Wordt toerisme het Amsterdamse monster van Frankenstein?

19 mei 2015  /  Letty Reimerink

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Amsterdam zet vol in op toerisme. Het levert inkomsten op voor de gemeente, creëert banen en biedt mogelijkheden om oude panden nieuw leven in te blazen. Maar waar ligt de grens? De bevolking begint te morren. In Barcelona is inmiddels een ware volksopstand tegen toerisme uitgebroken. Willen we ook die kant op? Wat eenmaal is gecreëerd, kan je niet zomaar weer afbreken. De vraag is of we niet langzaam een monster van Frankenstein aan het creëren zijn.

Vanaf 2006 heeft Amsterdam fors geïnvesteerd in nieuwe hotelkamers. De toename van 9000 hotelkamers sindsdien heeft niet geleid tot een daling van de prijzen, noch van de bezettingsgraad, die met 75 à 80% ongekend hoog is. Alleen al het afgelopen jaar is het aantal overnachtingen met 10% gestegen. De gemeente profiteert groots van al dat horeca-ondernemerschap met een toeristenbelasting van maar liefst 5% op elke hotelovernachting. Daarnaast levert het toerisme zo’n 55.000 fulltime banen op.

‘Trolleyterreur’ versus verrassende ontmoetingsplekken

De druk op het centrum neemt wel ongekende proporties aan. Wim Pijbes van het Rijksmuseum klaagt over vuil op straat en overlast van lallende bierfietsberijders. Omwonenden spreken van ’trolleyterreur’ Als oplossing bedacht de gemeente het spreidingsbeleid. Hotelvergunningen voor het centrum worden niet meer afgegeven; wie een hotel wil openen kan terecht in de omringende wijken en krijgt bovendien als opdracht mee te zorgen voor een ‘verbinding met de buurt’. Hotels moeten geen gesloten forten meer zijn, maar publieke ontmoetingsplekken creëren, die ook voor buurtbewoners interessant zijn. Dat heeft inmiddels een aantal verrassende concepten opgeleverd, zoals het Volkshotel met dakterras in Oost of het Apollo-hotel dat in de winter zijn dakterras ombouwde tot ijsbaan.

Spreiding wordt ook toegepast door de omgeving van Amsterdam sterker te promoten. Zo heet het Muiderslot tegenwoordig ‘Amsterdam Castle’ en is Zandvoort aan Zee omgedoopt tot ‘Amsterdam Beach’. De strategie is succesvol en volgens Amsterdam Marketing is het percentage toeristen dat ook een bezoek brengt aan de omgeving de afgelopen jaren met 30 procent toegenomen. Alleen zal het succesvolle spreidingsbeleid er niet toe leiden dat de druk op het centrum minder wordt. Immers, iedereen wil toch een bezoek brengen aan het Rijksmuseum of het Anne Frankhuis, twee van de meest populaire attracties.

Foto 2

“Stop the fucking hotel”. Door: Letty Reimerink.

Volksopstand in Berlijn en Barcelona

In Barcelona heeft de bevolking genoeg van de toeristen en is inmiddels een ware volksopstand uitgebroken. Dat wordt mede ingegeven door het grote succes van particuliere verhuur via Airbnb, waardoor wijken leiden aan sociale ontwrichting, omdat appartementen alleen nog worden gebruikt voor tijdelijke verhuur.

Volgens berichten in onder meer HP|DeTijd, de website InSpanje.nl en het Belgische Nieuwsblad klagen de mensen over rommel op straat, herrie, illegale verhuur en halfnaakte toeristen die van het strand de binnenstad in lopen. Op de overdekte markt La Boquería zijn ze er ook klaar mee, want toeristen komen alleen maar kijken, maar kopen geen etenswaren. Het toerisme is goed voor maar liefst 14% van de economie van Barcelona en veel mensen willen hun appartement verhuren om een centje bij te verdienen in economisch zware tijden, maar de meeste bewoners zien vooral de nadelen. Bij de politiek vinden ze tot nog toe geen luisterend oor.

