Ontmanteling van de krimpaanpak

19 december 2013  /  Sjors de Vries

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Waar in grote delen van Nederland burgers en overheid samen druk bezig zijn om begrippen als burgerparticipatie, burgerkracht, burgerinitiatief of bottom-up-initiatieven lokaal handen en voeten te geven, zijn de Groningers al decennia volop aan het experimenteren met de samenwerking tussen burger, overheid en instituties. Zo bleek ook tijdens het door RUIMTEVOLK en het ministerie van Infrastructuur en Milieu georganiseerde ‘Goed gesprek‘ met alle partijen, op vrijdag 13 december in Wongema in Hornhuizen. De ervaringen van de Groningers leverde een even boeiend als ontnuchterend gesprek op.

Of het nu de Groningse nuchterheid is of de kennis en ervaring die de gemeenschappen door de jaren hebben opgedaan, tijdens het ‘Goed gesprek’ slaagden bewoners, professionals en bestuurders van het Groningse platteland erin om de krimpopgave als zodanig te relativeren en ontmantelen. De Groningers lijken alweer een stap verder te zijn: niet samenwerking aan krimpopgaven moet centraal staan, maar ruimte voor het initiatief en ondernemende gemeenschappen.

Perceptie van krimp
Krimp als zodanig is niet waar de Groningers mee bezig zijn. Leegstand van panden valt over het algemeen wel mee, vinden de aanwezigen. En als de lokale gemeenschap de leegstand van een pand als probleem ervaart of een ondernemer het als kans, dan wordt er wel actie ondernomen. Zoals bij het schoolpand in Wehe-den Hoorn, de voormalige kerk in Pieterburen, het oude dorpscafé van Hornhuizen en het verlaten hoveniersbedrijf in Ulrum. Ook vergrijzing en de behoefte aan zorgwoningen wordt gerelativeerd. Zo meldt Johan van Omme van Vereniging Groninger Dorpen dat slechts een aantal procent van de 65+’ers ooit in een verzorgingshuis terechtkomt. En merkt hij fijntjes op: de mensen die 100 worden, zijn echt niet de mensen die in een seniorenwoning leven.

Het gezellig samen doorkabbelen in de zoektocht naar het algemeen belang biedt onvoldoende perspectief. Net als het samenwerken aan het zoveelste beleidsplan.

Onderzoekers Korrie Melis (HAN) en Jan Dirk Gardenier (CAB) halen tijdens het gesprek het dogma van het in stand houden van het voorzieningenniveau aan. Volgens Melis is de aanwezigheid van voorzieningen in een dorp niet allesbepalend. Gardenier stelt zelfs dat uit onderzoek blijkt dat bewoners van dorpen zonder voorzieningen vaak meer tevreden zijn. Voor de aanwezige dorpsbewoners en professionals leken deze opvallende bevindingen al gesneden koek.

Hornhuizen (Foto: RUIMTEVOLK)

Hornhuizen (Foto: RUIMTEVOLK)

Overheid en burger
Waar het gesprek vooral over ging is de verhouding overheid-burgers. Wat is wel de verantwoordelijkheid van de gemeente en waar moet ze ruimte geven aan initiatief en ondernemende gemeenschappen. Wethouder Herwil van Gelder van gemeente De Marne was een van de genodigden en gooide de knuppel in het hoenderhok. “Echte samenwerking van bewoners, overheden en instituties kan pas als we allemaal fundamenteel anders durven te denken en doen.” Dat start wat hem betreft met het accepteren en soms zelfs vergroten van de verschillen tussen overheid en burger. “Het gezellig samen doorkabbelen in de zoektocht naar het algemeen belang biedt onvoldoende perspectief. Net als het samenwerken aan het zoveelste beleidsplan.”

Volgens Van Gelder ontstaan de beste dingen als de overheid zich er niet direct mee bemoeit, of zelfs als tegenreactie op de overheid. Als voorbeeld kwam de opkomende ‘cottage industrie’ aan bod, gespecialiseerde bedrijven die geen directe band hebben met de omgeving maar acteren in een nationale of zelfs globale markt. De ontwikkeling is zonder overheidsbemoeienis ontstaan, de gemeente ondersteunt het met de aanleg van een glasvezelnetwerk. Een ander voorbeeld is het beleid voor toerisme en recreatie. Dat werd eerst ’top-down’ opgesteld. In reactie gingen recreatiebedrijven in de regio samenwerken, hun eigen visie neerzetten en acties ondernemen.

Van Gelder staat met zijn opvatting niet alleen. De meeste aanwezigen tijdens het gesprek steunden hem in zijn analyse en visie. Johan van Omme van Vereniging Groninger Dorpen ziet dat de overheid onverstandig opereert door alle problemen en oplossingen te claimen. Iemand anders vult hem aan “We zijn verslaafd geraakt aan de overheid”. Weer iemand anders riep “Wij zijn de overheid!”. Maar zover durfde een een deel van de aanwezige Groningers en Friezen ook weer niet te gaan.

Ongelijkheid omarmen
Vanuit de zaal wordt de opmerking van Van Gelder over het koesteren en vergroten van verschillen aangegrepen om te pleiten dat de overheid dit ook als principe hanteert in haar benadering van de verschillende dorpsgemeenschappen. Elke gemeenschap heeft haar eigen identiteit en dynamiek en past niet in een mal van gemiddelden. “Een dorp is een samenleving in het klein en de overheid is daarbij een randverschijnsel.” Zo verwoordt Enno Zuidema, stedenbouwkundige en zelf dorpsbewoner in de regio, het. Het ene dorp (Ulrum) richt zich bewust op een aantal praktische opgaven en organiseert denk- en doe-kracht vanuit een stevig verankerd verenigingsleven. Terwijl het andere dorp (Kloosterburen) uitgaat van een conceptuele en integrale aanpak: wonen, zorg en cultuur. En in andere dorpen is er geen overkoepelende visie of gezamenlijk ‘project’, maar ondernemen bewoners of ondernemers actie waar ze het nodig achten of kansen zien.

Doorgaand op de verschillen tussen de dynamiek in dorpen wordt geopperd dat per dorp met dorpsbewoners bepaald zou moeten worden tot hoe ver de verantwoordelijkheden van de gemeente reiken en waar die grenst aan de verantwoordelijkheden van bewoners. In beginsel zouden bewoners zelf kunnen beslissen over waar gemeenschapsmiddelen aan worden besteed. Het eigenaarschap moet zoveel als mogelijk weer teruggegeven worden aan het dorp.

Vruchtbare grond
Dat het eerste Dorpenlab van RUIMTEVOLK en het ministerie van Infrastructuur en Milieu neerstreek in De Marne is geen toeval. In de gemeente wemelt het van de burgerinitiatieven en de gemeente staat bekend als een pionier en koploper op het gebied van de aanpak van krimp- en leefbaarheidsvraagstukken. De wending van het ‘Goed gesprek’ illustreert dit. Hiermee lijkt De Marne niet alleen vruchtbare grond voor landbouw te hebben, maar ook voor verdere innovatie in burgerkracht.

 

Foto boven: Hornhuizen (Foto: RUIMTEVOLK)

Meer informatie over het kennisprogramma Bottom-up ruimtelijke transformatie: http://bottomup.ruimtevolk.nl

Bottom-upPlattelandpolitiek

Sjors de Vries Directeur RUIMTEVOLK

Over de auteur

Sjors is directeur van RUIMTEVOLK en van huis uit planoloog en sociaal geograaf.



Ook interessant:

Nieuw Zicht op Leiden

Daphne Koenders

Ruimte voor de toekomst van werk

Freek Liebrand

Het publiek domein als grote gelijkmaker

Anne Seghers en Sjors de Vries