Mengen uit de mode?

28 januari 2013  /  Errik Buursink

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Op 12 december aanvaardde Maarten van Ham een positie als hoogleraar Urban Renewal aan de Technische Universiteit Delft. Errik Buursink ziet zijn benoeming als een aanval op een van onze oudste planningsdogma’s: de gemengde wijk.

 “Voor 1862 bestond hier niet het groote stands-verschil van den tegenwoordigen tijd. [..] [H]et samenspel van jongens en meisjes van rijken en armen oefende een gunstigen invloed uit op aller ontwikkeling. Het ophouden van dit samenspel was nadeelig voor de kinderen der mingegoeden doordat deze daardoor den beschavende invloed van die der aanzienlijken moesten derven [..].”
Uit: Dr. Benthem, Geschiedenis van Enschede (1895).

De gemengde stad is om verschillende redenen een ideaal. Voor velen maakt de variatie in levensstijlen en culturen de stad tot een interessante plek. Als gevolg van de kruisbestuiving die er plaatsvindt zijn steden bovendien broedplaatsen voor sociale, culturele en wetenschappelijke innovatie. Anderen zien de stad als een emancipatiemachine, waar nieuwkomers de verworvenheden van de moderne westerse maatschappij absorberen en kunnen emanciperen. In beide visies is eenzijdigheid, door verregaande gentrification, of juist als gevolg van gettovorming, dodelijk voor het functioneren van de stad.

Praktijk
Diametraal daartegenover staan onderzoekers die stellen dat de pogingen die de overheid onderneemt om wijken gemengder te maken de economische positie van arme huishoudens helemaal niet verbetert. Zij signaleren daarnaast negatieve effecten van de herstructurering van achterstandswijken. De verkoop van sociale huurwoningen of sloop-nieuwbouw is  een aanslag op de bestaande sociale structuren. Heel terecht stellen zij dat segregatie vaak een gevolg is van vrije keuze. Etnische groepen zoeken elkaar bijvoorbeeld op in bepaalde buurten, waar ze een op maat gesneden voorzieningenaanbod aantreffen en zich omringd weten door bekenden en familie.

In zijn oratie ‘De buurt. Best belangrijk stelt de Delftse hoogleraar Urban Renewal Maarten van Ham de legitieme vraag wat er eigenlijk erg is aan de ruimtelijke concentratie van arme gezinnen in bepaalde stadswijken. Aan het tegengaan van segregatie liggen volgens hem aannames ten grondslag, die geen fundament hebben in de werkelijkheid. Menging van arm en rijk heeft niet tot een bewezen verbetering geleid van de maatschappelijke positie van armen. Het zogenaamde buurteffect bestaat simpelweg niet. Hou dus op met de kostbare pogingen segregatie tegen te gaan en accepteer dat er in ons land rijke en arme buurten zijn. Wie zich opwerkt uit de armoede maakt vanzelf de overstap naar een rijkere buurt. De overheid moet zich daarom concentreren op het aanbieden van goed onderwijs en het garanderen van de veiligheid.

Wanneer je behalve arm ook nog eens bent veroordeeld om te wonen in een onveilige, vervuilde omgeving met zwakke scholen en een gebrek aan voorzieningen, word je dubbel getroffen.

Wijken met geweervuur
In een interview in NRC Handelsblad geeft Van Ham toe dat in wijken in de VS, waar “’s nachts machinegeweervuur klinkt”, menging wel degelijk positieve effecten kan hebben. Nu is machinegeweervuur in Nederland een zeldzaam fenomeen, dat zich bovendien niet tot achterstandswijken beperkt. Maar dat veel van de wijken, waar armoede zich concentreert, worden geplaagd door leefbaarheidsproblemen staat desondanks buiten kijf. Mensen zijn in ons land zelden alleen maar arm. Vaak hebben gezinnen met een laag inkomen te maken met een baaierd aan problemen: slechte scholing, schulden, criminaliteit, overlast in de woonomgeving. Armoede trekt een zware wissel op mensen. Wanneer je behalve arm ook nog eens bent veroordeeld om te wonen in een onveilige, vervuilde omgeving met zwakke scholen en een gebrek aan voorzieningen, word je dubbel getroffen.

Indische Buurt
Uiteraard kan het mengen van rijk en arm niet alle problemen van arme gezinnen oplossen. Toch kan de stedelijke vernieuwing van de laatste jaren bogen op duidelijke successen. Een mooi voorbeeld is de Indische Buurt in Amsterdam. Hier werden sociale huurwoningen verkocht en is nieuwbouw in het duurdere segment verrezen. De bevolkingssamenstelling wijzigde door deze operatie. Het aantal niet-westerse allochtonen daalde er tussen 2003 en 2011 van ruim 8.000 tot 6.500, terwijl het aantal autochtonen en westerse allochtonen toenam van 5.000 naar 6.000. Een vrije geringe verschuiving, die het aanzien van de wijk radicaal heeft veranderd. Het gemiddeld besteedbaar inkomen in de Indische Buurt steeg van € 17.900 in 2000 naar € 24.300 in 2009. De komst van nieuwe middenklasse huishoudens versterkte de weerbaarheid van de buurt, zorgde voor nieuwe voorzieningen, waarvoor eerder onvoldoende draagvlak was, en leidde tot gemengdere en sterkere scholen.

In 2005 scoorde de Indische Buurt 5,1 op de leefbaarheidsindex. Een dikke onvoldoende waarachter vervuilde openbare ruimte, overlast door jeugdgroepen, criminaliteit, zwakke scholen en een laag buurtvertrouwen schuilgingen. In 2010 was de score een 7,0. Van de verbeterde omstandigheden in de Indische Buurt profiteren alle inwoners. Immers, wie moeite heeft het leven op de rails te houden is extra gebaat bij een stabiele leefomgeving. De kwaliteit van de leefomgeving hangt nauw samen met de mate waarin bewoners zich weten te organiseren en de weg kennen naar het openbaar bestuur en de instituties. Een gemengde wijk is een weerbare wijk. Een gemengde wijk biedt kleine ondernemers kansen. Een gemengde wijk stelt mensen in staat verder te kijken dan de eigen sociale omgeving.

Mercatorplein in Amsterdam-West. De komst van nieuwe groepen bewoners rondom het plein zorgde voor draagvlak voor nieuwe voorzieningen waarvan iedereen profiteert. Het plein trekt nu een meer gevarieerd publiek, is veiliger en wordt drukker gebruikt. Foto: Errik Buursink.

Na-oorlogse buurten
De Indische Buurt is een vóóroorlogse wijk, die profiteert van gentrification. Van Ham stelt terecht dat na-oorlogse wijken minder profiteren van menging van arm en rijk. Maar is dat een reden om het bijltje er dan maar bij neer te gooien? De publieke sector trekt zich momenteel terug uit wijken en burgers worden geacht zaken die voorheen door de overheid werden geregeld zelf te organiseren. Veel van die zelforganisatie moet zijn beslag krijgen in de directe woonomgeving. Dat vraagt om weerbare buurten. En dat zijn veel naoorlogse buurten niet. Intussen dreigt sociale en ruimtelijke segregatie een steeds grootschaliger georganiseerd verschijnsel te worden. De afstand tussen groepen is zodanig dat niet alleen de mate van welvaart en levensgeluk ver uiteenlopen, maar er ook culturele verschillen ontstaan.

De Franse historicus Pierre Rosanvallon stelde op 22 november 2012 in NRC Handelsblad dat er geen democratie kan bestaan als de samenleving zichzelf niet ziet. De democratie als heroïsch gelijkheidsproject heeft geen bestaansrecht zonder affiliatie tussen burgers, zonder weet van elkaars leven. Daarmee is de gemengde buurt als planningsideaal nog net zo relevant als in 1895. En bovendien een mooie uitdaging voor Van Ham’s bouwkundecollegae te Delft.

Foto boven: Indische buurt, foto: Ed Buijs

Amsterdamnieuw kapitaalOnderwijsSociale segregatie

Errik Buursink Senior planoloog, Gemeente Amsterdam

Over de auteur

Errik Buursink werkt als planoloog bij Ruimte en Duurzaamheid van de Gemeente Amsterdam.



Ook interessant:

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans

Een grootse traditie van maatwerk

Kris Oosting