Berlijn kampt met vergelijkbare problemen. Ook daar stijgt het aantal bezoekers elkaar jaar naar nieuwe recordhoogten en verdienen 275.000 mensen hun brood in het toerisme. Men probeert hier toeristen manieren bij te brengen, via allerlei ge- en verboden, maar die serieuze aanpak werpt nog weinig vruchten af. De massale particuliere woningverhuur aan toeristen wil het stadsbestuur te lijf gaan met de zogenaamde Zweckentfremdungsverbotsverordnung; zo’n fantastische Duitse term die indruk maakt, maar helaas zijn er nauwelijks controleurs om de vergunning die je moet aanvragen voor verhuur te controleren.

In Amsterdam worden 10.000 kamers en appartementen via Airbnb aangeboden, maar de gemeente heeft nog geen onderzoek gedaan naar de effecten hiervan. Officieel moeten verhuurders nu ook toeristenbelasting betalen en dit wordt via een deal met Airbnb geïnd. Dat spekt opnieuw de gemeentekas.

Hotels enige hoop oude gebouwen

Er is bovendien nog een reden waarom toerisme de melkkoe voor Amsterdam is. Veel nieuwe hotels openen in gebouwen die eerst een andere bestemming hadden. Oude kantoren, fabrieken en scholen krijgen zo een nieuw bestaan. Sterker nog, een hotel is vaak de enige optie om dergelijke panden nieuw leven in te blazen. Creatieve broedplaatsen, studentenwoningen en andere mogelijke invullingen leveren geen sluitende begroting op, hotels wel. Tijdens een discussiebijeenkomst over hotels in bestaande gebouwen, die ARCAM onlangs organiseerde, stelde hotelloods René van Schie daarom de voorzichtige vraag aan het publiek of de gemeente Amsterdam toch niet wat coulanter moet worden als het gaat om hotels in het centrum als daarmee de mogelijkheid gecreëerd wordt panden succesvol te transformeren. Het publiek reageerde kritisch, maar de reflex vanuit de gemeente is goed te begrijpen.

Toch zou de gemeente ook best wat kritischer mogen kijken naar de groei van het toerisme. Toeristen geven levendigheid en zijn in meerdere opzichten goed voor de economie, dat is duidelijk. Maar het begint te knellen. Hoeveel hotels kan een buurt aan? Hoeveel gezellige publieke ontmoetingsruimten zijn er nodig? In West is er fel protest tegen een geplande short-stay locatie, waar eerst ouderenhuisvesting voor mensen uit de buurt was gepland. Hiervoor is geen geld meer. Voor hotels wel, want die leveren geld op. Het volk mort. Je kunt je afvragen of de gemeente niet langzaam een monster van Frankenstein aan het creëren is. Op een gegeven moment is het zo groot, dat je het niet meer in de hand hebt. Hotels die eenmaal gebouwd zijn, verdwijnen niet zomaar weer. We moeten dus op tijd op de rem trappen als we niet Barcelona achterna willen gaan.

Lees ook het artikel van Letty Reimerink op Cityscope.

Foto boven: “Amsterdam!” (Andrew Magill/CC BY 2.0)

AmsterdamToeristen

Letty Reimerink Freelance publicist en (stads)psycholoog

Over de auteur

Letty Reimerink is (stads)psycholoog, freelance publicist, tekstschrijver en moderator. Zij schrijft vanuit het menselijke perspectief over thema's rond migratie, metropool en mondialisering, onder meer voor Building Business en tegenwoordig voor Citiscope. In Colombia deed zij onderzoek naar de sociaal-economische impact van een openluchtroltrap in een arme wijk. Daarnaast treedt zij op als gespreksleider en extern procesbegeleider bij participatietrajecten.



Ook interessant:

Gevangen in de digitale laag

Gerald Hopster

Werken aan de productieve stad

Kris Oosting

Ruimte voor de toekomst van werk

Freek Liebrand