Succesvolle krimpaanpak kan niet zonder regionale afspraken

18 februari 2014  /  Enno Zuidema

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Nuchtere Groningers en Friezen werken in hun dorpen op een zinnige manier samen aan leefbaarheid, dat is een mooi beeld om de kracht van burgerinitiatieven in krimpgebieden neer te zetten. RUIMTEVOLK organiseerde een zeer geslaagde uitwisseldag en debatavond in het Groningse Hornhuizen. Je ruikt er de klei en je ziet de waddendijk liggen. Het verslag op RUIMTEVOLK geeft de discussie en de gevoelens van die decemberdag goed weer.

Toch ben ik het niet eens met de titel van het verslag: ‘Ontmanteling van de krimpaanpak’. Deze woorden geven aan: door goede initiatieven van burgers wordt een aanpak van het krimp-vraagstuk onnodig, het komt allemaal wel goed. Dat is zeker niet het geval. Een goede aanpak van de gevolgen van krimp bestaat uit twee pijlers: burgerinitiatieven én een regionale aanpak van veranderingen die een dorp of buurt overstijgen.

Burgerinitiatieven zijn nodig in krimpregio’s. Overheden en andere regionale partijen voelen en weten dat zij burgerinitiatieven de ruimte moeten geven. Zij weten steeds beter dat je de inrichting en sociale cohesie veel beter aan de dorpen zelf kan overlaten. En wanneer je dat doet kunnen dorpsbewoners ook nog iets regelen voor die ontmoetingsruimte, de digitale boodschappenlijst en prikbord, etc.. En in de komende tijd zullen de veranderingen in de zorg juist in de dorpsgemeenschappen in krimpgebieden leiden tot een veel groter beroep op mantelzorg en burenzorg. Kortom: ook voor de inwoners van dorpen zal de ervaring anders worden.

PastedGraphic-3

Ook een regionale aanpak in krimpgebieden is even hard nodig, is mijn stelling. Waarom eigenlijk? Leefbaarheid wordt toch al verbeterd met de initiatieven van bewoners? Het dorp Ulrum, echt een voorbeeld op het vlak van burgerinitiatieven, zou enkele tientallen leegstaande woningen kennen, als hier niet de woningcorporatie had gesloopt. En dat soort acties zijn het gevolg van regionale afspraken over sloop en nieuwbouw. Nog een voorbeeld: krimp zorgt voor minder kinderen en dus minder scholen en ook samenvoeging van dorpsscholen. Juist door regionale afspraken te maken krijgen alle ouders perspectief op een basisschool voor hun kinderen op een haalbare fietsafstand, met veilige routes. Van belang is ook het geven van een regionale ambitie en van een lange termijn perspectief voor een regio.

De regionale aanpak van gemeenten, ondernemers, corporaties, onderwijsbesturen en zorginstellingen in de regio Eemsdelta in noordoost Groningen zorgt ervoor dat winkelvoorzieningen, medische zorg, dagbesteding van ouderen en scholen enigszins gegroepeerd blijven in enkele dorpen in de regio. Deze regio’s trekken veel geld uit voor het verbeteren en verkleinen van de drie centrumgebieden met winkels, zodat voorzieningen daar kunnen worden geconcentreerd en zodat er genoeg draagvlak is voor hoogwaardige winkels en voorzieningen. Op die manier ontstaat een bijdrage aan leefbaarheid van bewoners in buurten en dorpen. Dat lange termijn perspectief en die regionale afspraken zorgen ervoor dat voorzieningen van kwaliteit ook bereikbaar zijn. Ook is duidelijk waar op langere termijn voorzieningen en bijzondere woonvormen overeind blijven. En op welke plekken de corporaties in hun bestand leegstand en achterstallig onderhoud aanpakken.

Krimp-Eemsdelta2

Kaart robuuste structuur van voorzieningen in de Eemsdelta. Bron: Enno Zuidema Stedebouw

De twee pijlers van de aanpak van de gevolgen van krimp hebben elkaar nodig. Een regionale samenwerking kan welzijn en zorg, onderwijs, woningbouw en detailhandel integreren, maar ook economie en arbeidsmarkt betreffen. Burgerinitiatieven komen op tal van terreinen tot stand, zoals het samenvoegen van twee dorpsscholen tot één grote, de inrichting van het dorp, het zorgen voor elkaar.

De grote vraag is hoe we de verhouding tussen deze twee pijlers kunnen versterken. Hoe kunnen overheden en regionale partijen de burgerinitiatieven het beste helpen, welke uitnodiging moeten zij vooral doen aan burgers? En vanuit burgers naar de overheid en regionale partijen: hoe kunnen burgerinitiatieven zich verhouden tot deze partijen en tot hun visie?  Wat werkt en wat niet?

We zullen meerdere invalshoeken moeten omarmen, een regionale aanpak volgen en daarnaast talloze burgerinitiatieven tot resultaat laten komen. Versterken van elkaar. Alleen dan kunnen de beste resultaten worden bereikt in krimpgebieden.

Beelden in het artikel: Bron: Enno Zuidema Stedenbouw

Bottom-upGroningenPlatteland

Enno Zuidema Oprichter en eigenaar van Enno Zuidema Stedebouw

Over de auteur

nno Zuidema (1968) is opgeleid als stedenbouwkundige. In 1999 richtte hij Enno Zuidema Stedebouw op. Enno was tevens van 1998 - 2003 hoofd van de stedenbouw-opleiding aan de Academie van Bouwkunst Rotterdam. Hij was een van de initiatiefnemers van Stedenbouw als Veranderkracht (2010 - 2012). Sinds 2006 werkt Enno vanuit het Groningse platteland aan ruimtelijke opgaven betreffende bevolkingskrimp, infrastructuur, organische gebiedsontwikkeling, veranderkracht. Sinds 2012 leidt hij de uitvoering van het Woon- en Leefbaarheidplan Eemsdelta.



Ook interessant:

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

Publieke welvaart

Simon Franke en Wouter Veldhuis

Een ruimte van verschil

Hans Teerds