Nieuwe economie staat los van oude fantasieën

21 mei 2015  /  RUIMTEVOLK

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

We leven in een tijd van grote verandering en daarmee grote onzekerheid. Een ding is duidelijk: de toekomst is aan de stad. Overal ter wereld trekken mensen naar de steden in de hoop te profiteren van nabijheid, dichtheid en diversiteit. De stad kan het antwoord zijn op de ontwikkelingen van het tijdperk waarin we nu leven, maar alleen als we onze oude conceptualisaties van stedelijke groei loslaten. Dat stelt Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving en curator van de Internationale Architectuur Biënnale 2016, tijdens zijn lezing op de Urban Transformation Conference op 18 mei in Rotterdam.

Volgens Hajer staan we aan de voet van een nieuwe economie. Maar wat houdt dat precies in? “We leven nu in een tijdperk dat het verleden van de toekomst onderscheidt”, vertelt hij. “We zijn aan het einde gekomen van het tijdperk dat in de jaren ’50 begon: dat van wederopbouw en grote economische groei.” In de jaren ’50 draaide alles om lineaire economische groei. De auto werd een gebruiksgoed voor iedereen en daarmee kwam het suburbane wonen op. Dat dit zou leiden tot een enorme toename in het vervoer van personen en goederen gaf niet, want de belofte was dat kernenergie zou zorgen voor goedkope energie om deze levensstijl mogelijk te maken.

‘Urban imaginaries’

“Dat was de ‘next economy’ van toen”, meent Hajer. Over die vernieuwingen werd volgens de curator vooraf op dezelfde manier gespeculeerd als nu over de toekomstige stad en ontwikkelingen als de smart city. Als voorbeeld van de ongekende verwachtingen noemt Hajer de tentoonstelling Futurama die in 1939 plaatsvond als onderdeel van de Wereldtentoonstelling in New York, waar mensen de technieken van de jaren ’60 alvast konden bekijken. Hajer noemt deze fantasieën ‘urban imaginaries’. Er waren onderdelen van ‘the modern city’ te zien, zoals scheiding van functies en de suburbane levensstijl. “Veel van de dingen die op deze tentoonstelling vertoond werden, zijn werkelijkheid geworden”, concludeert Hajer.

Volgens de IABR-curator zitten er in de ‘next economy van toen’ aanknopingspunten voor de transitie naar een nieuwe economie nu. In de jaren 50 was er namelijk een groot technologisch optimisme en een zogenaamde ‘post war consensus’ onder politici. Nu is hetzelfde technologisch optimisme aanwezig en willen politici ook graag keuzes maken voor de toekomst . Ook nu zijn er nu hetzelfde soort ‘urban imaginaries’ over de ‘smart city’ met voorstellingen van onder andere 3D-printers en zelfrijdende auto’s. “Je kunt geen krant openslaan of het gaat over bijvoorbeeld de zelfrijdende auto.” Hajer vertelt dat de ‘urban imaginaries’ op deze manier macht uitoefenen. Zonder dat ze het doorhebben, gaan mensen de komst van de zelfrijdende auto vanzelfsprekend vinden.

“Maar zorgen de technieken uit de ‘urban imaginaries’ vanzelfsprekend voor de best denkbare stedelijke werkelijkheid?”, vraagt hij af. Volgens hem moeten we goed nadenken wat de toekomst van de stad is. Nu met de groeiende ongelijkheid en de grote mondiale trek naar de steden, moeten we bijvoorbeeld niet alleen denken aan een zelfrijdende auto, maar aan een totale heroverweging van onze gehele infrastructuur, ooit aangelegd om de huidige economie te faciliteren.

Hajer-UTC2015

Maarten Hajer op de Urban Transformation Conference 2015. Foto: RUIMTEVOLK

De omgeving moet worden ingericht op de komst van deze nieuwe economie en de gevolgen van deze keuzes. “De implicatie van de trek naar de steden is dat er banen nodig zijn. Als we de banen in een hoge dichtheid bij elkaar creëren, betekent dat dat mensen verder moeten wonen en dat de urbanisatie de armen wegdrukt uit de stad”, geeft Hajer als voorbeeld. “Hoe zorgen we te midden van zulke ontwikkelingen dat de stedelijke kwaliteiten als nabijheid, dichtheid en diversiteit lokaal waarde toevoegen aan de steden en economie?”

Dat zijn de vraagstukken van de economie van de toekomst, die tijdens de IABR 2016 door middel van verschillende projecten onderzocht gaan worden. “In de stad van de 21e eeuw moeten we dealen met de nieuwe uitdagingen waar we voor staan, in plaats van doorgaan in het oude economische paradigma van lineaire groei, efficiency en verbeteren wat we hebben en fantaseren in de oude lijn.”

Foto boven: De modernistische functiescheiding was voor het eerst te zien op de tentoonstelling Futurama, onderdeel van de Wereldtentoonstelling in New York in 1939. (WikiCommons)

Circulaire stadiabrInfrastructuurNederland ProductielandToekomst van de Stad



Ook interessant:

Het publiek domein als grote gelijkmaker

Anne Seghers en Sjors de Vries

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans

Een ruimte van verschil

Hans Teerds