Gentrification is het einde van de eerlijke stad

24 juni 2015  /  Wouter van Gent

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Wouter van Gent, docent en onderzoeker stadsgeografie bij de UvA, schreef voor StadslevenDe Oneerlijke Stad‘ een pleidooi tegen gentrification. Hij reageert hiermee op het essay ‘Laat de gentrifiers maar komen ?!?‘ van hoofd Planologie, Ruimte en Economie van de Gemeente Amsterdam Jos Gadet.

Een echte Amsterdammer ben ik niet. Niet echt althans. Aan het einde van de vorige eeuw ben ik hier komen wonen om te studeren. Ik kwam uit een middelgrote stad uit het oosten en was één van de weinigen uit mijn klas die naar Amsterdam vertrok. De meesten hielden het veilig bij Groningen en Utrecht. Als kind van een inwisselbare homogene buitenwijk, heb ik van jongs af aan de diversiteit en eigenheid van grote steden als Parijs en Rotterdam bewonderd en dit dreef me naar Amsterdam. Het is misschien geen toeval dat ik uiteindelijk docent en onderzoeker in de stadsgeografie aan de UvA ben geworden.

Het wonen in Amsterdam, en later in New York, leerde me een stedelijke houding: je moet mij niet vertellen wat ik moet doen dan vertel ik het jou ook niet: leven en laten leven. Deze houding waarbij je ondanks een heilige overtuiging van het eigen gelijk erkent dat anderen het anders kunnen zien, onderscheidt zich van een meer dorps gemeenschapsidee. Het is misschien niet zo gezellig maar wel noodzakelijk voor het dagelijks leven in een diverse sociale omgeving met veel onbekenden. Je hebt geen alleenrecht op de stad.

Dat niet iedereen deze houding deelt besefte ik toen ik oud-klasgenoten sprak die na hun studententijd naar Amsterdam waren gekomen. Staand in een patserig café hoorde ik hun geklaag over de woningmarkt aan en dat ‘armoedzaaiers en hoofddoekjes’ in sociale huur uit de stad moesten om plaats te maken. De taal was ik wel gewend, maar het gebrek aan erkenning dat allerlei soorten stedelingen hier een thuis hebben was treffend. Zij waren nieuw maar claimden schaamteloos de stad ten koste van anderen.

Laat de gentrifiers maar komen ?!?

Ik moest aan dit voorval denken toen ik ‘Laat die gentrifiers maar komen!’ las van Jos Gadet, hoofdplanoloog Ruimte en Economie. Gemeenteambtenaar Gadet draagt in deze column niet alleen zijn persoonlijke visie uit maar ook het ruimtelijk beleid van de gemeente Amsterdam. Deze is kort samen te vatten: meer middenklasse, meer voorzieningen voor de nieuwe stedeling (evenementen! horeca!) en meer koop- en huurwoningen voor een rijkere groep. Mijn oud-klasgenoten wordt het naar de zin gemaakt en verwend met nieuwe bars en restaurants, langere openingstijden, meer festivals en, heel belangrijk, steeds meer opties op de woningmarkt (privatisering). Dit is natuurlijk goed nieuws voor de hoogopgeleide nieuwkomer maar het is een probleem voor anderen. Een keuze voor jongere middenklasse nieuwkomers impliceert minder aandacht voor de voorkeuren en behoeftes van armeren, ouderen, langdurige bewoners, en mensen die misschien niet van festivals houden of geen gebruik maken van Paradiso en het Concertgebouw, maar wel graag in Amsterdam wonen.

