Vraag het de dorpsbewoners zelf

05 januari 2014  /  Daniëlle Damoiseaux, Martha van Biene en Roy van Dalm

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

De kleine kernen van Nederland hebben het imago alleen maar zielig te zijn en leeg te lopen. Jongeren en ondernemers zouden massaal naar de stad trekken en ouderen zouden zonder zorg achterblijven tussen leegstaande woningen. Professionals versterken dit beeld vaak door de nadruk te leggen op de negatieve gevolgen van krimp. Een imago heeft natuurlijk een kern van waarheid, maar bij dit beeld ontbreekt het sociaal kapitaal dat dorpen ook hebben: de kansen en krachten van bewoners, het kernvermogen. Vraag het de dorpsbewoners zelf, en je krijgt een veel genuanceerder beeld.

Wie het Brabantse Elsendorp binnenrijdt, ziet op het eerste gezicht alleen nette tuintjes in rustige straten en oudere mensen die een praatje maken. Het lijkt misschien of het leven in dit dorp stil is blijven staan. Maar, niets is minder waar. Ook hier wordt, vaak uit noodzaak, gezocht naar nieuw kapitaal. Politieke beslissingen, de crisis en demografische krimp hebben tot gevolg dat de komende jaren minder geïnvesteerd wordt in het vastgoed, minder of geen plaats is in verzorgings- en verpleeghuizen en meer mensen met zorg zelfstandig willen wonen. Dorpen experimenteren met andere vormen van het organiseren van wonen, welzijn en zorg, vanuit burgerinitiatieven en cocreatie. Onder andere Elsendorp pakt het voortvarend aan.

Do It Yourself
Bij de inwoners van Elsendorp viel in 2007 het kwartje toen de thuiszorg bij gladheid niet naar het dorp kon komen. Nadat ook nog eens bleek dat cliënten soms vijf verschillende hulpverleners per week zagen, was het duidelijk dat er iets moest veranderen. Inwoners spraken samen met onder andere de thuiszorgorganisatie en de gemeente af dat ouderen zorg op maat aangeboden krijgen door verplegers uit Elsendorp zelf, in plaats van ‘onbekende’ hulpverleners uit Gemert of Asten. Nu regelen de Elsendorpers via een stichting lokale dienstverlening, geholpen door een dorpscoördinator. Het gevolg is dat ouderen tevreden zijn en langer zelfstandig wonen. Het dorp is levensloopbestendig geworden.

Nu hebben de inwoners onder leiding van een lokale gepensioneerde zorgmanager hun eigen zorgcoöperatie opgericht, met thuiszorg en een kleinschalige woonvorm voor dementerenden.

In het eveneens Brabantse Hoogeloon is het niet anders. Zorgverzekeraars vonden het kleine dorp niet interessant genoeg om aan de wensen van de inwoners tegemoet te komen. De dorpelingen namen het initiatief om een eetpunt voor ouderen en dagbesteding zelf te organiseren. Nu hebben de inwoners onder leiding van een lokale gepensioneerde zorgmanager hun eigen zorgcoöperatie opgericht, met thuiszorg en een kleinschalige woonvorm voor dementerenden. Zij hebben de zorg beter en goedkoper georganiseerd en de tevredenheid van de cliënten is enorm vooruit gegaan. Een bijkomend voordeel voor de lokale economie is er ook: de leden van de coöperatie hebben besloten dat zij alle boodschappen bij de plaatselijke middenstand doen. De supermarkt een paar kilometer verderop mag dan wel goedkoper zijn, maar die bevordert de leefbaarheid van Hoogeloon niet. Liever iets duurder en geen dichtgetimmerde ramen van een failliete buurtsuper.

Lokale kracht en naoberschap
De cocreatie Leven in het Dorp waarbij gemeente Peel en Maas een faciliterende rol vervult, is ook een voorbeeld van anders organiseren. Zelfsturing, creatief om regels heen werken, bundelen van financieringstromen en durven experimenteren lijken sleutelwoorden in de succesvolle aanpak. Waarom lukt het Peel en Maas om kwetsbare inwoners te laten meedoen? In 2003 tekenden meer dan dertig partijen een convenant om samen te ontregelen, waaronder ook de zorgverzekeraar, burgers en welzijnsorganisaties. Het wonen-welzijn-zorg‐beleid in Peel en Maas is hiermee van alle partijen, niet alleen van de gemeente. De hulpvraag komt centraal binnen en wordt samen met de hulpvrager en dorpsbewoners opgepakt door één of enkele aanbieders. Iedereen draait volledig mee in de vraaggestuurde ketenorganisatie. Het netwerk van de convenantpartijen wordt steeds hechter. De betrokkenen voelen zich medeverantwoordelijk voor het resultaat van de samenwerking, ook op de lange termijn. Mensen met beperkingen kunnen weer zelfstandig in het dorp wonen en zelfs van betekenis zijn voor de lokale samenleving, bijvoorbeeld door te werken bij de bakker of basisschool.

Of neem de Achterhoek. Wat daar sterk naar voren komt, is het belang van de gemoedelijke dorpssfeer en het naoberschap. Mensen hechten waarde aan hun woonomgeving en nemen minpunten, zoals langere afstanden tot winkels of werk, voor lief. Uit narratief onderzoek in de Achterhoek blijkt echter dat er niet altijd ruimte is voor iedereen. In dorpen ontbreken vaak betaalbare appartementen voor starters, alleenstaanden of senioren. Dit terwijl er koophuizen leeg staan die makkelijk omgevormd kunnen worden tot bijvoorbeeld een nultredenwoning voor senioren. En de Achterhoekers willen hier best zelf mee aan de slag.

Burgers zijn leidend
In narratief onderzoek vertellen mensen hun verhaal en krijgen zij een rol in het proces. Elke actie krijgt een eigenaar. Dit benoemen van actie-eigenaren is wezenlijk en pakt vaak verrassend uit. Het zijn namelijk lang niet altijd de usual suspects, zoals de gemeente of woningcorporatie, die een actie oppakken. Dorpsbewoners geven in narratieve onderzoeken vaak aan gehecht te zijn aan hun dorp en streek. De ‘saamhorigheid en eigen wijsheid’ wordt als prettig en belangrijk ervaren. Jongeren die vertrokken zijn, willen later best terugkeren. Ouderen willen oud worden en sterven daar waar hun roots liggen.

Organiseer regelvrije ruimte. Het is killing voor initiatieven als ze direct stranden op regelgeving.

We weten dat bepaalde zaken anders moeten en kunnen op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Het kernvermogen zit hem echter niet alleen in het actief burgerschap, het mee laten denken en doen van burgers en lokale ondernemers. Het gaat ook om het actief betrekken van jong tot oud. Ook de mensen die vraagverlegen of minder actief zijn, hebben behoeften, zoals hulp aan huis. En mensen die ondersteuning nodig hebben zijn niet alleen vragers van hulp, ze hebben zelf ook iets te bieden. Zorg dat je de behoeften van het hele dorp boven tafel krijgt, zowel vraag als aanbod.

Dit klinkt makkelijker dan het is. Je hebt niet alleen initiatieven en ideeën van burgers nodig, maar ook professionals, beleidsmakers en lokale netwerken die openstaan voor anders denken en doen. En dan gaat het ook nog om een paar kartrekkers en lange adem. Creëer daartoe vooral een netwerk waarbij het gaat om de inhoud, niet om ieders positie en rol. En organiseer een regelvrije ruimte. Het is killing voor initiatieven als ze direct stranden op regelgeving. Zorg bijvoorbeeld voor één dorpsbudget, in plaats van allerlei individuele potjes. Door die ruimte te geven, creëer je samen met burgers en lokale ondernemers vertrouwen in elkaar en stimuleer je nieuw ondernemerschap. De burger staat niet centraal, de burger wordt leidend. Het resultaat is een woonomgeving met een menselijk maat. De vraag voor beleidsmakers en professionals is of ze het lef hebben om het sociaal kapitaal in kleine kernen, het kernvermogen van bewoners, écht aan te boren.

Foto boven: Kernvermogen (foto: Hogeschool Arnhem Nijmegen fotograaf: Goedele Monnens)

Meer informatie:
-Biene, M. van, F. Basten, M. van Erp, P. van Hoof, J. Meesters, T. Satink, H. Joosten, H. van der Hulst, M. Lenkhoff, K. Lips (2008). De standaardvraag voorbij: narratief onderzoek naar vraagpatronen. Lectoraat Lokale Dienstverlening vanuit Klantperspectief, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, www.han.nl/lectoraatldvk.
-Joore, J., M. van Biene, R. Genders, L. de Mast (2012). Samen Leven in het Dorp. Wmo werkplaats Nijmegen, Youtube: http://youtu.be/KK-c6G-2lOU.
-KCWZ (2012). Zorg door dorpskracht, nieuwe zorgconcepten in krimpende dorpen. Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg.
-WRR (2012). Vertrouwen in burgers. WRR, Amsterdam.

nieuw kapitaalPlattelandSociale cohesiezorg

Daniëlle Damoiseaux Programmacoördinator van het Centre of Expertise Krachtige Kernen

Over de auteur

Danielle Damoiseaux is programmacoördinator van het Centre of Expertise Krachtige Kernen en onderzoeker bij het Lectoraat Lokale Dienstverlening vanuit Klantperspectief, beide aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Daarbij verbindt zij kennis en kunde uit het onderwijs, onderzoek en de praktijk aan elkaar. Schakelen, verbinden en kantelen op het brede terrein van wonen, welzijn en zorg op het platteland staan daarbij centraal.

Martha van Biene Programmamanager van het Centre of Expertise Krachtige Kernen

Over de auteur

Dr. Martha van Biene is programmamanager van het Centre of Expertise Krachtige Kernen en lector Lokale Dienstverlening vanuit Klantperspectief. Zij is programmaleider van de Wmo werkplaats Nijmegen in opdracht van VWS. Vanuit het programma Kleine Kernen en Wmo welzijn Nieuwe Stijl werkt zij samen met burgers, studenten/docenten en professionals (gemeenten, wonen, welzijn en zorg) aan transitie en transformatie vraagstukken (3 decentralisaties). In de kleine kernen wordt in lerende gemeenschappen met praktijkonderzoek actief bijgedragen aan innovatieve en creatieve aanpakken rondom sociale krimp.

Roy van Dalm Hoofddocent Stedelijke Identiteit, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN)

Over de auteur

Roy van Dalm schrijft voor diverse media over creatieve steden en stedelijk ontwikkeling en is auteur van het boek Slimme Steden. Nu is hij als docent en adviseur verbonden aan de Hogeschool Arnhem-Nijmegen en treedt hij regelmatig als spreker op. De rode draad in Roy’s werk is het benaderen van de stad vanuit urban storytelling en Jungiaanse archetypen.



Ook interessant:

Een fundament voor het verhaal van morgen

Jeroen Niemans

NOVI: Een hoopvol perspectief?

Peter Paul Witsen

Werken aan de productieve stad

Kris Oosting