Overheid: investeer mee in de circulaire economie!

10 maart 2015  /  Daphne Koenders

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

“De circulaire economie komt op de kaart te staan, maar we staan nog helemaal aan het begin.” Steeds meer bedrijven ontwikkelen duurzame businessmodellen, maar voor de overgang van een vervuilende naar een slimmere, circulaire stad moet er volgens pionier in de circulaire economie Jan Jongert nog veel gebeuren. Het ‘metabolisme van de stad’ moet concreet gemaakt worden. Tot nu toe worden er te weinig analyses gemaakt van de stromen van goederen, energie, water, voedsel en kapitaal door de stad. En de verandering van het belastingstelsel biedt kansen om een duurzamere stad te faciliteren in plaats van tegen te werken. In de circulaire stad is de overheid een belangrijke speler.

Jan Jongert was als een van de eersten in Nederland bezig met het metabolisme van de stad. Al in 1997 schreef hij: “We moeten bij het ontwerpen van een gebouw uitgaan van wat er is: de zonnestand, begroeiing, water en proberen om zoveel mogelijk lokale materialen in te zetten.” Deze filosofie werd toen nog niet breed gedragen. Met zijn bureau Superuse Studio’s focust hij zich al jaren op onderzoek naar het metabolisme van de stad en ontwerp met bestaande materialen.

U was als een van de eersten bezig met de stromen van de stad. Is er in de afgelopen jaren veel veranderd?

“Ik ben nu zo’n 17 jaar met dit onderwerp bezig en sinds 5 tot 7 jaar merk ik dat meer mensen begrijpen waar we mee bezig zijn. In het begin werd de filosofie nog niet breed gedragen, omdat architecten toen uitgingen van een ‘tabula rasa’. Ze maakten eerst een ontwerp en keken daarna pas welke materialen er nodig waren. In 2008 was er een aflevering van Tegenlicht over cradle to cradle. Deze documentaire liet zien dat het idealisme van kringlopen niet alleen vanuit milieuoogpunt zinvol is, maar dat er ook economisch voordeel uit te halen valt. Dit heeft een grote groep sceptici geïnteresseerd en gezorgd voor een enorme vergroting van het draagvlak in Nederland. En veel recenter zijn organisaties zo aan het transformeren dat er echt ruimte ontstaat om het te gaan toepassen.”

Is het een hype of gaat de circulaire economie er echt komen?

“Zoals ik het zie komt de circulaire economie komende jaren echt op de kaart te staan in Nederland, maar we staan nog helemaal aan het begin. Er zijn nog heel weinig specialisten op dit gebied en veel verschillende interpretaties mogelijk. Ook zijn er verschillende vormen waarin het werken met de stromen in de stad zich kan ontwikkelen. Een grote rol daarin speelt in mijn ogen de ondersteuning vanuit de overheid. Ik ken veel bedrijven die met de circulaire economie bezig zijn, maar weinig die echt rendabel zijn. De meeste grote bedrijven doen dit als bij-activiteit.”

Wat kan de overheid doen om de stad circulairder te maken?

“De meest effectieve manier is een verandering van het belastingstelsel. Iets wat momenteel op de politieke agenda staat. In die verandering zou er een verschuiving moeten komen van het belasten van arbeid naar het belasten van grondstoffen. Je wil eigenlijk dat zoveel mogelijk mensen aan het werk zijn en dat er zo efficiënt mogelijk met grondstoffen wordt omgegaan. Nu zorgt belastingsysteem voor precies de tegenovergestelde impulsen. Het jaagt arbeid weg naar lagelonenlanden en houdt verkwistend omgaan met grondstoffen goedkoop. Investeringen van bedrijven zijn nu gericht op het minimaliseren van arbeid en er is geen impuls om bijvoorbeeld transport te beperken. Dat is een contraproductieve manier van investeren.”

“Verder moeten de verschillende stromen rondom de stad veel beter in kaart worden gebracht. Waar zitten de belangrijkste noden en waar treedt overschot op? Hier zien we een belangrijke rol voor provincies en gemeenten weggelegd. Voor bedrijven zijn er al scans om in beeld te krijgen op welke manier ze meer maatschappelijk verantwoord en duurzaam kunnen ondernemen en wat hun prestatie op deze gebieden is. Zulke verkenningen kunnen veel breder ingezet worden, met name om de relaties tussen bedrijven en wijken te versterken. Zo valt op grotere schaal profijt te halen uit samenwerkingen en verbindingen, bijvoorbeeld op het niveau van bedrijventerreinen of zelfs hele regio’s. Op deze manier wordt ook de kennis ontwikkeld die zo hard nodig is. Met Superuse Studio’s maken we deze verkenningen nu voor onze projecten, maar er zijn nog veel te weinig specialisten en bronnen op dit gebied.”

Wat kunnen bedrijven nu al veranderen?

“Het is al goed mogelijk om verdienmodellen aan te passen of nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen, bijvoorbeeld met productieafval. Van Gansewinkel betaalt normaal 25 cent per kilo aan reststukken staal. In plaats van dit staal af te voeren naar de hoogovens, kopen wij dit direct op om te gebruiken in onze projecten en daar betalen we 10 tot 15 procent meer voor. Zo houdt het afvalbedrijf meer over, voor ons is er een marge en de klant krijgt een goedkoper product. Kortom, een meerwaarde in het systeem waar iedereen profijt van heeft. Op deze manier proberen we ook andere bedrijven te helpen een nieuwe rol te nemen. We hebben hiervoor de ‘Oogstkaart’ gelanceerd, een platform van vraag en aanbod van restmaterialen.”

JanJongert

Jan Jongert Foto: LinkedIn

Met welke stroom bent u op dit moment het meest bezig?

“In de praktijk bestaat het grootste deel van onze activiteit uit het creëren van waarde in afvalstromen uit bedrijven en de bouw, maar wij zien cultuur ook als een stroom die waarde kan creëren. Dit is een van de lastigste stromen om te veranderen en daarom denk ik er veel over na. Wat zorgt ervoor dat een manier van denken een bepaalde richting opgaat? We proberen het te beïnvloeden door projecten te realiseren die bewijzen dat het werkt, maar dat is een langzame methode.”

“Ik heb er wel vertrouwen in dat de omslag er gaat komen, maar vaak is die afhankelijk van verschillende invloeden. Stel dat we in Nederland alle gebouwen met kringloopmateriaal realiseren. Dan zal het effect daarvan op het gebied van duurzaamheid wereldwijd minimaal zijn. Maar waar wij in Nederland wel goed in zijn, is media en publiciteit. Dus als we laten zien wat wij hier op kleine schaal doen, kan het effect daarvan in andere landen veel groter zijn.”

“Een goed voorbeeld daarvan is de tango. Die werd al geruime tijd in Argentinië gedanst, maar pas toen de dans in Parijs hip werd, sloeg de cultuur in Argentinië om en werd de tango de nationale trots en wereldwijd bekend. Dit bedoel ik met zo’n cultuurverandering. Als we willen dat onze samenleving levensvatbaar blijft, kunnen we niet voortbouwen op principes uit de jaren 50, zoals nu nog veel gebeurt. Hiervoor zal de cultuur echt moeten veranderen.”

Foto boven: Wikado speeltuin Rotterdam, een project van Superuse Studios. (Dennis Guzzo/ Flickr)

Circulaire stadJaar van de RuimteNederland Kringloopland

Daphne Koenders Stadsgeograaf en journalist

Over de auteur



Ook interessant:

Schipperen tussen grote opgaven en lokale oplossingen

Jeroen Niemans

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers