Te rustige scenario's?

07 december 2015  /  Hans Peter Benschop

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Afgelopen dinsdag publiceerden het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Planbureau Nederland in 2030 en 2050: twee referentiescenario’s. De studie is de opvolger van de Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving van de twee instituten uit 2006. De scenariostudies zijn belangrijk, al was het maar omdat het Rijk ze als basis gebruikt voor allerlei verkenningen over bijvoorbeeld de toekomst van mobiliteit, wonen of de regionale economie. Opvallend is dat de scenario’s ‘rustig’ zijn; te rustig?

De update van de Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving (WLO) is welkom. Na 2006 zijn we in een crisis beland die de vooruitzichten voor Nederland drastisch heeeft veranderd. In 2012 kwam het Centraal Planbureau echter tot de conclusie dat de oude scenario’s nog stand hielden. Inmiddels is men, denkelijk terecht, op andere conclusies gekomen.

Wat opvalt aan de nieuwe WLO is bescheidenheid. Geen grootse vergezichten over de internationale ontwikkelingen, zoals in de eerdere studie. De planbureaus noemen het zelf ‘rustige’ scenario’s – het is alsof ze verlangen naar wat minder hectische tijden in Nederland dan de afgelopen jaren. Die rust geldt ook voor de veronderstelde economische groei: in het lage scenario is dat 1 procent, in het hoge 2 procent.

Legitimatie

Curieus is de legitimatie om met rustige scenario’s te werken. De eerdere WLO-scenario’s leverden een te grote bandbreedte op om maatregelen te toetsen en toekomstvisies te maken: de extremen lagen te ver uit elkaar. Het was dus lastig beleid maken met de verscheidenheid aan mogelijke werkelijkheden.

Een andere conclusie dan het beperken van de bandbreedte van de scenario’s is dan logischer: zorg dat de beleidsmaatregelen zo aanpasbaar zijn dat ze rekening kunnen houden met die variëteit aan toekomstige ontwikkelingen. De afgelopen jaren toonden immers hoe wild die kunnen zijn. De planbureaus doen het andersom: ze passen hun visie op de werkelijkheid aan, zodat de huidige beleidspraktijk niet hoeft te veranderen.

Concentratie of spreiding

Voor de gebieden buiten de Randstad is het interessant dat men nadrukkelijk werkt met twee mogelijkheden: ofwel een verdere stedelijke concentratie, ofwel een spreiding van mensen en economische dynamiek. Men laat nadrukkelijk in het midden welke impact de techniek op de ruimtelijke ontwikkeling zal hebben.

De studie lijkt hierin het gedachtegoed van de NL2040 scenario’s mee te nemen. De scenario’s die het Centraal Planbureau opstelde voor de toekomst van de Nederlandse economie, waarbij spreiding nadrukkelijk ook één van de mogelijke toekomsten is. Dat is mooi, omdat de planbureaus daarmee ingaan tegen de ‘Triumph of the city’-retoriek die we tegenwoordig vaak horen – en die als we niet oppassen door beleid een self fulfilling prophecy wordt.

Jammer is dan wel weer dat het spreidingsscenario tegelijk een laag economisch scenario is. Hier wreekt zich de scenariomethodiek, die mensen ertoe verleidt tamelijk willekeurige ontwikkelingen aan elkaar te koppelen.

Gelukkig hebben de planbureaus naast de twee scenario’s ook twee ‘aanvullende onzekerheidsverkenningen’ opgesteld. In een daarvan is een hoge economische groei gekoppeld is aan spreiding (zie de publicatie op bladzijde 9 en 10). Voor beleidstoepassingen in gebieden in de Randstad hoeft echter niet naar deze onzekerheidsverkenningen gekeken te worden. In andere gebieden wordt aanbevolen de onzekerheidsverkenningen mee te nemen als het gaat om zaken als mobiliteitsvraagstukken en woningbouwbehoefte.

Conclusie

Het is fijn dat deze actualisatie er nu is. Tegelijkertijd is het best mogelijk dat over een paar jaar de wereld toch weer wilder blijkt dan het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving nu doorgerekend hebben. Dan is het tijd om niet alleen naar andere scenario’s te kijken, maar naar de huidige beleidspraktijk en methoden van het verkennen van de toekomst.

Beeld boven: lorewalravens via Flickr, CC BY SA 2.0

toekomst

Hans Peter Benschop Directeur Trendbureau Overijssel

Over de auteur

Hans Peter Benschop leidt het Trendbureau Overijssel, een onafhankelijk bureau dat toekomstverkenningen maakt voor de (politieke) besluitvorming.



Ook interessant:

Terloopse contacten voor een veerkrachtige stad

Flip Krabbendam en Henriëtta Joosten

Gevangen in de digitale laag

Gerald Hopster

Nieuw perspectief voor Parkstad

Anne Seghers en Kris Oosting