigste eeuw eigenlijk glansrijk overleefd. We hebben bijvoorbeeld geprobeerd om ze aan te passen aan de automobiliteit, maar wat we nu zien is dat de auto niet een technologie is die bij deze steden hoort. En zulke steden zijn zo waardevol en zo sterk dat ze zich gewoon weer volledig aanpassen, ze zijn superieur aan nieuwe technologie. Dat deze binnensteden niet autobereikbaar zijn, dat nemen we op de koop toe. Ook in de next economy heeft de 17de eeuwse Nederlandse stad dus weer nieuwe kansen.”

Triomf van het lokale versus grootschaligheid

De vraag is hoe de next economy zich manifesteert op verschillende ruimtelijke schaalniveaus. Hajer ziet bijvoorbeeld nieuwe kansen voor wijken. “Buurten krijgen weer betekenis. De Spaanse architect Vicente Guallart heeft laten zien dat de toekomst niet ligt in centralisatie. Hij spreekt van ‘gedistribueerde’ logica en gebruikt nieuwe technologie juist om lokale plekken betekenis te geven. In de fablabs kunnen kinderen van de lagere school direct werken met nieuwe technologie. Zo worden nieuwe kansen voor het schaalniveau van de wijk en de buurt denkbaar. Dat is denk ik een hartstikke belangrijke gedachte. Dat betekent dat steden die overal kleine bibliotheken sluiten, mogelijk op de verkeerde weg zijn.”

Tegelijkertijd is het volgens Hajer naast de triomf van het lokale ook tijd voor grote interventies en een andere opstelling van de overheid als het gaat om de energietransitie. Onder de noemer ‘2050 – An Energetic Odyssey’ doet IABR–2016 in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en samen met een aantal grote bedrijven als Shell, RWE en Van Oord en de Havenbedrijven van Rotterdam en Amsterdam onderzoek naar de mogelijkheid om vanuit de overheid grootschalige windparken op zee te bouwen. “Ik denk niet dat de 21e eeuw een tijdperk is van de terugtredende overheid, maar veel meer van wat Mazzucato de  ‘entrepreneurial state’ noemt. Ik denk dat de overheid het aan moet durven om van een missie uit te gaan. Sterker nog, die hebben ze ondertekend in Parijs. We laten op IABR–2016 zien dat dat veronderstelt dat je een andere overheidsbenadering nodig hebt: fundamenteel onderzoek instellen en andersoortige ‘public private partnerships’ aangaan op hele grote schaal om te zorgen dat we op de Noordzee windmolens kunnen realiseren. Die energietransitie is een reuze uitdaging. Ook het IABR–Atelier in Groningen komt hier met prachtige nieuwe verbeeldingen.”

Dit klinkt als een missie. Dus er zijn toch ook stellingen op de biennale, naast de vele vraagtekens?
“De vraagtekens hoorden bij de fase van een jaar geleden. Inmiddels hebben we enorm veel geleerd van wat er is onderzocht in de eigen ateliers maar ook van wat er is ingestuurd en gecureerd. We zijn wezenlijk verder. Nu is de verbeelding van de next economy belangrijk. Dingen laten zien zoals ze kunnen zijn. Aan de ene kant zetten we veel vraagtekens bij het bestaande, aan de andere kant creëer je uitzicht op nieuwe mogelijke nieuwe werelden. Mensen moeten op nieuwe gedachten gebracht worden en weggaan met het idee: we kunnen veel meer willen.”

De IABR–2016–THE NEXT ECONOMY vindt plaats van 23 april tot en met 10 juli 2016 in de Fenixloods II in Rotterdam. RUIMTEVOLK werkt als partner samen met de IABR aan het verkennen van de impact van de next economy op ruimtelijke ontwikkelingen en planning. Daarvoor organiseren we onder andere in de maanden april, mei en juni een aantal bijeenkomsten op IABR–2016. Meer informatie daarover volgt binnenkort. 

Foto boven: Maarten Hajer, hoofdcurator van IABR 2016 (Foto: Bob Bronshoff)

iabrNext Economy

Daphne Koenders Stadsgeograaf en journalist

Over de auteur



Ook interessant:

Schipperen tussen grote opgaven en lokale oplossingen

Jeroen Niemans

Nieuw Zicht op Leiden

Daphne Koenders

Werklandschappen als speeltuin van de toekomst

Ana Luisa Moura