De grote ondertussenheid van de stedelijke ontwikkeling

24 september 2014  /  Jeroen Niemans

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

We zijn getuigen van een heuse revolutie in ons vakgebied. Tenminste, dat dacht ik. Het wordt nooit meer zo als het vroeger was. Iedereen die de laatste jaren dit webmagazine heeft gevolgd zal dergelijke zinnen herkennen: al jaren schrijven koplopers hier over het nieuwe ‘denken en doen’. Dat kon tot bloei komen dankzij een ongekende luwte die we te danken hebben aan ‘de crisis’. Maar nu velen ons willen doen geloven dat de crisis voorbij is neemt de druk toe. Het nieuwe ‘denken en doen’ moet volwassen worden. Om die fase te bereiken is het in mijn ogen tijd voor kritische zelfreflectie.

In de Trendrede 2015 wordt het begrip ondertussenheid gemunt. Een begrip dat staat voor een tussenfase in een transitie naar een nieuw systeem: ‘Het oude kwijnt langzaam weg terwijl het nieuwe nog niet op volle sterkte is’ schrijven de trendwatchers. RUIMTEVOLK zit al een tijdje in de ondertussenheid. In januari 2011, alweer drie en een half jaar geleden, schreef ik hier zelf een stuk onder de titel Op zoek naar de Nieuwe Ruimtelijke Ordening waarin ik de termen flexibiliteit, kleinschaligheid, bottum-up, zelforganisatie, organische ontwikkeling en tijdelijkheid benoemde als centrale termen voor een nieuwe manier van werken.

Als ik het stuk nu nog eens terug lees is het nog angstaanjagend actueel. Nog steeds smachten we naar voorbeeldprojecten die deze ‘nieuwe’ manier van gebiedsontwikkeling de empirische onderbouwing geven om in het debat te overtuigen. Toen schreef ik al over Friso de Zeeuw die riep dat ‘de revolutie niet komt’. En dat roept hij nog steeds. Hoe kan het dat we in al die jaren niet verder zijn gekomen?

Methaalkathedraal-JeroenNiemans

De Methaal Kathedraal, broedplaats autonome cultuur plek in Utrecht. Foto: Jeroen Niemans

Navelstaren
Een stap verder komen lukt pas als we de zaak op scherp zetten door kritisch te durven zijn. Laten we dat eens proberen. Je kan van alles over De Zeeuw vinden, maar een grootschalige revolutie is tot nu toe wel uitgebleven. Jan Rotmans schreef in 2012 al dat we in ‘het oog van de orkaan’ zitten. Maar hoe lang kun je daar in blijven zitten? De organische stedelijke ontwikkeling of gebiedsontwikkeling 3.0 (of welke naam we er ook voor verzinnen) blijft een kleinschalig fenomeen. In de wereld van het ‘nieuwe denken’ huppelen we vrolijk achter de welbekende ‘voorbeeldprojecten’ aan die stuk voor stuk niet meer zijn dan kleinschalige pogingen om alternatieve manier van gebiedsontwikkeling te ontwikkelen. Van het Havenkwartier in Deventer naar ‘De Ceuvel’ in Amsterdam. Van de Wikiwijk in Opeinde via het Hembrugterrein over de luchtsingel naar het Schieblock in Rotterdam. Is dit een beweging of zullen het uiteindelijk niet meer zijn dan een paar incidenten van een kleine groep alternatievelingen?

In de wereld van het ‘nieuwe denken’ huppelen we vrolijk achter de welbekende ‘voorbeeldprojecten’ aan die stuk voor stuk niet meer zijn dan kleinschalige pogingen om alternatieve manier van gebiedsontwikkeling te ontwikkelen.

Begrijp me niet verkeerd, ik vind het stuk voor stuk mooie projecten, maar ik mis de analyse wat deze projecten nu echt opleveren aan bouwstenen voor een andere aanpak, en of ze daadwerkelijk een alternatief vormen. We moeten elkaar niet doodknuffelen maar elkaar uitdagen. Niet alleen samenkomen in Pakhuis de Zwijger, dat het clubhuis is geworden van een zelfbenoemde vooruitstrevende beweging. Laten we elkaar diep in de ogen kijken, zoals onlangs gebeurde tijdens de RUIMTEVOLK discussie over Facebook Urbanism aan het begin van de zomer van 2014. Waar een van de aanwezigen urbanism to like treffend identificeert: ‘Ambtenaren en hipsters, de ene twee procent van de bevolking is met de andere twee procent van de bevolking aan het praten over andere regels, maar welk belang heeft die andere 96 procent van de bevolking daarbij?’

Puberteit
Deze kritische blik stemt me hoopvol. We kunnen ons niet voor altijd blijven afzetten tegen het oude zonder daar een echt alternatief tegenover te zetten. Die vrijblijvendheid is wat mij betreft wel voorbij, we moeten bouwen aan alternatieve ruimte door discussie. Om volwassen te worden moet je niet blijven steken in de puberteit. Dus ophouden iedereen die anders denkt te diskwalificeren door te verwijzen naar ‘het oude denken’. Het doet me denken aan mijn eigen puberteit toen ik me als skater afzette tegen de gabbers. En waarin ik me constant afzette tegen de overheid. De overheid snapt het niet, werkt niet mee en moet veranderen.

In te veel discussies die ik de afgelopen periode heb bijgewoond wordt afgegeven op de overheid. Recent weer, tijdens een symposium over ‘Stadsacupuntuur’ in Amersfoort werd er door de aanwezigen wel erg veel tijd besteed aan het benoemen wat er allemaal niet kan, om vervolgens met de beschuldigende vinger richting de overheid te wijzen. Gelukkig werd er op een gegeven moment vanuit de zaal verzucht dat de ‘initiatiefnemers’ of ‘stadsmakers’ zich ook wel eens wat minder naïef en meer als ondernemer mogen opstellen. De ‘professionalisering van de initiatiefnemer’ hoorde ik zelfs zachtjes fluisteren. Ook in het verslag van een recent rondetafelgesprek dat verschijnt in het komende nummer van S&RO komt dit naar voren: ‘Om in een bredere context succesvol te kunnen zijn, moeten kleinschalige initiatieven zakelijker worden en uit de sfeer van het buurtinitiatief komen’ wordt in dat stuk gesteld.

wereld-zo-blijf-JeroenNiemans

Foto: Jeroen Niemans

Echt alternatief
Want een daadwerkelijk alternatief biedt het nieuwe denken en doen over de stad nog steeds niet. Recent werd ik uitgenodigd om mee te denken in het kader van een MIRT onderzoek naar de betekenis voor organisch bouwen voor het invullen van de woningbouwbehoefte in de Noordvleugel. Daarbij kun je blijven steken in de discussie hoe groot die woningbouwbehoefte is. Dat zou ik jammer vinden, want dat is een puur theoretische discussie die sterk wordt gekleurd door de belangen van degene die deze discussie voeren. Feit is dat er vele duizenden woningen bij zullen komen. Maar we moeten ons ook realiseren dat het bewijsmateriaal om te onderbouwen dat dit op een organische manier zou kunnen worden ingevuld, toch nog best wel mager is. Dan kun je verwijzen naar Almere, maar zijn het Homeruskwartier en Nobelhorst de voorbode van de nieuwe mainstream of blijkt dit over een paar jaar niet meer dan een niche.

In het rondetafelgesprek waar ik eerder aan refereerde merkte Sjors de Vries op: ‘We moeten ons wel realiseren dat een bepaalde elite zich nu tot ‘stadsmaker’ bombardeert en het woord voert voor de stad.(…) Het is een kleine groep mensen die ontzettend belangrijk is als het gaat om de stad inspireren, nieuwe verbindingen leggen, de politiek wakker schudden. Maar breng je daarmee een nieuwe gebiedsontwikkeling tot stand? Neem Amsterdam, daar moeten gewoon woningen gerealiseerd worden. Anders vallen mensen buiten de boot.’ En hij legt daarmee de vinger op de zere plek. Als we de ondertussenheid achter ons willen laten en het nieuwe op volle sterkte willen brengen moeten we kritisch zijn en open het debat aan gaan. Ik hoop niet dat het RUIMTEVOLK te braaf is geworden en zichzelf in de spiegel aan durft te blijven kijken. Want de komende tijd komt het er op aan. Voor je het weet herleven oude tijden.

 

Foto boven: Doe Iets, werk van kunstenaar Serge Verheugen op de Wibautstraat in Amsterdam (Foto: Jeroen Niemans).

Agenda StadCreatieve stadJaar van de Ruimtenieuw kapitaal

Jeroen Niemans

Over de auteur

Jeroen Niemans is adviseur bij Hiemstra en De Vries.



Ook interessant:

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

Terloopse contacten voor een veerkrachtige stad

Flip Krabbendam en Henriëtta Joosten