Bouw je eigen buurt

07 juli 2014  /  Antoinette van Heijningen en Bob van der Zande

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Zijn slimme verbindingen tussen burgerinitiatieven en professionele organisaties en personen mogelijk? Kunnen gebruikers aan het stuur? Hoe kan je ruimte geven aan initiatieven en plek bieden aan ondernemers? Het Watertorenberaad ontwikkelt nieuwe manieren van gebiedsontwikkeling en de gemeente Amsterdam bood de gelegenheid om een vorm van organisch-coöperatief ontwikkelen uit te denken. De in de toekomst te ontwikkelen Sluisbuurt dient als voorbeeldlocatie, maar de denkrichting past ook heel goed op een bestaande buurt. Een bewonersinitiatief in een bestaande buurt in Amsterdam heeft ons inmiddels gevraagd om bij hen de toepassingsmogelijkheden te onderzoeken.

We weten inmiddels dat gebiedsontwikkeling als een deal tussen gemeente, projectontwikkelaar en bank-belegger en met de klant als eindstation op de meeste plaatsen niet meer werkt. Dat bewoners en toekomstige gebruikers meer zeggenschap over hun eigen huis en omgeving willen hebben. En dat de maatschappelijke context veel belangrijker is dan de stenen. Maar kunnen we loskomen van al jaren gangbare werkwijzen, van het Handboek gebiedsontwikkeling en kan dat ook op een substantiële schaal?

De gemeente Amsterdam heeft een aantal jaar geleden als een eerste gebaar een strook grond in de Sluisbuurt ter beschikking gesteld voor tijdelijke initiatieven. Andere initiatieven als het geplande drijvende dorp Schoon Schip (Amsterdam-Noord) en collectieve zelfbouw in Amsterdam-Buiksloterham of Nobelhorst in Almere gaan al meer in de richting van een andere vorm van gebiedsontwikkeling. Voor het Watertorenberaad* ontbraken er echter toch nog wezenlijke elementen in de nu bekende voorbeelden en dat leidde tot een zoektocht naar verdergaande mogelijkheden van coöperatieve gebiedsontwikkeling met de Sluisbuurt als voorbeeldlocatie.

Substantiële procesomkering
Oorspronkelijk waren we op zoek naar het meer handen en voeten geven van organisch ontwikkelen. Maar al snel zijn we op zoek gegaan naar een substantiëlere procesomkering die leidt tot het bouwen van een eigen buurt met regie bij bewoners en maatschappelijke belanghebbenden. Ieders rol verandert dan. En om dat mogelijk te maken is een nieuw planningsconcept nodig, een nieuwe organisatievorm, andere verdienmodellen en een veel flexibeler planologisch-juridisch instrumentarium.

Frank Beekers, Beemster

Foto: Frank Beekers, Beemster

Maar bovenal is uitgangpunt van handelen een wezenlijk andere filosofie: bouwen gaat niet meer over stenen, maar over bouwen aan gemeenschappen. Gemeenschappen zijn in staat voor elkaar te zorgen en een gezondere leefomgeving te realiseren. Hier leven we langer, beter en gelukkiger. Door samen te werken ontstaan woonomgevingen met wezenlijk andere kwaliteiten. Het antwoord op de benodigde transities in de samenleving hebben we niet. Maar transitie in gebiedsontwikkeling is hier een klein onderdeel van en daar willen wij een bijdrage aan leveren.

Drie nieuwe planningsinstrumenten
‘Hoe beginnen we?’, is een van de lastigste vragen. Wij hebben drie samenhangende planonderdelen bedacht:

Een narratief als start vanuit de gemeenschap, een gemeenschappelijke denklijn als handelingsperspectief van de gebiedsorganisatie en een ruimtelijke handreiking van de stedelijke autoriteit. Elke plek en elke gemeenschap heeft zijn eigen verhaal. Het narratief is als een inspirerende visie, gestoeld op het denken van Zef Hemel over de stad als brein (zijn inaugurale rede bij de aanvaarding van de Wibautleerstoel 13 september 2012 ).

De gemeenschappelijke denklijn definieert de gemeenschappelijke noemer: Hoe willen we samen werken, wat willen we globaal realiseren? Hoe gaan we dat bereiken? Wat verwachten we van elkaar? Dit is het fundament onder de samenwerking en het is een document in de kleuring van de buurt, elk initiatief roept nieuwe initiatieven op en dat zorgt weer voor nieuwe inzichten.

