Het is tijd voor een nationale woningmarktbarometer

05 december 2013  /  Dries Drogendijk

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Afgelopen voorjaar waren de partijen er nog zo trots op: het woonakkoord. Een gelegenheidscoalitie van VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP besloot over een pakket maatregelen om de woningmarkt vlot te trekken. Het was vooral een politiek akkoord in plaats van een nationaal woonakkoord. Het leverde weliswaar (eindelijk) een verlossend antwoord op de hypotheekrente, maar het akkoord liet veel vragen van woonconsumenten onbeantwoord. Zoals de behoeft aan transparante en eenduidige informatie over het functioneren van de woningmarkt. Juist nu de markt voorzichtig lijkt op te veren is betrouwbare informatie voor de consument van groot belang. Het is tijd voor een nationale woningmarktbarometer.

Factchekers
De explosieve groei van de huizenprijzen sinds de jaren ’90 in combinatie met de opkomst van internet en sociale media heeft tot een volstrekt ondoorzichtige markt geleid.  Factchekers, de hype rond de laatste verkiezingen, lopen er helaas niet rond op de woningmarkt. Terwijl meer dan andere economische sectoren de woningmarkt behoefte heeft aan betrouwbare informatie.  Sla de kranten of internet er maar eens op na: deze staan dagelijks vol met beweringen over de woningmarkt. Over het aantal verkochte woningen, de tarieven van hypotheekverstrekkers, het aantal woningbezichtigingen, tot de directeur van de Nederlandse Bank die zijn gevoel uitspreekt. Al die ongechekte feitjes dragen niet bij aan het vertrouwen van de consument. Het is al vaak gezegd: vertrouwen is de bodem onder het herstel van de crisis op de woningmarkt.

Touwtrekken
De politici die het woonakkoord sloten, hebben een kans laten liggen om tot betrouwbare informatie te komen. Het enige wat ze hadden moeten doen was om makelaars, verhuurders, corporaties, woningbezitters, en bouwers aan tafel uit te nodigen. Om samen een nationaal  woonakkoord te sluiten. Een van de onderdelen van dit woonakkoord had kunnen zijn om te bouwen aan consumentenvertrouwen door gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen over goede informatievoorziening.  Nog geen jaar daarvoor stelden de NVM, Aedes, Woonbond en Vereniging Eigenhuis het doel in hun Plan Wonen 4.0 om de Woningmarkt weer goed te laten functioneren. Wat ontbrak in het  pakket aan voorstellen was het zorgdragen voor goede informatievoorziening aan bewoners.

Presikhaaf Arnhem (foto: RUIMTEVOLK).

Nu de woningmarkt lijkt aan te trekken, kan het wedstrijdje touwtrekken aan wie dit te danken is beginnen. Ik ben geen cynicus dus de vijf politieke partijen krijgen een deel van de credits. Maar ze hadden veel meer kunnen en moeten doen. Het is zelfs opvallend stil aan de kant van de politiek. Die stilte wordt opgevuld door de bekende partijen die niet mochten meepraten over het woonakkoord. Met alle gevolgen van dien. De informatie over de woningmarkt stuitert weer ouderwets alle kanten op. Zo durft Ger Hukker, voorzitter van de NVM, de voorspellingen over de groei dan wel daling van de huizenprijzen naar eigen zeggen ‘alleen nog maar te fluisteren’. Maar hij verkondigt ze wel. De koepelorganisaties van de bouwers somberen dat de nieuwbouwbehoefte en dus hun broodwinning nog jaren op zijn gat ligt. Corporaties kruipen in de beklaagdenbank over de huurdersheffing en hun beperkte financiële mogelijkheden. En zo kan ik doorgaan. Factchecking van alle beweringen en nieuwsfeitjes is al helemaal niet aan de orde. Wat ontbreekt is een eenduidig verhaal welke kant het op gaat met de woningmarkt: een nationale woningmarktbarometer.

Koorts of griepvrij
Waar ik bij een nationale woningmarktbarometer aan denk is een cijfer, waarin verschillende informatie is opgenomen: de woningprijs, het consumentenvertrouwen, het aantal verhuisbewegingen, het aantal afgesloten hypotheken, de nieuwbouw, en nog zo meer. Vergelijk het met cijfers als het Bruto Nationaal Product of de levensverwachting.  Een woningmarktbarometer kan hetzelfde betekenen voor het functioneren van de woningmarkt. De stand van de dag en de trend: gaat het slecht, is er een status quo of is de markt actief en gezond? Vanzelfsprekend kan de barometer zowel landelijk worden opgesteld als voor een  stad of geografische regio. De verschillen tussen een krimpregio en de steden in de Randstad vragen om lokale barometers naast 1 landelijke.

De kans is gemist om een nationaal woonakkoord te sluiten waar een vorm van een woningmarktbarometer onderdeel van had kunnen uitmaken. Nu de politiek de handen weer aftrekt van de woningmarkt, ligt er een kans bij de maatschappelijke partners om dit zelf op te pakken. Dus Ger Hukker (NVM), Marc Calon (Aedes), Ronald Paping (Woonbond),  Rob Mulder (VEH), en andere partners: Pak de plannen van Wonen 4.0 weer op en ga verder waar het woonakkoord is gestopt.

 

Foto boven: Leidsche Rijn (foto: RUIMTEVOLK)

OntwikkelaarspolitiekWoningcorporatiesWoningmarkt

Dries Drogendijk Planoloog en bestuurskundige

Over de auteur

Dries Drogendijk is planoloog en bestuurskundige. Na een aantal jaren als consultant te hebben gewerkt, werkt hij nu sinds tien voor de stad Amsterdam. Bij het ProjectManagementBureau werkt hij aan projecten om de stad in beweging te houden.



Ook interessant:

Maak bedrijventerreinen klaar voor de (circulaire) toekomst

Cees-Jan Pen

De verborgen verhalen van Rotterdam

Teun van den Ende

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers