Van wie is Rotterdam?

23 november 2014  /  Gerben Helleman

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

De New York Times en de reisgids Rough Guide hadden Rotterdam al benoemd tot een topbestemming, maar vorige week riep de Britse denktank Academy of Urbanism de havenstad ook nog eens uit tot stad van het jaar. Deze nieuwe aandacht heeft voor een deel te maken met de onlangs opgeleverde Markthal. Waar naast trots ook kritiek op is. Op het gebouw (“plofkip architectuur”), maar vooral op de gekozen doelgroep. Passen deze ontwikkelingen wel in “een arbeidsstad als Rotterdam”? Zo zouden de ‘marktkramen’ zich met hun producten en prijzen te veel op het midden- en dure segment richten. Ook de woningen – die de markthal omringen – zijn in het duurdere segment. En dus is er weer een discussie ontstaan over nut en noodzaak van dit soort gebouwen. In NRC.next schreven twee Rotterdammers (Özdil & Van Veelen, 2014) een meer dan kritisch stuk. In hun ogen is de Markthal “een historische clusterfuck van gentrificatie, segregatie, en neoliberalisme; van nep-authenticiteit, braaf gepapegaaid door eerbiedige journalistiek”.

Gentrification
Daarmee is de vraag voor/van wie de stad is, weer helemaal terug. Doordat het bij dit soort discussies al snel gaat om een klassenstrijd tussen hogere en lagere inkomens valt ook regelmatig de term gentrification. Het ‘buzzwoord’ uit de jaren tachtig en negentig over de opleving en vernieuwing van verouderde wijken. Veelal gekenmerkt door een verdringing van lagere inkomens door de instroom van hogere inkomens. Over de oorzaken (en gevolgen) van dit buurtveranderingsproces bestaat in de vakwereld veel discussie. Er is een stroming die meer redeneert vanuit de vraag en een vanuit het aanbod. Bij de eerste gaat het over de opkomst van een nieuwe middenklasse met een eigen (binnen)stedelijke leefstijl. Die niet alleen een strategische woonlocatie verlangen maar ook in de nabijheid willen wonen van culturele, recreatieve en dienstverlenende voorzieningen. Deze stroming gaat volledig uit van een proces van onderop: er is een vraag en het aanbod volgt dan vanzelf. Anderen betogen dat de beschikbaarheid van goede huizen een veel belangrijkere rol spelen, omdat ‘yuppies’ volgens hen niet in verpauperde woningen gaan wonen. Gentrification is in deze optiek dus geen autonoom proces maar een verschijnsel dat ontstaat door de inzet van marktpartijen en overheden.

Markthal-Rotterdam-door-Remundo

Markthal Rotterdam. Foto (bewerkt): Remundo (CC BY 20), https://www.flickr.com/photos/remundo/

Rotterdamse praktijk
Je zou kunnen stellen dat gentrification statistisch is te traceren aan de hand van een toename van het aandeel hogere inkomens en/of afname van het aandeel lagere inkomens. Laten we eens met behulp van de beschikbare cijfers kijken hoe dat zit in de wijk Stadsdriehoek, waar de Markthal staat. Het gemiddelde besteedbare inkomen is de afgelopen jaren in deze wijk gestegen. Tussen 2006 en 2011 met 15% (Rotterdam: 11%). Het aandeel hogere inkomens is echter stabiel. Dat ligt al sinds 2008 rond de 34% (Rotterdam 15%). Dat geldt ook voor het aandeel middeninkomens (36%) en lagere inkomens (30%). Van verdringing lijkt dus (nog) niet echt sprake.

Diversiteit
Ook in Rotterdam speelt de kip-ei discussie. Is de Markthal een reactie op de vraag of een aanbod dat vraag zal creëren? Sommigen beweren dat er geen voldoende ‘markt’ is voor deze luxe producten. Dat is uiteraard nog koffiedik kijken (en voor een groot deel afhankelijk van het ondernemerschap van de marktkooplui), maar op basis van de cijfers zou je wel kunnen stellen dat de duurdere producten een reactie zijn op een al bestaande vraag. Ten eerste omdat Rotterdam allang geen stad is van alleen maar een arbeidersklasse. 15% van de huishoudens heeft een hoog inkomen. Dat is misschien minder dan in Den Haag en Amsterdam, maar het zijn toch nog altijd 38.000 huishoudens. En ten tweede omdat een groot deel van deze hogere inkomens in de omgeving van de Markthal woont. Zeventig procent van de wijkbewoners behoort tot de hogere of middeninkomensgroep. En qua clientèle moeten daar de toeristen en overige Rotterdammers nog bij worden opgeteld.

Stedelijke leefstijl
Naast een ‘strijd’ tussen inkomens gaat het bij gentrification ook vooral over de behoeften van verschillende leefstijlen. In de Stadsdriehoek ligt het aandeel alleenstaanden (64%) en ongehuwde stellen zonder kinderen (15%) een stuk hoger dan het Rotterdamse gemiddelde (48% en 8%). Uit de grote woontest 2012 blijkt dat 61% van de hier woonachtige mensen tot de rode leefstijl behoren, terwijl dat in heel Rotterdam maar 24% is. Ook uit deze wijkcijfers zou je de voorzichtige conclusie kunnen trekken dat de Markthal aansluit op een bestaande vraag.

Anders bekeken
Tegenover deze cijfers kan je echter wel kanttekeningen plaatsen. Ten eerste zeggen deze cijfers niets over het individuele niveau. Er zullen genoeg Rotterdammers en huishoudens uit de Stadsdriehoek zijn die hier niet naar toe zullen gaan voor hun dagelijkse boodschappen. Ten tweede lijken vraag en aanbod (nog) niet helemaal op elkaar aan te sluiten. Een groot deel van de woningen boven de markt staat namelijk nog leeg. Tenslotte kan je de kritische vraag stellen waarom de gemeente flink heeft meebetaald aan een dergelijke voorziening (€ 72 miljoen van de in totaal € 175 miljoen) als er blijkbaar een markt voor is.