Het belangrijkste nadeel zit in verdringing. Onderzoek wijst uit dat grote vraag en de privatiseringen op de woningmarkt de ruimtelijke segregatie en inkomensongelijkheid tussen bevolkingsgroepen langzaam vergroten. Het verkopen van huurwoningen leidt tot aanzienlijke sociale veranderingen binnen en buiten de ring. De toenemende vraag betekent bijvoorbeeld dat de toegankelijkheid van woningen voor lage inkomens afneemt. Jongeren hebben daarom moeite om zonder hulp van vermogende ouders een plek in de stad te verwerven. Een ander gevolg is een clustering van armoede in buurten met veel sociale huur en een vergrijzing van haar huurders. Tot slot, veel zittende Amsterdammers voelen zich niet meer thuis in eigen straat en stad. Dit zijn niet alleen de allerarmsten. Ook de oorspronkelijke gentrifiers in de Jordaan schrikken van de veranderingen. Sommige oud-bewoners betreuren niks. Voor hen geldt inderdaad: ‘they take the money and run’. Per saldo zal er echter, conform beleid, minder plek voor lage inkomens in Amsterdam zijn, en zal ook de middenklasse meer moeten gaan betalen voor hun woning en de grond. Hogere woonlasten worden vaak als een positief punt naar voren gebracht. Waarom, is mij niet duidelijk. Nederlanders zijn al relatief veel kwijt aan woonlasten.

Beleidsdogma’s: economische groei en de belijdenis van diversiteit

Veel Europese steden worstelen met deze keerzijden van de ‘Triomf van de Stad’. De stad wordt te veel overgenomen door nieuwkomers en, niet onbelangrijk, bezoekers. Waar steden als Barcelona en Berlijn nu actief op zoek gaan naar oplossingen, blijft de Amsterdamse gemeente dogmatisch doorgaan met het aanjagen van het proces van gentrification. Het argument is vaak dat gentrification noodzakelijk is om de steeds zichtbaar wordende concentraties van armoede aan te pakken, maar men vergeet dan dat menging ook betekent dat je de toegankelijkheid in populaire delen van de stad moet blijven waarborgen.

Deze dogmatische houding past in de traditie van de Amsterdamse planners. Het duurde tot het einde van de jaren negentig voordat men de toestroom van middenklasse wilde accommoderen en inzag dat de Pijp echt niet gesloopt hoefde te worden. Nu lijkt men verblind te zijn door marktidealen en stijgende woningprijzen. Het gevolg is het uitbreiden van een pretpark-versie van het Jane Jacobs urbanisme in de ‘ringzone’ en het bouwen van flitsende torens voor het bedrijfsleven en de hotelmarkt daar net buiten – allemaal om de grondpositie van de stad te verbeteren.

De naoorlogse wijken en haar bewoners worden in de recente plannen zo goed als afgeschreven, voor zover ze niet in aanmerking komen voor gentrification. De gemeente staat in dienst van de economie en de planners bouwen aan een stad die aantrekkelijk is voor henzelf; de professionele middenklasse. Zij zouden de economische groei aanjagen. Dit is natuurlijk grote onzin aangezien de economische groei van Amsterdam ook met een grote gereguleerde huursector jarenlang aanzienlijk is geweest. Die gentrifier komt toch wel. Met andere woorden, het is niet: gentrification of ‘Detroit’, een vaak gehoorde valse keuze.

Maar waarom wil de middenklasse eigenlijk in Amsterdam wonen? Werk is natuurlijk de belangrijkste reden maar waarom kiest men voor gehorige apartementen in de 19de eeuwse ring en niet voor een fijne woning in Diemen of Amstelveen? De hippe bars, restaurants en festivals hebben ermee te maken maar het is ook diversiteit aan mensen en activiteiten, waardoor er altijd iets te ontdekken valt en je in aanraking komt met het onbekende. Nu moet dit niet worden overdreven. Mijn oud-klasgenoten gaan misschien liever met elkaar borrelen dan met ‘linkse hippies’, ‘zwervers’ en ‘allochtonen’, maar ze komen wel voor die stadse entourage. Het is het sociale behang waarvoor het lokaal-gebrouwen biertje net iets beter smaakt.

De gemeente erkent de kracht van de gemengde stad. Gadet wijst er ook op. Het is daarom zo opvallend dat diversiteit niet wordt gewaarborgd maar dat de stad er juist voor kiest om processen van verdringing en uitsluiting verder op te voeren. Hoewel sexy Berlijn voor ogen staat, bouwt men verder aan een permanent grachtenfestival omringd door een braaf-burgerlijke biotoop die langzaam uitdijt.

Gentrification als politiek in plaats van moreel vraagstuk

Ik neem overigens de eigengerichtheid van mijn oude vrienden niet kwalijk. Dat is niet alleen omdat ik er zelf ook schuldig aan ben: ik maak ook gebruik van de voorzieningen en ben, net als veel planners, een middenklasse professional en een gelukzoeker van buiten. Dit gegeven is een geliefde stok om critici terug het hok mee in te jagen. Enige hypocrisie is mij zeker niet vreemd, maar ik neem niemand kwalijk op een fijne plek te willen wonen. Er is echter sprake van een collectief handelingsprobleem; als alle middenklasse-huishoudens in staat zijn om in een betaalbare, diverse, en spannende stadswijk te wonen dan zal de diversiteit verdwijnen, de toegankelijkheid verminderen en de voorspelbaarheid toenemen. Niet de onzichtbare hand van de markt is hier van toepassing maar een tragedy of commons. De buurten raken op den duur ook onaantrekkelijk en onbetaalbaar voor de gewilde gentrifiers.

“Let op: deze jonge gentrifiers gaan het hebben over het leed dat gentrification heet. #StaatVanDeStad”

Belangrijk is dat het er niet toe doet wat ik of andere middenklassers doen. Gentrification en ruimtelijke ongelijkheid zijn geen morele maar politiek-bestuurlijke vraagstukken. De gemeente voert nu een beleid met een slechte uitkomst voor iedereen, ook de gentrifiers. De staat is er juist om dit soort negatieve uitkomsten die individuen niet in de hand kunnen hebben te voorkomen door het proces te coördineren.

Het probleem van de wandelaars

Met het oog op het voorgaande verbaast het mij dat de bezwaren zo makkelijk weggewuifd worden als een vooringenomen mening en het ‘bedenken van realiteit’. Gadet ziet zichzelf daarentegen als een wandelaar die ‘de realiteit ziet’ . Dat klinkt heel romantisch en streetwise. Ik zie ook voor me hoe hij in vervoering raakt bij het ontdekken van een nieuwe koffiebar of tot tranen toe geroerd door IJburg schrijdt. Ook zie ik de planoloog zich hoofdschuddend een weg banen door de naoorlogse wildernissen. Maar misschien zit in dit zelfbeeld wel het grote probleem. De wandelaar verliest zich in eigen waarnemingen en claimt de realiteit te kunnen zien.

Het overzicht raakt verloren en daarmee misschien ook wel de stedelijke houding die erkent dat de stad een diverse omgeving is waar jouw gelijk misschien niet gedeeld wordt. Ter afsluiting zou ik dan ook de planners, beleidsmakers, politici en alle andere burgervaders en –moeders van Amsterdam een beetje meer een stedelijke houding willen wensen- ofwel, in plaats van de stad naar het eigen evenbeeld te willen scheppen, te onthouden dat zij de belangen van alle burgers moeten behartigen. Voor de markt bouwen in deze fantastische stad is een koud kunstje, de echte uitdaging is om de stad toegankelijk, leefbaar en divers te houden.

Deze blog is eerder gepubliceerd op Stadsleven

Foto boven: Lente in de Pijp (Franklin Heijnen/ Flickr / CC BY 2.0)

– Wil je meediscussiëren? Kom dan maandag 29 juni om 20:00 naar Stadsleven ‘De oneerlijke stad’ in de Balie.  

Is Amsterdam volgens jou een oneerlijke stad? Wat kan beter? Stuur je vraag aan burgemeester Van der Laan voor de Stadsleven van 29 juni via ‘contact’ op www.stadslevenamsterdam.nl

Nog meer lezen? Financieel geograaf Ewald Engelen schreef samen met Sukhdev Johal, Angelo Salento en Karel Williams een manifest voor het bouwen van een eerlijker stad: Hoe bouwen we een eerlijker stad? – Manifest Ewald Engelen

Gentrification

Wouter van Gent Auteur

Over de auteur

Wouter van Gent is docent en onderzoeker stadsgeografie bij de UvA.



Ook interessant:

Werken aan de productieve stad

Kris Oosting

De ontluikende kracht van middelgroot

Anne Seghers

De verborgen verhalen van Rotterdam

Teun van den Ende