Maatschappelijke oogst: verbinding tussen boer en burger

29 november 2013  /  Andries Middag

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

De land- en tuinbouw is volop in ontwikkeling. Markt, milieu en maatschappij vragen om doorgaande verduurzaming van bedrijfsvoering. Deze verduurzaming levert kansen op. Kansen voor nieuw kapitaal. Kapitaal voor ondernemers in en gebruikers van het landelijk gebied. Dit nieuwe kapitaal, de zogenaamde ‘maatschappelijke oogst’ staat in deze blog centraal. Wat is het? Van wie is het? Wie gaat er over?

Veel bouw- en installatiebedrijven zullen het beamen: de land- en tuinbouw is één van de weinige sectoren die nog wel investeert in nieuw- en verbouw. Je kunt deze zomer niet door het Groene Hart fietsen zonder een bouwkraan op een agrarisch bedrijf in actie te zien. De ontwikkelingen in de land- en (in mindere mate) de tuinbouw lijken niet gevoelig voor de nationale economische conjunctuur. Deze waarnemingen worden bevestigd door recente publicaties van onder meer het Landbouw Economisch Instituut (LEI) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de economische groei in de land- en tuinbouw het afgelopen jaar.

Ook de vooruitzichten voor de korte en middellange termijn zijn veelbelovend. Wereldwijd zal de vraag naar goed en veilig voedsel en overige agrarische producten toenemen. De gunstige omstandigheden en productiewijze in onze vruchtbare delta bieden daarbij een relatief voordeel ten opzichte van buitenlandse concurrentie. Denk hierbij aan de vruchtbare bodem, het relatief milde klimaat en de goede infrastructurele voorzieningen. Om deze voorsprong vast te houden, is verdere ontwikkeling van de land- en tuinbouw noodzakelijk. Hierbij heeft men steeds meer oog voor de maatschappelijke component zowel intern (binnen de land- en tuinbouw) als extern.

Ruimtelijke kwaliteit
Deze maatschappelijke component komt op allerlei manieren tot uitdrukking: van open boerderijdagen tot persoonlijke reclamecampagnes en van boer-burgerparticipatie bij energieopwekking tot de wekelijkse levering van vlees- en groentepakketten.

Ook in de planologie en ruimtelijke ordening wordt de verbinding tussen boer en burger al jarenlang voorgestaan. Concepten als de deltametropoolregio of de ‘verwevingsgebieden’ uit de Reconstructiewet getuigen hiervan door het laten vervallen van een strikte scheiding tussen stad en platteland. Het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) is een goed voorbeeld van een zogenaamd ‘kwaliteitsbeleid’. Hierbij mogen bepaalde ontwikkelingen alleen plaatsvinden wanneer hier een ruimtelijke kwaliteitsverbetering tegenover staat. Deze kwaliteitsverbeteringen worden vooraf op lokaal of regionaal niveau bepaald en hebben bijvoorbeeld betrekking op aanleg, beheer en onderhoud van natuurgebieden of landschappelijk of cultuurhistorisch waardevolle elementen.

Boerderijeducatie (Bron: LTO Noord)

Boerderijeducatie (Bron: LTO Noord)

Nieuw kapitaal
Tot zover het bestaande kapitaal. Niet dat daar iets mis mee is, maar er is meer. En dat sluit aan bij de kenmerken en kwaliteiten van agrarische ondernemers (innovatief, praktisch, ‘hands on’: u vraagt, wij draaien). Dit nieuwe kapitaal bestaat uit ten minste twee categorieën. De eerste categorie betreft het herwaarderen van activiteiten en diensten die al jarenlang worden of werden uitgevoerd. Zo zitten er, waardevolle bijdragen verstopt in tal van sectorale beleidsvelden (zowel bij overheden als maatschappelijke organisaties), variërend van het in stand houden van cultureel erfgoed en beheer en onderhoud van watersystemen tot energieproductie, voedseleducatie, zorg en onderwijs.

De tweede categorie nieuw kapitaal is niet alleen vernieuwd, maar ook daadwerkelijk nieuw. Niet van achter het bureau bedacht, maar in dialoog met en op voordracht van bewoners en gebruikers van gebieden tot stand gekomen. Denkbeeldige voorbeelden zouden de geur van vers gemaaid gras, boerderijeducatie of integrale kavelruil kunnen zijn, maar juist ook weer heel andere zaken die in een bepaald gebied belangrijk worden gevonden. Dat is nu juist de crux van deze categorie nieuw kapitaal: wel voorstelbaar, niet afdwingbaar.

Nieuw kapitaal in de vorm van maatschappelijke oogst dient zich al op velerlei manieren aan. Zo laten akkerbouwers in de Hoeksche Waard 450 km aan ‘agroranden’ langs hun landbouwpercelen inzaaien met gras, kruiden of bloemen en leveren zo een bijdrage aan biodiversiteit, beleving, landschappelijke kwaliteit en waterkwaliteit.  ‘Andersbegaafden’ leveren als ‘PlusKracht’ een onmisbare bijdrage op agrarische bedrijven en bewijzen zo boeren, de maatschappij en zichzelf een dienst. Het innovatie- en actieprogramma ‘Kas als Energiebron’ toont, stimuleert en ondersteunt tuinders om energie die bij hun productie vrijkomt in te zetten ten behoeve van derden.

Coöperatie
2012 was het ‘Jaar van de coöperatie’ en de toekomst is van de coöperatie. Ook voor de ‘maatschappelijke oogst’ geldt dat iedereen in principe aandeelhouder kan zijn. De bereidheid zich aan dit kapitaal te (ver)binden is het belangrijkste criterium. Hierbij is de korte lijn het leidende principe. Geen indirecte vertegenwoordiging op afstand, maar lokale co-creatie en co-operatie. Het concept van de coöperatie lijkt hiervoor bij uitstek geschikt, maar zou niet dwingend opgelegd moeten worden.

Het nieuwe kapitaal is in dialoog met en op voordracht van bewoners en gebruikers van gebieden tot stand gekomen.

Stel een lokale gemeenschap hecht waarde aan een authentiek landschap, met alles wat daarbij hoort, zoals de meidoornheggen tussen de percelen. De aanschaf van plantmateriaal  wordt gezamenlijk gefinancierd en het onderhoud door vrijwilligers uit diezelfde gemeenschap uitgevoerd.

Uitnodigingsplanologie
Schoorvoetend doet het fenomeen ‘uitnodigingsplanologie’ zijn intrede in ons land. Een ruimhartige interpretatie en grensoverschrijdende implementatie van dit concept is een steun in de rug van een goede en gewaardeerde ‘maatschappelijke oogst’ en vice versa. Deze werkwijze vraagt, zeker in het begin, een daadkrachtige helpende hand en meedenkende ruimtelijke professional. In de continue ontwikkeling en waardering van het nieuwe kapitaal is vakgebiedoverschrijdende kennis onontbeerlijk. Inzicht in verbindingen tussen sectoren en professionals en vrijwilligers, creatieve omgang met regels en arrangementen.  Geen formele inspraaktrajecten van zes weken, maar continue interactie. Dat vraagt iets van ambtenaren, maar ook iets van adviseurs en belangenbehartigers. Is dat spannend? Best wel. Levert het iets op? Zeker weten!

Kortom: door ‘mee te liften’ op de doorgaande ontwikkelingen in land- en tuinbouw en ‘maatschappelijke oogst’ als meetlat voor daadwerkelijk duurzame ontwikkeling te introduceren, ‘ontstaat’ nieuw kapitaal. Dit vraagt een andere rol en bijdrage van iedereen die hierbij betrokken moet en wil zijn, maar levert voor alle betrokkenen duurzaam rendement op. En dat is wat we willen met kapitaal!

Foto boven: Energieopwekking en landschapsbeheer (bron: LTO Noord)

Hoeksche WaardLandbouwMaatschappijnieuw kapitaal

Andries Middag Beleidsadviseur omgevingsbeleid

Over de auteur

Andries Middag is opgeleid als planoloog aan Wageningen Universiteit en heeft een voorliefde voor het landelijk gebied. Hij is als beleidsadviseur omgevingsbeleid werkzaam bij LTO Noord, waarbij zijn werkterrein met name in de provincie Zuid-Holland ligt.



Ook interessant:

Werklandschappen als speeltuin van de toekomst

Ana Luisa Moura

Het publiek domein als grote gelijkmaker

Anne Seghers en Sjors de Vries

Terloopse contacten voor een veerkrachtige stad

Flip Krabbendam en Henriëtta Joosten