Crowdfunding kansrijk bij wijkontwikkelingen

25 maart 2013  /  Barry Hol en Maarten van der Velde

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Crowdfundingcampagnes slagen als een online menigte zo enthousiast wordt over het initiatief, dat ze een bedrag doneren. Sociale media, zoals Facebook, LinkedIn en Twitter zijn daarbij belangrijke instrumenten. Bij campagnes voor wijkontwikkelingen zijn de sociale media niet zo effectief als bij campagnes voor designprojecten of de productie van een muziekalbum. Wijkontwikkelingen hebben namelijk een sterk lokaal karakter. Ze zijn geworteld in een specifieke plek. Hoe bereik je een online menigte rondom wijkontwikkelingen om de kracht van crowdfunding te kunnen benutten?

Crowdfunding is een nieuw financieringsinstrument dat voornamelijk in de creatieve sector (design, muziek, film, kunst) al enkele jaren met succes wordt ingezet. Op dit moment staat het Amerikaanse platform Kickstarter veel in de belangstelling. In Nederland kennen we verschillende platforms, zoals Crowdaboutnow en Voordekunst. Inmiddels kan ook het eerste succes in de Nederlandse vastgoedpraktijk gemeld worden en is in het centrum van Rotterdam een brugverbinding met crowdfunding gefinancierd.

Nu de financiering vanuit gemeenten, corporaties en marktpartijen opdroogt, kan crowdfunding een alternatief vormen om (kleinschalige) leefbaarheids- en ontwikkelinitiatieven (in dit artikel voor het gemak ‘wijkontwikkelingen’ genoemd) te financieren. Het sluit goed aan bij het bottom-up karakter van de nieuwe ontwikkelmethoden, zoals organisch ontwikkelen en ontwikkelend beheer. De eerste crowdfundingintermediair voor wijkontwikkelingen is dit jaar van start gegaan met de pilot van het platform Voorjebuurt. In ons vakgebied bevindt crowdfunding zich nog in de experimentele fase. Het moet nu gaan doorgroeien tot een volwaardig financieringsinstrument.

Netwerkeffect
Bij crowdfunding leggen veel mensen ieder een klein bedrag in, wat bij elkaar voldoende is om een project te realiseren. Deze online menigte van financiers vormen een gemeenschap (sociaal netwerk) rondom het project en de initiatiefnemer. Ze treffen elkaar op een online platform van een onafhankelijke intermediair. In de gemeenschap rondom een crowdfundinginitiatief treden netwerkeffecten op die ook te zien zijn bij de verspreiding van berichten via sociale media, zoals Facebook en Twitter. Om van deze netwerkeffecten te profiteren, is het voor een initiatiefnemer belangrijk dat hij beschikt over een brede offline basis van mensen die hem en zijn initiatief steunen. Denk aan familie vrienden, buren en collega’s. Deze groep moet met de start van de campagne het financieringsproces aanjagen door als eerste te doneren en het initiatief te promoten. Hoe omvangrijker dit offline netwerk van promotors is, hoe groter de kans dat het enthousiasme overslaat op de online menigte. Het moment dat dit gebeurt wordt het ‘engagement moment’ genoemd. Daarna is het bereik van de campagne in potentie globaal! Zie de scriptie van Barry Hol voor een gedetailleerde beschrijving van crowdfunding in ons vakgebied.

Homepage-foto-Eric-Fecken

Wijkontwikkeling werkt anders
Crowdfunding van bijvoorbeeld een nieuw innovatief horloge is schaalbaar naar een globale menigte. Het product (horloge) kan aantrekkelijk zijn voor mensen uit alle werelddelen. Het is in oneindige aantallen te dupliceren en globaal uit te leveren.

Wijkontwikkelingen zijn niet schaalbaar. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met een specifieke plek. De herontwikkeling van een leegstaande loods in Utrecht heeft urgentie voor mensen in Utrecht, maar niet voor mensen uit Maastricht, Spanje of Japan. Een wijkontwikkeling komt voort uit het DNA van de specifieke plek. Je kunt het niet zomaar dupliceren en op een andere locatie herhalen. Daarom is het opbouwen van een gemeenschap van buurtgenoten bij wijkontwikkelingen belangrijk om het ‘engagement moment’ te kunnen bereiken. De huidige online platformen bereiken deze doelgroep onvoldoende. Met Facebook verbinden we ons privéleven digitaal met familie, vrienden en kennissen. Met LinkedIn verbinden we ons zakelijk leven met collega’s, vakgenoten en zakelijke relaties. Waar al deze mensen wonen en leven maakt niet uit. We kennen ze veel beter dan onze directe buren. Buurtbewoners blijven vaak anoniem.

Een initiatiefnemer van een crowdfundingcampagne voor een wijkontwikkeling moet vooral aan de slag met traditionele instrumenten (flyeren, posters en advertenties). Dit kan succesvol zijn*; er ontstaan vooral één op één relaties tussen initiatiefnemer en financier. Het ontstaan van een gemeenschap van enthousiaste financiers wordt hiermee niet gestimuleerd. De kracht van crowdfunding wordt dus niet benut.

Een breed gedragen sociale mediaplatform voor buurtgenoten is noodzakelijk om crowdfunding door te laten groeien naar een volwaardig financieringsalternatief bij wijkontwikkeling. Het wordt hoog tijd dat we ons digitaal gaan verbinden met onze buren!

Nextdoor en BUURbook
In de VS bestaat sinds twee jaar een succesvol burenplatform met de naam Nextdoor. Dit platform gaat niet over het delen van vakantiefoto’s, verjaardagen of statusupdates. Een uitgebreid profiel is dus niet nodig. Het gaat wel over het elkaar kunnen vinden als er wat speelt in de directe leefomgeving. Bijvoorbeeld als je op straat je sleutels hebt verloren, een straatfeest wilt organiseren, buren wilt informeren over een inbreker of een gezamenlijke actie wilt organiseren. Op het platform zijn ook de gemeente en de politie aangesloten. Zij kunnen snel burgers in een bepaalde straat, buurt of wijk betrekken bij planvorming, vragen stellen of waarschuwen voor gevaarlijke situaties.

Het nieuwe Nederlandse platform BUURbook focust zich op het vergroten van de ‘invloed op je buurt’. Bewoners en professionele partijen die samen willen werken aan de stad kunnen op BUURbook hun plannen delen voor bebouwing en openbare ruimte. BUURbook stimuleert kennisdeling, zelforganisatie en discussie onder bewoners, of zoals de oprichter dit noemt ‘crowdorganising’. Dat legt de gemeenschappelijke vraag en behoefte uit de buurt bloot en het is gunstig voor de sociale cohesie en de leefbaarheid.** Op BUURbook kunnen plannen groeien in een netwerk van bewoners, bedrijven en plannenmakers. Dat leidt tot betere plannen en sterkere buurten. BUURbook nodigt gemeenten en andere professionele organisaties actief uit aan te haken, maar wil nadrukkelijk onafhankelijk blijven.

Nieuw platform
Crowdfunding is een kansrijk alternatief voor de financiering van wijkontwikkelingen. Doordat wijkontwikkelingen geworteld zijn in de plek waar ze gerealiseerd worden, zijn de traditionele sociale media maar beperkt bruikbaar in crowdfundingcampagnes. Er is ruimte voor een nieuw platform naast Facebook en LinkedIn, dat buren aan elkaar verbindt. Dit nieuwe platform is noodzakelijk om crowdfunding te kunnen laten doorgroeien tot een volwaardig financieringsinstrument voor wijkontwikkelingen.

* De crowdfundingcampagne van Dwight Oldenhof voor het openen van een horecagelegenheid ging pas lopen na een flyeractie in de omgeving http://www.crowdaboutnow.com/CrowdAboutNow/company/47/Oldenhof

** Velde, van der M.P., 2012, “Puberen en loslaten: onderzoek naar het effect van sociale media op de invloed van bewoners op hun leefomgeving”, MCD scriptie http://thesis.eur.nl/theses/economics_management/mcd/index/331242961/

Foto’s in het artikel van Eric Fecken

crowdfundingnieuw kapitaalRotterdamSociale cohesie

Barry Hol Projectmanager Civiel en Ruimtelijke Ordening

Over de auteur

Ing. Barry Hol MSc. (MCD) is projectmanager Civiel en Ruimtelijke Ordening voor detacheringsbureau Yacht en auteur van de scriptie “Crowdfunding: gemeenschapsfinanciering in stedelijke gebiedsontwikkeling”.

Maarten van der Velde Stedenbouwkundige

Over de auteur

Ir. Maarten van der Velde MCD is stedenbouwkundige, oprichter van BUURbook.nl en auteur van de scriptie ‘Puberen en loslaten! Een onderzoek naar het effect van sociale media op de invloed van bewoners op hun leefomgeving’



Ook interessant:

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor

Publieke welvaart

Simon Franke en Wouter Veldhuis