De stille kracht van de lokale ruileenheid

09 oktober 2013  /  Martien Kromwijk

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Lokale ruileenheden horen bij de onweerstaanbare trend naar circulaire economie, coöperatieven, kleinschaligheid, naoberschap en opwaarderen van ‘geluk’ als doel van maatschappelijke betrokkenheid. Er valt inmiddels genoeg te leren van wat er soms wel en dikwijls niet lukte bij lokale economische transactie systemen (LETS) en lokale munten. De tijd is rijp voor een succesvolle doorbraak. De belangrijkste sleutels zijn de community base, en voldoende schaal.

Twee jaar geleden zeiden drie mensen onafhankelijk van elkaar tegen mij dat ik eens moest lezen in “Het geld van de Toekomst”, van Bernard Lietaer. Deze Belgische econoom die voorheen werkte in de top van de internationale valutahandel raakte ook gefascineerd door de lokale ruileenheden die her en der in de wereld floreerden. Hij schreef een briljante analyse van het mondiaal economisch systeem, en inventariseerde de lessen die we kunnen leren van de vele lokale geldsystemen die er in de wereld zijn. Zó overtuigend dat mijn belangstelling was gewekt om het als nieuw kapitaal te willen organiseren op Rotterdam Zuid.

Leergeld
Samen met Luc Manders, sociaal ondernemer op Rotterdam Zuid, is verkend wat de mogelijkheden waren. Bij Stro (voorheen Strohalm, in Utrecht) ligt een schat aan ervaring, door wereldverbeteraar Henk van Arkel met een hoog ideologische ambitie bijeen gehouden, ondertussen de wereld verrijkend met een open source betaalsysteem. Dan is er Qoin, dat met raad en daad tal van opstartende systemen heeft ondersteund. Er valt af te kijken in Brixton, Bristol, bij de Torekes en Makkie, en voorlopende Rotterdamse LETS-winkels participeerden in onze co-creërende workshops, net als wetenschappelijke experts van de Erasmus Universiteit.

Er is al zó veel leergeld betaald! Zo valt te leren dat er voldoende schaal moet zijn (van de LETS), want in een kleine community van 150 deelnemers is er wél veel onderling vertrouwen, maar lang niet altijd iemand die precies de dienst aanbiedt waar jij op zit te wachten. Alleen defensief zijn voor de eigen middenstand (Brixton, Bristol) heeft ook z’n beperkingen, net als systemen die van bovenaf door overheid en instituties worden gedragen, of maar een beperkt domein van het leven beslaan, zoals WeHelpen met de credits vooral zorgdiensten organiseert.

Zuiderling
Met de E van eenvoud steeds voor ogen hebben we die lessen toegepast bij de Zuiderling, die in september 2013 van start gaat. Het gaat eenvoudig werken met sms-betalingen (zoals in Afrika nu ook het bancaire stelsel wordt ondersteund) en beloont alleen maar tijddiensten: één Zuiderling is ongeveer een half uur van je tijd. Het brengt on(der)benut potentieel samen met onvervulde wensen. Je kunt niet rood staan, om mee te doen moet je de Zuiderling eerst verdienen, met iets wat jij kunt, wat je leuk vindt, waar je goed in bent. En iedereen heeft dat talent. Dat geldt voor jong en oud, voor rijk en arm. Op de website (www.dezuiderling.nl) staat een filmpje dat laat zien wat het met mensen doet: het maakt blij, gelukkig om iets te doen voor een ander. Het brengt mensen tot elkaar waar de euro anoniem en afstandelijk is.

De Zuiderling from Fred Klopper on Vimeo.

Nieuwe netwerken en logica
De try outs bevestigen de verwachtingen. Ook mensen met gebrekkige netwerken en moeizame Nederlandse conversatie snappen de Zuiderling, gaan rechtop zitten en willen meedoen. Het eerste wat ze vragen is tijd van een ander om de taal beter te leren. Die steun vinden ze niet in de eigen kring, en zo gaan netwerken zich met elkaar verbinden. De klant van de voedselbank kan de Nederlandse conversatie ondersteunen van een lid van de Kameroenese kerk. Zo worden ook de scheidslijnen doorbroken tussen arm en rijk. Al bij de eerste workshop vroeg een vrouw die al jaren in de bijstand zit om muziekles voor haar kind. Een rijke man van drie buurten verderop geeft hem nu pianoles (al vooruitlopend op de Zuiderling, ze hebben er niet op gewacht).

De centrale as van een succesvolle ruileenheid is de gedragenheid vanuit de community. Het aantal vrijwilligers (van ICT tot communicatie en HRM) groeit rap. De introductie gebeurt door bewoners van Rotterdam Zuid zelf (à la de traditionele Tupperware parties). Maar de belangrijkste motor worden de 1001 community initiatieven, die allemaal al leiders hebben, veel motivatie, maar ook de kwetsbaarheid dat ze zwaar op vrijwilligerswerk leunen. Voor hen ontstaat een nieuwe logica van waardering. De ingezette vrijwilligerstijd zien ze deels beloond met Zuiderlingen, waarmee ze hun tijd kunnen compenseren. Een ander neemt daarmee weer het tuinonderhoud, het koken, het schoonmaken over. De computerles in een buurthuis in Charlois dreigde te stoppen, maar gaat toch door omdat de vrijwillige docent weet dat hij er straks Zuiderlingen mee verdient.

En zo ontstaat nieuwe logica. Ook voor sportclubs die dreigden te sluiten wegens gebrek aan kader, maar waar SportSupport nu met Zuiderlingen nieuwe steun gaat bieden. Op scholen waar met Zuiderlingen een campagne voor huiswerkondersteuning en leesbegeleiding kan ontstaan. Wat ook leuk is om te doen. Er zijn voorbeelden van mensen met een goede betaalde baan die deeltijd gaan werken, om met hun hobby-talent Zuiderlingen te verdienen. Zij worden gelukkiger. Voor iemand in de bijstand is het moeilijk ineens een full time baan te vinden; maar door enkele uren tijdsinzet kunnen wel Zuiderlingen worden verdiend, en daarmee stijgt de welvaart, en (de deur uit, afspraak nakomen, Nederlandse conversatie) komt iemand drie stappen dichter bij de arbeidsmarkt. En niet omdat het is afgedwongen, maar omdat iemand zelf voor deze logica kiest.

Brug slaan
Waar sociologen eerder aantoonden (bijvoorbeeld Talja Blokland in “Wat stadsbewoners bindt”) dat rijk en arm in één buurt nog niet betekent dat mensen iets met elkaar hebben, kan een lokale ruileenheid die brug wél slaan. Dat is het nieuwe kapitaal van de buurten. “Peoples money, for peoples communities”, is niet voor niets de pay off van de Zuiderling.

Recent verscheen “Wat werkt nu werkelijk, politiek en praktijk van sociale interventies” (Justus Uitermark e.a.). Daarin somt Jos van der Lans op wat de duurzame kenmerken zijn die je aan de historische kennis kan ontlenen – zoals dat hierboven van de lokale ruileenheden is gedaan. Hij benoemt: oriëntatie op de leefwereld, lokale nabijheid, veelzijdigheid en niet eng gespecialiseerd, aangaan van duurzame vertrouwensbanden, gepassioneerd zijn, persoonlijke drive, steeds op zoek naar eigen kracht, talenten van mensen en hechte, kleine werkverbanden. Ook langs deze maat bezien is het tijd voor een nieuwe toepassingsvorm van lokale ruileenheden. Klein is het nieuwe groot. De 1001 initiatieven gaan dit dragen en ontvangen volgend jaar zelfs het eigenaarschap, via een nog op te richten coöperatieve vereniging: de BewonersTrust Rotterdam Zuid.

Foto boven: Collage van foto’s afkomstig van www.dezuiderling.nl

nieuw kapitaalRotterdamSociale cohesie

Martien Kromwijk Ambassadeur sociale duurzaamheid

Over de auteur

Martien Kromwijk is werkzaam als ambassadeur sociale duurzaamheid bij diverse organisaties, ondermeer in de verslavingszorg en het beroepsonderwijs.



Ook interessant:

Ruimte voor de toekomst van werk

Freek Liebrand

Maak bedrijventerreinen klaar voor de (circulaire) toekomst

Cees-Jan Pen

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor