Verschil maken

11 november 2013  /  Jikke Vergragt

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

De doe-democratie is hot. Ook in Nederland lijkt de tijd rijp voor een nieuwe verhouding tussen burgers, overheid en het maatschappelijk middenveld. Een verhouding waarin burgers meer dan nu bepalen wat er nodig is. Niet als vrijblijvende inspreker vanaf de zijlijn, maar als belanghebbende, mede-investeerder en uitvoerder. Voorwaarde hierbij is dat instituties als overheid en corporaties loslaten, maar kunnen we dit wel?

De ontdekking van de doe-democratie gaat hand in hand met de ontdekking van een nieuwe groep actieve burgers door professionals. Naast de burgers die hun ding doen op barbecues en buurtfeesten, blijken er ook burgers te zijn die ‘ons ding’ willen doen. Ze richten buitenruimte in, knappen woningen op, begeleiden verslaafden, ‘empoweren’ vrouwen, bedenken nieuwe concepten voor leegstaande winkelstraten. En die burgers blijken daar nog goed in te zijn ook. Het zijn gedreven personen met visie, die ambitie hebben om structureel iets te veranderen en daarbij ook bereid zijn om risico te dragen. Bovendien voegt de vrijwillige inzet van burgers voor andere burgers een X-factor toe die wij als corporatie nooit kunnen bieden.

Investerende oud-krakers
Als corporatiemedewerker ben ik erg enthousiast over de samenwerking tussen Woonstad Rotterdam en Nieuwe Ateliers Charlois. NAC, ooit begonnen als een groep krakende kunstenaars, is nu een onmisbare katalysator van de ontwikkeling van Oud-Charlois met een eigen verdienmodel. NAC doet de verhuur en het beheer van hun eigen complex met atelierwoningen. De huuropbrengsten worden ingezet voor onderhoud aan de woningen en verbetering van de buitenruimte. Door zelfwerkzaamheid blijven huren laag en ontstaat een grote betrokkenheid. Daarnaast doet NAC voor ons en andere Rotterdamse corporaties leegstandsbeheer. Want waarom zou je een anonieme leegstandsbeheerder inhuren als een betrokken burgerinitiatief het ook kan en meerwaarde genereert? NAC doet haar zaken zo goed dat ze inmiddels de opbrengsten kan investeren in creatieve wijkontwikkeling middels een eigen fonds: Mind Your Area, Move Your Ass.

Als Rotterdammer geniet ik van de bijzondere plek die Singeldingen in mijn wijk Middelland heeft gecreëerd op de Heemraadsingel. Daar waar je vroeger alleen maar langs fietste of je hond uit liet, kan je nu yoga doen, naar muziek luisteren, van de Marokkaanse scoutingclub een vlot leren bouwen en op vrijdagavond samen eten. Of als dat allemaal teveel gedoe is, alleen maar je kinderen in het gras laten spelen terwijl je een lekkere latte drinkt met vrienden. Het zou zo maar kunnen dat de WOZ-waarde er van stijgt (of in elk geval niet daalt), maar zonder de cijfers erbij te zoeken, weet ik dat mijn wijk een fijnere plek is geworden om te wonen. En nog even door de corporatiebril: het lijkt me helder dat een dergelijk initiatief vele malen meer doet voor de marketing van de wijk dan de zoveelste postercampagne waarbij slecht gestylede nepbewoners vertellen dat Middelland zo enorm hot is. Dat krijgen wij als corporatie er zo maar gratis bij.

Zoektocht
Dit type burgerinitiatieven smaakt naar meer. Maar zowel als corporatiemedewerker als betrokken burger heb ik de ervaring dat de nieuwe samenwerking tussen burgers en instituties een behoorlijke zoektocht kan zijn. Hoewel al die burgers met hun gratis passie-uren natuurlijk stukken goedkoper zijn, is er voor de meeste plannen toch ook een beetje geld nodig. En daar zit nog steeds vaak de bottleneck. Er lekt heel wat energie weg uit burgerinitiatieven door het onderhandelen over toch nog best wel hoge huurprijzen voor vastgoed wat al lang leeg staat, of om een subsidieverstrekkende ambtenaar te overtuigen waarom hun activiteit naadloos aansluit bij het vastgestelde beleidskader. Dat is jammer en onnodig en het remt opschaling van het burgerinitiatief. Met een beetje fantasie kunnen we zoveel meer halen uit ons vastgoed, (subsidie)gelden en de ondernemingskracht van betrokken burgers.

We moeten ons anders gaan verhouden tot onze nationale hobby: het afdekken van risico’s.

Waarom laten we ons niet inspireren door het Engelse Right to Challenge voor het beheer van woningen, het inrichten en beheren van de buitenruimte en welzijnsactiviteiten? Burgerinitiatieven kunnen dan taken overnemen als ze laten zien dat ze het beter of efficiënter kunnen. Hierbij zijn natuurlijk veel mitsen en maren te bedenken, maar misschien kunnen we alvast beginnen door 5% van de aanbesteding van het welzijnswerk apart te houden voor burgerinitiatieven op dit gebied. En stel je voor wat er in de wijken zou gebeuren als we het businessmodel van NAC breder in zouden zetten en al dat leegstaand vastgoed ter beschikking zouden stellen voor goede plannen van burgerinitiatieven? Dan zouden er naast NAC misschien wel meer burger-beheerders opstaan die teruginvesteren in de wijk.

Keihard werken
En is het niet beter als we toe gaan naar een model van ‘achteraf afrekenen’ in plaats van het geestdodende circus van de subsidieaanvraag? Een burgerinitiatief als Singeldingen zou dan een jaar lang de opgave in een gebied op hun eigen wijze kunnen benaderen. Wat is hier eigenlijk het echte probleem? Welk programma past hier het beste bij? En hoe gaan we dat uitvoeren op zo’n manier dat er ook echt verandering in gang wordt gezet? Geheid dat er dan mooie dingen ontstaan. Dingen die instituties zelf niet hadden kunnen bedenken. Oplossingen waarbij “onbereikbare”doelgroepen ineens wel mee doen. Na een jaar kan de gemeente of corporatie kijken welke programma’s van burgers hebben bijgedragen aan de geformuleerde beleidsdoelen die ze hebben. En dan wordt er afgerekend: niet in de vorm van een vrijwilligersvergoeding of een activiteitenbudgetje, maar laat instituties dan ook gelijk de daadwerkelijke waarde betalen van de investering in de maatschappelijke opgave die ze anders zelf hadden uitgevoerd. Het breder inzetten van maatschappelijke kosten-batenanalyses kan helpen om de waarde van burgerinitiatieven inzichtelijk te maken.

Dit overziend lijkt het erop dat loslaten en overdragen niet minder, maar juist meer van ons professionals vraagt. Faciliteren van burgerinitiatieven betekent niet over de schutting gooien maar keihard werken. De logica van onze systeemwereld moet worden aangesloten op de logica van de belevingswereld van actieve burgers. Als corporatie moet je leren met deze nieuwe partners zaken te doen, kwaliteit te kunnen herkennen en samen nieuwe oplossingen te kunnen genereren. Er moeten nieuwe financiële arrangementen ontwikkeld worden en er moet mandaat en lef georganiseerd worden binnen de organisatie. Dat zijn we volop aan het leren; door het gewoon te doen.

Moeilijke keuzes
Maar het gaat over meer. Als we willen dat burgers een grotere rol krijgen, moeten corporaties moeilijke keuzes maken. We moeten ons bijvoorbeeld anders gaan verhouden tot onze nationale hobby: het afdekken van risico’s. Is het erg als de door bewoners gecreëerde urban playground niet voldoet aan alle veiligheidsnormen? Mag je als ouder niet ook gewoon zelf bepalen of je je kind daar laat spelen met het risico dat het op zijn hoofd valt?

Loslaten betekent ook accepteren dat burgers andere prioriteiten kiezen of de dingen anders aanpakken. Het burgerinitiatief handelt vaak vanuit een welbegrepen eigenbelang en is veelal gericht op een specifieke doelgroep. In de ene wijk zal er meer gebeuren dan in de andere, de ene groep heeft meer vaardigheden om zaken gedaan te krijgen dan de andere, het ene maatschappelijke vraagstuk is aantrekkelijk, het andere wordt niet opgepakt. Er zullen dus ook gebieden zijn waar niks ontstaat; en waar wij als corporatie onze klanten “gewoon” bedienen op onze manier. Een manier die steeds meer back to basic is. Dan moet de corporatie afscheid nemen van het gelijkheidsdenken, hoe pijnlijk ook. Verschil mag er zijn.

Met dank aan Eireen Schreurs

Foto’s in het artikel: Singeldingen, Rotterdam (foto’s: Marieke Hillen)

nieuw kapitaalRotterdamWoningcorporaties

Jikke Vergragt Stadsgeograaf

Over de auteur

Jikke Vergragt is stadsgeograaf. Ze werkt bij Woonstad Rotterdam en houdt zich bezig met burgerinitaitieven, participatievernieuwing, wijkontwikkeling, tussentijd.



Ook interessant:

Een grootse traditie van maatwerk

Kris Oosting

NOVI: Een hoopvol perspectief?

Peter Paul Witsen

Schipperen tussen grote opgaven en lokale oplossingen

Jeroen Niemans