Thuis in je huis

29 augustus 2012  /  Pieter Hoexum

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Heimwee en nostalgie, je ergens niet thuis voelen, lijken misschien wat kinderachtige gevoelens, typisch iets waar kinderen tijdens een schoolkamp mee worstelen. Dat is een grove onderschatting van het probleem. Maar je moet het ook weer niet overschatten, zoals veel ‘woningbouwers’ wel doen.

Is voor wereldburgers een thuis nog wel relevant en heimwee nog een ‘issue’? Volgens kosmopolitisten niet. Zij beschouwen begrippen als thuis en heimwee als achterhaald. Volgens ‘nationalisten’ is het echter een illusie te denken dat iedereen zich overal thuis kan voelen, zij gaan juist uit van de idee dat er voor iedereen slechts één unieke plek is waar hij thuis hoort. De socioloog Jan Willem Duyvendak heeft de afgelopen jaren, als een van de weinigen expliciet en uitvoerig over thuis geschreven. Een mooie (Engelse) samenvatting en meer theoretische verdieping geeft hij in zijn recent verschenen The Politics of Home. Ik beschouw dat boek hier als een geslaagde poging Paul Scheffers kritiek op het gemakzuchtige kosmopolitisme serieus te nemen, zónder te vervallen tot diens te enge nationalisme.

Nostalgie en heimwee
Scheffer heeft het debat over immigratie ‘geframed’ als een ‘multicultureel drama’. Als verscheidenheid het probleem is, ligt het voor de hand gelijkschakeling of op zijn minst afstemming als oplossing te zien. Alsof Nederlanders zich alleen in Nederland thuis zouden kunnen voelen én alleen Nederlanders zich in Nederland thuis zouden kunnen voelen. Duyvendak pleit daarentegen voor een dieet-versie van thuis. Je bijvoorbeeld thuis voelen in een natie, wil niet zeggen dat je geheel of grotendeels hetzelfde denkt en doet als je landgenoten. Duyvendak bekijkt ‘het multiculturele drama’ in termen van nostalgie en heimwee: de nieuwkomers worstelen met heimwee naar het land van herkomst (van hun ouders) en de oude bewoners met nostalgisch verlangen naar de tijd dat ze nog onder elkaar waren, zonder immigranten. Mooie is dat hij zich bewust is van de gevaren die op de loer liggen: heimwee en nostalgie zijn verlangens die je serieus moet nemen, maar niet zozeer dat je ze (geheel) moet willen bevredigen.

Vercommercialisering van de woningbouw
Dat is echter wel precies wat veel woningbouwers doen. Het boek(je) Themawijk. Wonen op een verzonnen plek noemt bijvoorbeeld Le Midi, een woningbouwproject in een Rotterdamse oude wijk (‘vogelaarwijk’), van bijna honderd eengezinswoningen die gebouwd zijn in een zogenaamde ‘mediterrane stijl’. Het geheel heeft bewust een ‘mediterrane uitstraling’ gekregen, speciaal om allochtone bewoners uit de middenklasse te trekken en in deze probleemwijk te houden. Het spiegelbeeld van Le Midi, zou je kunnen zeggen, is een wijk zoals Brandevoort, hoewel dat een heel veel groter project is: bij Helmond is een complete nieuwe wijk uit de grond gestampt, maar dan in een bijna dorpse stijl. Ouderwets gezellig.

Uit het boek Themawijk blijkt dat in plaats van te spreken over ‘gethematiseerde’ woningbouw, het wellicht beter is te spreken van ‘marketeers-architectuur’. De grens tussen enerzijds het rekening houden met gevoelens, van bijvoorbeeld heimwee en nostalgie, en anderzijds het uitbuiten ervan is moeilijk te trekken, maar is hier mijns inziens inderdaad overschreden. De thema-architectuur is een symptoom van de vercommercialisering waar de woningbouw mee te maken heeft.

De Plaetse te Helmond Brandevoort, foto: Maarten de Waard – http://home.fotocommunity.com/maarten

Onvervulbare verlangens
Het lijkt mij, voor architecten en andere plannenmakers, belangrijk te onderkennen en in het achterhoofd te houden, dat heimwee en nostalgie onvervulbare verlangens zijn. Juist zij moeten een, zoals Duyvendak betoogt, ‘lichte versie’ van heimwee en nostalgie ontwikkelen. Ik zou willen zeggen: het gaat erom er geen al te ‘romantische’ visie op ontwikkelen. Heimwee en nostalgie zijn gevoelens die net zoals liefde, een romantische visie uit lijken te lokken. Als het om liefde gaat, gelooft een echte romanticus dat geliefden voor elkaar bestemd zijn. Volgens een soortgelijke gedachtegang is heimwee het verlangen naar die ene unieke plek waar je werkelijk thuis hoort. Een persoon en een plek zijn als het spreekwoordelijke potje en dekseltje. Iedere volwassene weet dat de romantische visie op liefde te rooskleurig is. Het bestaat alleen in fictie, de praktijk is seriële monogamie. Wat trouwens iets heel anders is als ontrouw. Vertaald naar ‘woongedrag’: ook al wisselen we regelmatig van huis, we verhuizen namelijk, toch zijn we wel degelijk zeer gehecht én ’trouw’ aan dat huis – maar niet voor altijd, niet ’tot de dood ons scheid’.

(on)bestemd
Hans Ibelings schreef een in dit verband interessante bijdrage aan het boek De nieuwe traditie. Continuïteit en vernieuwing in de Nederlandse architectuur. Het is mooi dat het eerste hoofdstuk ‘Thuis’ heet, maar helaas vat hij dat begrip te zwaar op. Ibelings ziet globalisering als probleem, dat architecten op zouden kunnen (moeten) lossen, door woningen zo te ontwerpen dat een bewoner zich ermee kan identificeren. In deze tijd van globalisering zouden omgevingen steeds meer inwisselbaar worden, waardoor we ons er niet of nauwelijks thuis kunnen voelen. Volgens Ibelings kan het thuis-gevoel ‘alleen ontstaan in een omgeving die bepaald is. In onbestemde omgevingen is het lastig, zo niet onmogelijk, om je thuis te voelen, omdat ze de noodzakelijke aanknopingspunten missen om vertrouwd en vanzelfsprekend te kunnen zijn.’ Toch wijst Ibelings er ook op dat in ‘een mobiel bestaan’ het ’thuisgevoel is opgerekt’: ‘Je kunt je thuis voelen in de stad, in de natuur,in je auto, in een hotel waar je nooit eerder bent geweest (hoeveel hotels zijn er niet die zich aanprijzen als ‘home away from home’?).’  Ibelings vergeet dat dat juist kan doordat die plekken enigszins ‘onderbestemd’ zijn. Juist die plekken die een zekere mate van onbepaaldheid hebben (‘generiek’ zijn) bieden daardoor aanknopingspunten. Zo werkt het inderdaad bij hotelketens.

Nastreven van een utopie
Zowel het nostalgische neo-traditionalisme als de heimwee-architectuur heeft de neiging ’te scherp’ te zijn  toegesneden op een denkbeeldige bewoner. Op z’n slechtst is het vercommercialiseerde architectuur, op z’n best ‘architectuur van goede bedoelingen’.

Steeds vaker hoor je de roep om meer aandacht voor de bewonerswensen bij het ontwerpen van een woning. De ‘eindgebruiker’ moet centraal staan, zoals dat dan heet. Dat lijkt heel ‘pragmatisch’, maar is zeer utopisch, zoals overigens nostalgie en heimwee sowieso utopisch zijn, aangezien ze uitgaan van een ideaal waarvan de aanhangers zelf niet kunnen ontkennen (maar halsstarrig niet willen onderkennen) dat het onbereikbaar is.

Van generiek huis naar een thuis
Werkelijk pragmatisch is wat Duyvendak noemt ‘de hotel-keten strategie’. De onbestemde, ‘generieke’ architectuur van hotelketens moet niet opgevat worden als een verraad aan of verloochenen van gasten, maar als een warm, vertrouwenwekkend welkom. Zo zouden huizen zodanig vormgegeven kunnen worden, dat in principe iedereen zich er thuis moet kunnen voelen – iedere tegemoetkoming aan de denkbeeldige wensen van denkbeeldige bewoners, komt neer op een tekortkoming voor de daadwerkelijke bewoners.

De voorgekookte, conceptuele, ‘gethematiseerde’ architectuur ontneemt juist individuele gebruikers de mogelijkheid zich de plek (tijdelijk) eigen te maken. Architecten zouden zich moeten beperken tot de ‘hardware’, de software nemen de bewoners zelf wel mee. Laat bouwers zich beperken tot een huis, dán kunnen de bewoners er een thuis van maken.

Foto boven: ‘Welcome home’, foto: Wim van Schaagen

HelmondRotterdam

Pieter Hoexum Filosoof en publicist

Over de auteur

Van Pieter Hoexum (Meppel, 1968) verscheen vorig jaar Kleine filosofie van het rijtjeshuis (Uitgeverij AtlasContact, 2014). Hij studeerde filosofie, was boekverkoper en is sinds 2001 schrijver aan huis. In 2001 won hij de Jan Hanlo Essayprijs Klein, in 2003 verscheen van hem het boek Gedenk te sterven. De dood en de filosofen. Hij publiceert regelmatig artikelen over filosofische onderwerpen en over wonen en stedenbouw in onder andere Trouw, De Groene Amsterdammer en Filosofie Magazine. Hij werkt momenteel aan een nieuw boek, over thuis als plek voor alledaagsheid, met als werktitel Doen alsof je thuis bent. Meer informatie is ook te vinden op zijn website.



Ook interessant:

Het publiek domein als grote gelijkmaker

Anne Seghers en Sjors de Vries

Gevangen in de digitale laag

Gerald Hopster

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor