Het einde van de rol van de overheid

18 september 2013  /  Hans Peter Benschop

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Even ging de vlag in top. Eindelijk, na zoveel jaren…deemoed! De overheid als regisseur, dat afschuwelijk hooghartige beeld over de verhouding tussen staat en individu: het wordt ten grave gedragen. Ambtenaren en bestuurders krijgen door dat de samenleving bruist van de energie. En dat al die bruisende mensen, bedrijven en organisaties helemaal niet geregisseerd willen worden, als onvrijwillige spelers in het toneelstukje van hun overheid. Maar helaas, na het drogbeeld van de regisseur werd er een nieuw gedrocht bedacht: de overheid als facilitator. De overheid gaat burgers ruimte geven, maar – zo luidt het nieuw mantra – de mensen moeten wèl ‘gefaciliteerd’ worden. Facilitator! Er zijn drie redenen voor protest.

Ten eerste het mensbeeld. De rol van regisseur benadrukt de onderdaan als mak schaap. Weg ermee…terecht! De overheid als facilitator introduceert echter een nog treuriger wezen: de incompetente burger. Van de regen in de drup. Het lukt die burgers zelf niet. Ze moeten geholpen worden – door een ambtenaar (!). ‘Regisseur’, ‘facilitator’: het zijn geen waardevrije begrippen. Ze zijn giftig; ze verzieken een relatie.

Ten tweede: de rol van ‘facilitator’ maakt de overheid tot loophond. Wie of wat help je (om het ‘faciliteren’ maar in normaal Nederlands te vertalen)? En waarom? Die kernvragen ontloopt de faciliterende overheid. En dat kan niet. Mensen willen allerlei, vaak tegengestelde, dingen. Bij onenigheid kàn de overheid niet zowel de één als de ander helpen. Keuzes zijn noodzakelijk.

Ten derde: begrippen als ’regisseur’ en ‘facilitator’ zijn abstracties. Iedereen verstaat er net iets anders onder. De ene regisseur laat spelers vrij, de ander bepaalt elke pinkbeweging. Ook ‘faciliteren’ kan je op allerlei manieren doen. Het zijn abstracties die verwarring veroorzaken.

Rook
Als de rook van de rollendiscussie opgelost is, blijkt dat er een kristalhelder vraagstuk over blijft: hoe handelt de overheid in tijden van onzekerheid? En ik zou zeggen: door keuzes en handelen.

Tot voor kort leek het overheidsbeleid wel wat op de communistische planeconomie. Je stelde meerjarige doelstellingen vast, liefst zo SMART mogelijk: kwantitatief, meetbaar. Je maakte programma’s om die doelstellingen te realiseren. Je monitorde en stelde beleid bij. Als politicus rekende je de bestuurder af als hij de targets niet haalde. De wereld is te onvoorspelbaar geworden voor zo’n aanpak. Dat heeft twee consequenties. SMART doelstellingen kunnen bij het oud papier. En overheidshandelen is vaak een sprong in het duister.

Visie
Overheden stellen zich de vraag of je in deze onzekere tijd nog wel lange termijn visies moet maken. Ik zou zeggen: meer dan ooit! De laatste zekerheid die we hebben is onze wil. Te makkelijk wordt de politiek afgeschreven. De raads- en statenzalen zijn de enige plekken waar alle belangen en wensen tegen elkaar afgewogen worden. Daar moeten we zuinig op zijn: het is onze democratie. Er is een noodzaak om, via onze volksvertegenwoodigers, gezamenlijk te bepalen welke waarden we willen realiseren als gemeenschap. Keuzes zijn nodig. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit betekent minder aandacht voor sociaal beleid, en vice versa. Soms zijn er win-win situaties, maar politiek is in essentie tragisch. Het is het kiezen tussen twee goeden – waarbij er één verliest. Daarbij moet je helder zijn zonder in de val van exactheid te vervallen. De keuzes zijn richtinggevend voor handelen, maar dat gebeurt in veranderende omstandigheden. Het is zinloos om vlekkenkaarten vast te stellen over een situatie in 2030, of harde doelstellingen over woningbouw in 2015. Onzekerheid vraagt wijs, geen SMART beleid.

Naast de keuzes zijn er de daden. ’Dit zijn onze waarden, die willen wij realiseren’. Maar hoe? En met wie? Dat verandert steeds. Het laatste dat de overheid moet zijn is ‘rolvast’. Integendeel, pragmatisme, opportunisme en durf zouden het credo moeten zijn. Nu eens dirigistisch, dan weer meebewegend met de golven van de tijd. Linksom of rechtsom. Het toekomstige beleidspakket bestaat niet alleen uit programma’s en projecten, maar ook uit krachtenveld- en omgevingsanalyses, en toekomstverkenningen (sorry, eigen parochie…). Regeren in onzekere tijden is als het onderzoeken van een duistere grot: nu eens geeft de wand mee, dan weer zijn er obstakels. Je zet dapper grote stappen, en ook voorzichtig kleine. Je weet waar je heen wilt, niet waar je uit komt.

Het artikel is eerder gepubliceerd op de website van het Trendbureau Overijssel

Foto boven: Doorkijk plenaire zaal, door Risastla  (CC)

Den Haagnieuw kapitaalpolitiek

Hans Peter Benschop Directeur Trendbureau Overijssel

Over de auteur

Hans Peter Benschop leidt het Trendbureau Overijssel, een onafhankelijk bureau dat toekomstverkenningen maakt voor de (politieke) besluitvorming.



Ook interessant:

Een ruimte van verschil

Hans Teerds

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom

Werken aan de productieve stad

Kris Oosting