Warmtenet remt de echte verduurzaming

18 december 2013  /  Jan Willem van de Groep

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Bestuurders, politici, ambtenaren ja zelfs groene voorvechters van duurzame energie ontkomen niet aan het feel-good gevoel van warmtenetten. Warmtebedrijven doen er alles aan om het groene imago te versterken. Het is echter een bedrieglijk imago. Grootschalige warmtenetten die gebruik maken van zogenaamde restwarmte zijn, in tegenstelling tot kleinschalige warmtenetten, niet duurzaam. En, misschien nog wel belangrijker, de grote verliezer is de consument. Jan Willem van de Groep reageert hiermee op een recente blog van Uko Post, die stelde dat warmtenetten kunnen uitnodigen tot nieuwe coalities en andere duurzame(re) initiatieven.

De Bron
De bron van het type warmtenetten waarover ik het hier heb zijn vooral elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties. Twee type bronnen die onze kinderen niet meer willen en waar we zo snel mogelijk vanaf moeten. Afvalverbranders zijn namelijk niets anders dan grondstoffencrematoria. Een haalbare businesscase voor het warmtenet is alleen mogelijk als de centrale nog decennia blijft doordraaien wat een rem zet op de ontwikkeling van de circulaire economie. Een economie waarin afval als grondstof wordt beschouwd.

De meest inefficiënte elektriciteitscentrales zijn het aantrekkelijkst voor het benutten van restwarmte. Door de mogelijkheid om warmte te dumpen in de gebouwde omgeving is er echter geen oog voor het vergroten van de efficiëntie van die centrales. Daarnaast is er de noodzaak om de komende 20 jaar een fors aantal van dat type centrales uit te faseren omdat de trend naar decentrale opwekking zal doorzetten. De kolen- of gasgestookte centrales vervangen door een alternatieve bron die warmte produceert door de inzet van biomassa is duur en inefficiënt voor hoge temperatuur-warmtenetten.

Businesscase gebaseerd op verbruik
Businesscases van de warmtenetten, die gebaseerd zijn op verbruik van energie, zijn fragiel. Enerzijds doordat de bron per definitie onduurzaam blijft, hetgeen onze jongens en meisjes in de toekomst niet meer zullen tolereren. Anderzijds doordat het haaks staat op de wens om de energievraag van gebouwen zoveel mogelijk te beperken. En juist op dat front zijn de afgelopen jaren enorme stappen gezet.

Een concurrerende businesscase van NulopdeEnergiemeter, gebaseerd op zo min mogelijk energieverbruik, wint het altijd. Op duurzaamheidscriteria omdat de duurzaamste energie nog altijd bespaarde energie is. Voor de consument omdat de businesscase niet is gebaseerd op cashflows die voor de rentabiliteit moeten meestijgen met de fossiele brandstofprijzen.

Hoe eerzaam het ook lijkt om restwarmte in te zetten, de infrastructuur is vaak te duur en legt het ruimschoots af tegen het besparingspotentieel van een gebouw. Is dat besparingspotentieel ten volle benut dan blijkt all-electric eigenlijk de enige overblijvende optie te zijn.

Gebouwoplossingen
De overtuiging dat de energievraag op gebiedsniveau opgelost moet worden is achterhaald. De bouwindustrie kan ervoor zorgen dat de warmtevraag van zowel bestaande als nieuwe gebouwen flink wordt beperkt. Zij ontwikkelen daarvoor in rap tempo concepten die, ongebruikelijk in de bouw, steeds goedkoper uitgevoerd kunnen worden. De meerprijs voor een NulopdeEnergiemeter-woning met een EPC van -0,4 bedraagt op dit moment bijvoorbeeld zo’n 15.000. Een no-brainer als je weet dat dit bedrag voor deze woning bijgeleend mag worden in de hypotheek (zo’n 40 euro per maand). Voor de renovatieopgave is het eigenlijk niet anders. De energierekening kan ingezet worden voor de aankoop van renovatieproposities. Dat levert naast een stabiele woonlast ook nog eens mooiere en leefbare buurten en wijken op. Maar bovenal een aanzienlijk comfortverbetering voor de bewoner van die woningen.

De klant dan?!
Naaste de inperking van zijn keuzevrijheid en flexibiliteit schiet de klant in financiële zin niks op met een warmtenet. Er is géén sprake van lagere woonlasten voor de consument. Doordat de looptijd van een gemiddelde businesscase 30 jaar is, krijgt de bewoner dertig jaar lang een energierekening volgens het niet-meer-dan-anders principe. Het grootste deel daarvan bestaat uit vastrecht. Dat betekent bijvoorbeeld heel concreet dat de 11.000 woningen die nog gebouwd moeten worden in de Waalsprong niet extreem zuinig gebouwd kunnen worden. Woningen met een vaste ‘energierekening’ van 40 euro, het hypotheekbedrag wat is gekoppeld aan een meerprijs van 15.000 euro, blijft hen onthouden. Corporaties kunnen geen NulopdeEnergiemeter-woning laten bouwen omdat er nog steeds sprake is van hoge aansluitkosten en een forse energierekening door het hoge vastrecht van een warmtenet. Daardoor kan de besparing niet opgeteld worden bij de huur.

Met een beetje pech is er in de EPC-berekening ook nog rekening gehouden met een warmtenet waardoor de EPC hoger is dan de norm. Daardoor komt de bewoner in een onzuinige woning terecht en betaalt feitelijk meer voor energie dan een normwoning op gas.

 

Foto boven: Energienotanul-woningen in Zeist (Bron: VolkerWessels Vastgoed). 

Circulaire stadEnergieEnergietransitieJaar van de RuimteNederland Kringloopland

Jan Willem van de Groep Programmaregisseur innovatieprogramma EnergieSprong

Over de auteur

Jan WIllem van de Groep is programmaregisseur innovatieprogramma EnergieSprong.



Ook interessant:

Het publiek domein als grote gelijkmaker

Anne Seghers en Sjors de Vries

De verborgen verhalen van Rotterdam

Teun van den Ende

Het platteland verandert sneller dan de stad

Anne Seghers