Noodzaak van precisie
Hoe je tegen deze discussie aankijkt, is afhankelijk van hoe je tegen een stad aankijkt. Wat mij betreft is diversiteit het hoofdkenmerk van een stad. De stad is er dus voor iedereen. Bij een diverse bevolking hoort ook een divers voorzieningenaanbod. De Markthal is een reactie op die behoefte. Die qua leefstijl en inkomen ook nog in de juiste wijk staat.
De gevoeligheid van de discussie zit vooral rondom de vraag of gentrification via overheidsingrepen is te realiseren. Dat kan wel, zolang ambitie en realiteit in elkaars nabijheid liggen. Het gaat mis wanneer politici of beleidsmakers van bovenaf een doorstroomwijk met lage inkomens om willen toveren tot een bakfietsdorp met exotische koffietentjes en croissanteries. Er zal altijd een (latente) basisbehoefte moeten zijn. Je kan een dergelijk buurtveranderingsproces dus wel stimuleren of faciliteren als overheid of marktpartij, maar niet opleggen. Daarbij dienen de betrokken partijen wel rekenschap te houden met de behoeften van de huidige en toekomstige generatie bewoners. Dat is vooral een kwestie van balanceren tussen de korte en lange termijn. Tussen de verschillende schaalniveaus (regio, stad, wijk, buurt). En tussen vraag en aanbod. Bij de Markthal lijkt dat aardig te zijn gelukt.

Foto boven: Markthal Rotterdam. Foto (bewerkt): Remundo (CC BY 20), http://www.flickr.com/photos/remundo/

Dit een verkorte versie van het artikel ‘Voor wie is de stad?’ http://stadslente.blogspot.nl/2014/11/voor-wie-is-de-stad.html dat eerder verscheen op het blog Stadslente http://stadslente.blogspot.nl

Geraadpleegde literatuur en leestips
– Marguerite van den Berg (2014) Willen we van Rotterdam wel een Parijs maken? http://versbeton.nl/2014/11/willen-we-van-rotterdam-wel-een-parijs-maken/ Versbeton.
– Celeste Boddaert (2014) De Beste Stuurlui: De Markthal is toch geen markt… http://versbeton.nl/2014/10/de-beste-stuurlui-de-markthal-is-toch-geen-markt/ Versbeton.
– Caroline Bosscher (2007) Stimuleren van gentrification. Een onderzoek naar de mogelijkheden van de gemeentelijke overheid om gentrification in oude stadswijken te stimuleren. http://www.aktiegroepoudewesten.nl/Downloads/2007/2007_02_26-Bosscher.pdf Amsterdam School of Real Estate.
– Jos Gadet (2014) Rethinking Gentrification! Over zin en onzin van koffietenten. http://romagazine.nl/rethinking-gentrificationi-zin-en-onzin-van-koffietenten/6900 ROm.
– Gemeente Rotterdam (2014) Wijkprofiel Stadsdriehoek. http://wijkprofiel.rotterdam.nl/nl/rotterdam/rotterdam-centrum/stadsdriehoek/
– Chris Hamnett (1991) The blind men and the elephant: the explanation of gentrification. Transactions of the Institute of British Geographers, 16 (2): 173-89.
– Chris Hamnett (2008) The regeneration game. The Guardian. http://www.theguardian.com/commentisfree/2008/jun/11/housing
– Gerben Helleman (2012) En straks? Het Londen van na de Olympische Spelen http://stadslente.blogspot.nl/2012/05/het-londen-na-de-olympische-spelen.html. Stadslente.
– Gerben Helleman (2014) De neergang en opkomst van lokale winkelstraten. http://stadslente.blogspot.nl/2014/01/de-neergang-en-opkomst-van-lokale.html. Stadslente.
– Zef Hemel (2014) Partners. http://www.zefhemel.nl/?p=6750 Vrijstaat Amsterdam.
– Silva Mathema (2013) Gentrification: An updated Literature Review. Poverty & Race Research Action Council.
– Oliver Wainwright (2014) Rotterdam’s Markthal: Superdutch goes supersized in psychedelic marketplace. http://www.theguardian.com/artanddesign/architecture-design-blog/2014/oct/02/-sp-rotterdam-markthal-superdutch-market-mvrdv. The Guardian.
– Zihni Özdil en Arjen van Veelen (2014) Pleur op met jullie langoustines en biosmoothies. https://blendle.nl/i/nrcnext/pleur-op-met-jullie-langoustines-en-biosmoothies/bnl-nn-20141006-1426338/welcome NRC.next.

GentrificationRotterdamSociale cohesieStedelijkheid

Gerben Helleman Stadslente

Over de auteur

Gerben Helleman is stadsgeograaf en schrijft regelmatig op persoonlijke titel in diverse media over stedelijke vraagstukken. Onlangs verscheen van zijn hand de publicatie ‘Op zoek naar nieuwe verhoudingen: over de veranderende relatie tussen de geplande en geleefde stad’ in opdracht van het Lectoraat Grootstedelijke Ontwikkeling van de Haagse Hogeschool. De laatste jaren is hij werkzaam bij een woningcorporatie. Voor die tijd was hij werkzaam als onderzoeker en adviseur bij verschillende kennisinstellingen. Sinds 2011 schrijft hij op zijn blog Stadslente over de relatie tussen de geplande en geleefde stad.



Ook interessant:

Een fundament voor het verhaal van morgen

Jeroen Niemans

Grenzen verleggen in Oosterwold

Judith Lekkerkerker

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom