DNA van Eindhoven is de basis voor verduurzaming

09 juni 2014  /  Frank Metsemakers en Jackel Henstra

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Eindhoven had het lef zichzelf opnieuw uit te vinden en werd Brainport: Stadsregio van innovatie en creatieve industrie. De stad toonde zich een ‘springing city‘ en vernieuwde zowel de economie als haar cultuur.* Met deze cultuur heeft Eindhoven een genetische voorsprong nu de volgende stap gemaakt moet worden: op naar de duurzame stad. Twee voorbeelden.

Toen in de jaren 90 het hoofdkantoor van Philips naar de Randstad trok en DAF technisch failliet werd verklaard, koerste de stad af op een scenario Detroit. Massaontslagen vormden een aanslag op de gemeentelijke begroting, bouwprojecten werden afgeblazen. Fabriekspanden kwamen leeg te staan, gebruik van voorzieningen viel stil, bestedingen liepen terug en resulteerden in een krimpend stadscentrum.

Maar de stad toonde veerkracht.Ze hervormde zichzelf vanuit de visie van de triple helix: de verbinding tussen onderwijs, ondernemers en overheid. Men zocht nadrukkelijk de samenwerking vanuit het collectieve bewustzijn van noodzaak tot vernieuwing. Vernieuwing werd opgezocht, creativiteit beloond en lef getoond. En dat is nog steeds zo.

Triple Helix (beeld Frank Metsemakers en Jackel Henstra

Pad naar quadruple helix (beeld: Frank Metsemakers en Jackel Henstra)

Eindhoven is nu centrum van Brainport, met hightech research and development en creatieve industrie. Twintig jaar na de crisis zijn we de economische motor van Nederland. De Technische Universiteit en de Design Academy trekken studenten uit de hele wereld. Het aantal kenniswerkers groeit gestaag. Bij veel bedrijven is de voertaal Engels, op het Strijpfestival hangen inmiddels prijslijsten in het Engels en Chinees. Met elke nieuwe lijndienst van Wizz of Ryanair neemt het aantal toeristen in de stad toe.

De basis is slim werken, de bloeiende economie van de regio is het gevolg. Het onderscheidende is de open cultuur van samenwerking als bouwstenen van vernieuwing. Waar de economische veerkracht het Wonder van Eindhoven is, is de open cultuur het nieuwe DNA van de stad.

The Next Step
Eindhoven leert een nieuwe taal, een gedeeld begrip van duurzaamheid. Dat ontwikkelen we als stad vanuit The Natural Step. Deze uit Zweden overgewaaide duurzaamheidsfilosofie rust op vier principes: de bodem niet uitputten, schadelijke chemische stoffen vermijden, de natuur respecteren en aandacht voor de mens.

Door op termijn aan deze vier systeemprincipes te voldoen wil Eindhoven een volledig duurzame stad worden. Grote opdrachtgevers zoals gemeente, corporaties, Philips en andere bedrijven werken vanuit deze filosofie. Zij worden nieuwe opdrachtgevers die hun leveranciers en partners vragen naar nieuwe oplossingen, vanuit proven technology uit hun eigen vakgebied, die passen binnen The Natural Step-filosofie. Goed opdrachtgeverschap biedt ruimte voor creativiteit en innovatie.

Duurzaam bouwen
Bij de Philips Fruittuinen realiseerde gemeente Eindhoven Stadspoort Landbouw: het eerste gebouw van Nederland dat voldoet aan The Natural Step. Het gebouw bestaat uit duurzame materialen die op termijn hergebruikt kunnen worden. Het is energiezuinig door gebruik te maken van aardwarmte. Niet de energievraag beperken of beknibbelen op comfort, maar duurzame energie opwekken en een fris binnenklimaat staat daarbij voorop.

Ook naar het bouwproces is kritisch gekeken. Aannemer Van Gerven, afkomstig uit de regio, heeft onder meer een CO2 registratie van zijn vervoersbewegingen moeten bijhouden. Waar mogelijk is gewerkt met prefab elementen. Hij werd uitgedaagd besparingen of ideeën voor verduurzaming in te brengen. Dat leidde niet tot verschuivingen in de begroting en niet tot extra kosten, wel tot een strakker georganiseerd proces maar niet tot vertraging, een nettere bouwplaats en daarmee minder afval en minder faalkosten. Kortom win-win.

De Stadspoort vervult een bijzondere functie op een bijzondere plek. Middenin de Philips Fruittuinen, aangelegd om fabrieksmedewerkers in het najaar van fruit te voorzien, markeert het de overgang van stad naar ommeland. Een uitstekende plek als start- of rustpunt voor wandeling of fietstocht. Basisfunctie van het gebouw is echter het delen van kennis en faciliteren van ontmoeting op het gebied van innovatie. De ontmoetingsplek als startende olievlek, letterlijk; van opdrachtgever naar aannemer, van stad naar regio.

DNA-Eindhoven-WBVU.1112

Huiskamergesprekken bij de Buurttransformator (foto: Woonbedrijf SWS.Hhvl)

Buurttransformator
Een tweede voorbeeld is de buurttransformator. Dat is de resultante uit ‘de 24 uur van … de Aireys’, een brainstormsessie van woningcorporatie Woonbedrijf over de betekenis van energieopwekking voor deze buurt met Airey-woningen. Energieopwekking kan geld opbrengen waarmee investeringen in de buurt gedaan kunnen worden. Duurzame energie kan zo bijdragen aan een nieuwe collectiviteit. Die middelen kunnen eenmalig, maar ook bedrijfsmatig ingezet worden.

Stel je voor dat met dit geld buurtbewoners via een vrijwilligersvergoeding een deel van het groen- of woningonderhoud voor hun rekening nemen. De onderhoudsmiddelen daarvoor worden door de woningcorporatie en gemeente ingebracht in de wijkonderneming. Dat maakt het mogelijk een klusteam op te zetten voor het uitvoeren van klusjes en het uitvoeren van kleine reparaties. Op deze manier wordt geld uit de buurt weer ín de eigen buurt besteed en komt het direct ten goede aan bewoners. Met een vrijwilligersvergoeding of een leerwerkplek voor een vakman als aanloop naar een nieuwe baan. Ook kunnen er centraal producten of diensten ingekocht worden zoals bijvoorbeeld (zorg)verzekeringen.

Centraal staat de buurt, haar bewoners en de collectieve vraag. Startpunt zijn de opbrengsten uit energieopwekking, uitdaging is om de kracht van de buurt te vinden en doel is om deze op de actuele vraag in te zetten. De kracht van dit concept is het eigenaarschap van de buurt terugleggen bij bewoners, dat geeft grip op je eigen leefomgeving en een gevoel van verantwoordelijkheid en trots. Daarmee worden het duurzame, veerkrachtige buurten passend in de traditie van ‘springing Eindhoven’.

Conclusie
De open cultuur van Eindhoven triggert ondernemers, onderwijs en overheid nog steeds om de handen ineen te slaan. De creatieve industrie biedt de denkkracht om tot nieuwe, duurzame oplossingen te komen zoals toegepast in Stadspoort Landbouw. Het mooiste is echter dat de triple helix inmiddels is uitgebreid tot quadruple helix: onderwijs, ondernemers, overheid én bewoners. Geen vraag naar technologie maar naar toepassing van technologie voor de stad. Innovatie is niet langer meer denkwerk op universiteit of High Tech Campus, maar wordt in praktijk gebracht in de stad. In Eindhoven is vernieuwing traditie, vanuit haar open cultuur.

Foto boven: PURE hub Stadspoort in Phillips Fruituin Eindhoven (foto: Gerard van Beek)

* De term springing city is een afgeleide van het in 2007 door Concire geschreven essay The Springy City over de veerkracht, de dynamiek, de vernieuwende kracht en het innovatievermogen van Eindhoven.

Creatieve stadEindhoveniabrUrban by Nature

Frank Metsemakers Zelfstandig adviseur/procesmanager

Over de auteur

Frank Metsemakers is zelfstandig adviseur/procesmanager. Hij werkt in steeds wisselende teams aan vernieuwing in zowel visie, verbinding en implementatie. Het leveren van maatwerkoplossingen is steeds weer de uitdaging, contact met bewoners maakt het werk relevant.

Jackel Henstra Architect en onderzoeker bij KAW

Over de auteur

Jackel Henstra is architect en onderzoeker bij KAW. KAW positioneert duurzaamheid in de vorm van een eigen, innovatief en relevant programma: KAW/e. KAW/e bundelt onderzoek, laat de toepassing in projecten zien en deelt haar ervaring.



Ook interessant:

Werklandschappen als speeltuin van de toekomst

Ana Luisa Moura

Het publiek domein als grote gelijkmaker

Anne Seghers en Sjors de Vries

De ontluikende kracht van middelgroot

Anne Seghers