Elk gebied heeft een context en speelt zijn rol in een groter geheel. De gemeenteraad van de stad Amsterdam is het bevoegd gezag om te bepalen wat de stedelijke functie en uitgangspunten voor een lege plek moeten zijn. In de bestaande stad zijn de daar aanwezige gebruikers mede aan het roer. Ook zijn er onveranderlijke zaken als bodemgesteldheid. Veel kennis die in het ambtelijk apparaat beschikbaar is wordt in een ruimtelijke handreiking ter beschikking gesteld. Een paar bladzijden als kader voor de gemeenschappelijke denklijn, geen stapel nota’s.

Het gebiedscoöperatief is door het Watertorenberaad als organisatiemodel geïntroduceerd. Het coöperatief is samengesteld uit verschillende partijen met uiteenlopende rollen. De gebruikers, de leveranciers van diensten en geld en partijen met een publieke verantwoordelijkheid, vooral gemeente en waterschap. Het gebiedscoöperatief kan op verschillende manieren worden ingevuld maar staat voor de samenwerking tussen gebruikers, (maatschappelijke) belanghebbenden en professionals. Dit kan ver gaan: afhankelijk van de gekozen vorm geeft het coöperatief de grond uit, regelt de energie, onderhoudt de openbare ruimte, e.d.

Het Watertorenberaad heeft de zoektocht in een werkschrift vastgelegd. Een werkschrift want het is work in progress. Op de website van het Watertorenberaad zijn het werkschrift en nadere uitwerkingen onder pilot Sluisbuurt opgenomen. Daarin gaan we ook in op het uiteen trekken van de rollen van de betrokken partijen in drie smaken: gaan ze OVER het gebied vanuit het publieke belang, verdienen ze (of leveren ze) AAN het gebied of zijn ze eindgebruiker of initiatiefnemer IN de nieuwe wijk?

Uitnodiging
Met deze blog willen we iedereen uitnodigen om het denkwerk aan te vullen en te verfijnen. En met deze blog willen we ook oproepen om er gewoon aan te beginnen. De tijd is rijp voor daadwerkelijke samenwerking die waardegestuurd is in plaats van winstgestuurd en die uitgaat van coöperatief denken en handelen in de vorm van een geleidelijk groeimodel met bijstuurmogelijkheden. Verbeter met elkaar al doende de middelen en instrumenten, de bijbehorende vorm en schaal van samenwerken en de nieuwe positie van professionele partijen. Stap voor stap zal de ontwikkeling tot gemeenschap meer kans krijgen!

Klik hier voor meer informatie en werkschrift Bouw je eigen buurt.

*Het Watertorenberaad is een samenwerkingsverband tussen een groot aantal publieke (Ministerie van BZK, provincies, gemeenten, kennisinstituten), publiek-private (corporaties) en private (beleggers, ontwikkelaars, bouwers, ontwerpers) partijen. In dit verband wordt op verschillende niveaus gezocht naar nieuwe wegen in gebiedsontwikkeling. Nieuwe wegen om ontwikkelingen (weer) op gang te helpen en op deze wijze een rol te spelen bij het invullen van maatschappelijke vraagstukken, bijvoorbeeld op het gebied van zorg, onderwijs, duurzaamheid en werkgelegenheid.

Foto boven: Zeeburgereiland, Amsterdam (foto: Mirande Phernambucq)

AmsterdamParticulier opdrachtgeverschapZelforganisatie

Antoinette van Heijningen Eigenaar van Urbancore en medeoprichter van het Watertorenberaad

Over de auteur

Antoinette van Heijningen is eigenaar van Urbancore en medeoprichter van het Watertorenberaad. Zij adviseert vastgoedpartijen, corporaties, zorgorganisaties en overheid in gebiedsontwikkeling- en zorg- nieuwe stijl.

Bob van der Zande Woningbouwregisseur

Over de auteur

Bob van der Zande is de Amsterdamse Woningbouwregisseur en lid van het Watertorenberaad. Hij adviseert de Stadsregio Amsterdam en is oprichter van het Investeerdersloket Woningbouw in de hoofdstad. Brengt publieke en private partijen bij elkaar en draagt bij aan maatschappelijke vernieuwing van gebiedsontwikkeling.



Ook interessant:

Springplank voor een betere stad

Anne Seghers

Gevangen in de digitale laag

Gerald Hopster

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers