Marke Mallem, of hoe burgers tot initiatief verleid kunnen worden

31 maart 2015  /  Bas Breman, Irini Salverda en Robert Jan Fontein

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Een actieve samenwerking tussen de overheid en bewoners, dat is Marke Mallem. Rondom rivier De Berkel in Eibergen is een op de middeleeuwen geïnspireerde bestuursvorm opgebouwd waarbij een groep actieve bewoners het landschap beheert in samenspraak met het waterschap. Een geslaagd burgerinitiatief? Nee, een geslaagd voorbeeld van hoe de participatiesamenleving op een interactieve manier vorm kan krijgen, dankzij een vernieuwende en inspirerende proactieve rol die de overheid heeft gespeeld.

Ze behoren ongetwijfeld tot de ‘trending topics’ van de laatste tijd: ‘dé participatiesamenleving’ en ‘hét burgerinitiatief’. Ook als het gaat om het beheer van de groene ruimte wordt veel verwacht van ‘nieuwe vormen van maatschappelijke betrokkenheid’, getuige onder andere de vorig jaar verschenen Rijksnatuurvisie Natuurlijk Verder. Veel mensen kennen wel een voorbeeld van een geslaagd groen burgerinitiatief als stadslandbouw of het beheer van een natuurterrein. Tegelijkertijd is het vaak nog een behoorlijke ‘black box’ waar en wanneer er wel of geen levensvatbare (groene) initiatieven ontstaan.

Marke Mallem

Interessant is dan ook het voorbeeld van Marke Mallem waar het waterschap Rijn en IJssel als lokale overheid als het ware zelf een burgerinitiatief geëntameerd heeft. Geïnspireerd door de oude Marke uit de Middeleeuwen, is in een gebied van zo’n 40 hectare rondom Eibergen stapsgewijs een nieuwe vorm van zelfbestuur ontstaan. De ervaringen met Marke Mallem werpen een nieuw licht op het (groene) burgerinitiatief. Wanneer een lokale overheid zelf burgers kan verleiden tot initiatief, vergroot dit het potentieel van burgerkracht en verdwijnt een deel van de grilligheid en onvoorspelbaarheid ervan.

De kiem voor Marke Mallem ligt bij een innovatieprogramma van de Unie van Waterschappen in 2008, waar het waterschap Rijn en IJssel een voorstel indient om te komen tot een verregaande vorm van zelfbestuur. Hoewel de prijsvraag niet wordt gewonnen besluit het waterschap om hier toch zelf op in te zetten. Op initiatief van de toenmalige Dijkgraaf worden in 2009 een aantal sleutelfiguren uit de Eibergse gemeenschap uitgenodigd om mee te denken over de vorming van een mogelijke Marke rondom de rivier De Berkel in Eibergen. Wanneer blijkt dat deze sleutelfiguren de handschoen op willen pakken wordt samen met het waterschap de initiatiefgroep Marke Mallem opgericht.

Gaandeweg wordt het initiatief gezamenlijk handen en voeten gegeven en in 2010 wordt de Stichting Marke Mallem opgericht, bestaande uit lokale bewoners, met medewerkers van het waterschap en de lokale gemeente als adviseurs. In 2010 volgt de formele overdracht van de zeggenschap over een groot aantal percelen langs de Berkel van het waterschap naar de stichting.

Nadat de Stichting Marke Mallem in 2014 een gedetailleerd beheer- en onderhoudsplan heeft opgesteld wordt zij ook formeel verantwoordelijk voor het onderhoud van de gronden. In totaal gaat het om 40 hectare langs De Berkel over een lengte van 3 km. Gaandeweg weet de Stichting Marke Mallem ook andere lokale partijen bij het beheer van de gronden te betrekken en organiseert zij ook nieuwe activiteiten.

MarkeMallem-overzicht

Overzichtskaart Marke Mallem (beeld: Stichting Marke Mallem)

Een ‘Top-down geïnitieerde Bottom-up beweging’

Het initiatief van Marke Mallem is actueel in een tijd waarin het denken over ‘de eigen kracht van burgers’ centraal staat. Mede daarom is dit initiatief recentelijk geëvalueerd. Het bijzondere aan Marke Mallem is dat dit initiatief een duidelijk groeiproces laat zien waarin de (latent aanwezige) kracht van burgers actief wordt aangeboord, gecultiveerd en tot bloei komt met als gevolg dat gaandeweg de rollen en verantwoordelijkheden van burgers én overheid zijn gaan verschuiven.

Marke Mallem is begonnen als een vorm van burgerparticipatie waarbij de overheid een delegatie van burgers heeft uitgenodigd om zich actief te bemoeien met het beheer van (een deel van) haar gronden. Na een korte aanloopperiode, waarin het van twee kanten zoeken was wat men voor elkaar kon betekenen, is al vrij snel een proces van co-creatie tot stand gekomen waarin burgers en overheid geleidelijk aan gezamenlijk vorm en inhoud hebben gegeven aan het initiatief Marke Mallem.

Het initiatief is steeds meer verschoven van het waterschap naar (een groep van) burgers uit het gebied rondom Eibergen. In de huidige situatie is er sprake van een hoge mate van zelfsturing door de Stichting Marke Mallem en wordt gesproken van een burgerinitiatief. Nu is er sprake van overheidsparticipatie, waarbij het waterschap de Stichting ondersteunt.

Marke Mallem is strikt genomen niet begonnen als burgerinitiatief maar heeft geleidelijk aan wel steeds meer dat karakter gekregen. Het initiatief van Marke Mallem laat zien hoe ‘actief burgerschap’ in interactie met beleid kan ontstaan. In feite zou je hier kunnen spreken over een ‘Top-down geïnitieerde Bottom-up beweging’.

Vijf rollen van de overheid (bron: Salverda, I., e.a. (2015), Meervoudige democratie, Meer ruimte voor burgerinitiatieven in het natuurdomein, Wageningen: Alterra Wageningen UR)

Vijf rollen van de overheid (bron: Salverda, I., e.a. (2015), Meervoudige democratie, Meer ruimte voor burgerinitiatieven in het natuurdomein, Wageningen: Alterra Wageningen UR)

‘Lessons learned’

De meeste betrokkenen zijn positief over het initiatief van Marke Mallem. Er is waardering voor het samenspel tussen verschillende lokale partijen en de toegenomen dynamiek in het gebied. Ook het waterschap Rijn en IJssel krijgt lof voor het lef om verantwoordelijkheden te delen en los te laten. Daarmee kan Marke Mallem ook als inspirerend voorbeeld dienen voor andere overheden die lokaal initiatief willen stimuleren. Tegelijkertijd heeft de evaluatie ook een paar aandachtspunten opgeleverd:

  1. Hoewel het initiatief Marke Mallem heeft geleid tot een verregaande vorm van participatie binnen de lokale gemeenschap (namelijk zelfbestuur) is er (nog) niet direct sprake van een breed gedragen initiatief. Mede doordat het initiatief Marke Mallem vanaf het begin kon bogen op ‘commitment en credits’ bij het waterschap heeft het nooit echt de lokale gemeenschap hoeven mobiliseren. Veel burgerinitiatieven moeten eerst door een fase van zoeken naar bestaansrecht en overwinnen van weerstand. Hoewel een dergelijk proces tijdrovend en frustrerend kan zijn vergroot het wel de kans dat het initiatief stevig geworteld raakt in de lokale gemeenschap. Dit ‘wortelen’ is iets wat bij Marke Mallem met terugwerkende kracht nog moet plaatsvinden;
  2. Bij de oorspronkelijke sleutelfiguren binnen de Eibergse gemeenschap was aanvankelijk geen intrinsieke aanleiding of motivatie om het initiatief te starten. Het waterschap heeft hen benaderd en ze hebben echt tijd nodig gehad om zich het initiatief eigen te maken. Ook dit is anders dan veel andere burgerinitiatieven. Vaak is het juist de persoonlijke passie van een trekker en diens inhoudelijke drive wat anderen ‘raakt’ en enthousiasmeert. Dit verklaart mede waarom het initiatief Marke Mallem in eerste instantie moeite had om het draagvlak te verbreden.
  3. Het initiatief van Marke Mallem is vrij snel vastgelegd in een formele organisatievorm (stichting). Dit was weliswaar nuttig in de afstemming met het waterschap, het creëerde ook een wat gesloten, zakelijke organisatie waarin niet direct ruimte was voor ‘ongeorganiseerde betrokkenheid’ van derden. (Potentiële) belangstellenden moeten vaak eerst even kunnen ‘snuffelen’ aan een initiatief. Dit pleit ervoor om naast een formele organisatievorm vooral ook aandacht te hebben voor meer informele en sociale mechanismen. Persoonlijke communicatie tussen mensen speelt daarin een cruciale rol.

Het initiatief van Marke Mallem laat zien hoe de participatiesamenleving op een interactieve manier vorm kan krijgen. De proactieve rol die het waterschap daarbij heeft vervuld en het proces van co-creatie met lokale sleutelfiguren is vernieuwend en kan inspirerend werken voor andere (lokale) overheden. Wel is het zo dat zowel het waterschap als de Stichting Marke Mallem beiden aangeven dat ‘actief burgerschap’ een vak apart is dat vraagt om veel geduld en oefening. In haar essay 5 misverstanden over de participatiesamenleving spreekt Eveline Tonkens in dit verband over ‘Burgerschap als ambacht’. Binnen het Waterschap Rijn en IJssel leeft een breed gedragen ambitie om dit ambacht weer onder de knie te krijgen. Dit pleit ervoor dat zij nog veel vaker, ook op andere plekken, experimenteert met initiatieven in- en vanuit de samenleving. Daarmee kon het waterschap zowel zichzelf, als de (participatie)samenleving wel eens een grote dienst bewijzen.

Foto boven: Marke Mallem (foto: Bas Breman)

AchterhoekbeheerBurgerinitiatiefgovernanceparticipatiesamenleving

Bas Breman Onderzoeker

Over de auteur

Bas Breman is als onderzoeker en kenniscoördinator werkzaam bij Alterra Wageningen UR, op het snijvlak van ruimtelijke en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen. Hij is betrokken bij het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions en heeft een passie voor de fiets.

Irini Salverda Onderzoeker

Over de auteur

Irini Salverda is onderzoeker bij Alterra Wageningen UR.

Robert Jan Fontein Onderzoeker

Over de auteur

Robert Jan is bestuurskundig onderzoeker en sociaal geograaf bij Alterra. Hij doet onderzoek naar sturingsvraagstukken in het landelijk en stedelijk gebied.



Ook interessant:

'NL Magazine gaat voor de sprong voorwaarts'

Redactie NL Magazine

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers