Van niemand en iedereen tegelijk

04 juli 2012  /  RUIMTEVOLK

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Openbare ruimtes. Van niemand en iedereen tegelijk. En dus vaak van niemand. De vraag is hoe je er voor zorgt dat mensen zich betrokken voelen bij zo’n plek. En dat je werkelijk een plaats van ontmoeting creëert zoals zovelen willen. Het antwoord ligt voor de hand maar wordt nog weinig toegepast: ontwerp niet voor de eeuwigheid, betrek gebruikers, zet programmering in als onderdeel van je strategie en koppel hier grotere thema’s aan zodat je ook het bereik van de plek vergroot.

Combinatie van strategieën
Ik hoor en zie het vaak om me heen. Openbare ontmoetingsplaatsen die niet gebruiksvriendelijk zijn, niet aansluiten bij de behoeftes vanuit de omgeving of (nog erger) zielloos zijn. Kijk naar het gebruik van grind bij het, verder prachtig ontworpen, Museumpark in Rotterdam (zie foto boven). Lastig doorheen te lopen en een zeer vervelende ondergrond voor tenten. Terwijl dit plein intensief gebruikt gaat worden door festivals als De Parade en de Pleinbios. Of de veelal volledig lokale programmering van pleinen in Amsterdam-Noord. Waar juist dit stadsdeel intensief op zoek is naar een verbinding tussen oude en nieuwe bewoners. Het invliegen van festivals in stadsparken, die vaak niets met deze omgeving te maken hebben, is begrijpelijk maar levert nauwelijks een bijdrage aan het dagelijks gebruik van dit soort plekken.

Illustratie door Mathis J. Bout (URBMATH)

Om een stuk openbare ruimte succesvol te maken moeten we kijken naar een combinatie van strategieën. Een klein maar goed voorbeeld is de Schommeltuin van de Tolhuistuin  in Amsterdam. Een openbare plek die ontworpen is door kunstenaars, gebouwd met buurtbewoners, geprogrammeerd in samenwerking met partijen als de plaatselijke moskee en DUS Architects. Met schommels, een koffiebar en 3-d printers. Lage en hoge cultuur. En dus komen er verschillende doelgroepen op af. Ja het traject is intensief, maar het resultaat is precies waar je op hoopt.

Stedelijke software
Een succesvolle openbare ruimte is een plek waar je je thuis voelt en die tegelijkertijd open staat voor nieuwe invloeden en nieuwe gezichten. Waar verschillende mensen, ideeën en culturen elkaar kunnen ontmoeten. De basis van dit soort plekken wordt gevormd door de dagelijkse gebruikers. Marcus Westbury noemt dit ook wel de software van steden. Waar veel stedelijke ontwikkelaars de focus leggen op de hardware, is vooral deze software van belang voor het ontwikkelen van aantrekkelijk gebieden. De aanpak van een openbare ruimte zou daarom in eerste instantie moeten gaan over herprogrammeren in plaats van herbouwen. Cruciaal daarbij is de notie dat de gebruikers van nu vaak niet dezelfde zijn als die over 10 jaar. De levensduur van een ontwerp of de programmering van een plek moet je daarom niet voor een te lange periode vastleggen.

Flexibele en tijdelijke programmering is de toekomst voor het ontwikkelen van steden en gebieden. Deze werkwijze is niet alleen een goede optie in tijden van recessie. Je kan hierdoor vooral beter inspelen op de steeds snellere omlooptijd van trends en technologische ontwikkelingen en de diversiteit van onze inwoners. Leden van New York’s ‘Projects for Public Spaces’ (PPS) hebben het over de “lighter, quicker and cheaper” aanpak. Het is een vorm van programmeren die bij uitstek geschikt is om mensen te betrekken, ontmoeting te stimuleren en een koppeling te maken met bijvoorbeeld winkels, culturele instellingen en leegstaande panden. Door het verbinden en mengen van deze functies ontstaan niet alleen ontmoetingsplaatsen tussen mensen, maar ook tussen ideeën.

Van lokaal naar grootstedelijk
Op deze lokale strategieën moet voortgebouwd worden om ook mensen van buiten de directe omgeving te trekken. Door een koppeling met trends breng je de programmering op grootstedelijk niveau. Vanuit de leefwereld van de bestaande gebruikers kan je verbinding zoeken met thema’s die een grotere doelgroep aanspreken. Ga in je programmering de verbinding met trends aan en betrek hierbij vooral jonge creatieven. Op deze manier maak je de plek onderdeel van deze ontwikkelingen, spreekt deze een bredere doelgroep aan en creëer je kansen om van jouw gebied een hotspot te maken. Zoals bij de Schommeltuin waar de combinatie van laagdrempelige schommels met de trend van 3-d printers (zodat kinderen hun eigen vogelhuisjes kunnen maken) en de geur van ambachtelijk vers gebrande koffie het geheel tot een succes maakt.

3-d printers in de Schommeltuin in Amsterdam, foto: Donica Buisman

Het toepassen van deze combinatie van strategieën is arbeidsintensief en vereist een multidisciplinaire aanpak. Expertise op het gebied van (festival)programmering, architectuur, stedenbouw, duurzaamheid en “groen in de stad” is noodzakelijk om de input van gebruikers optimaal in te kunnen zetten.

Het resultaat is meer dan een openbare ontmoetingsplaats. De combinatie tussen de wereld van bestaande gebruikers en grootstedelijke trends geeft een boost aan het imago van onze wijken en steden. Lokale ondernemers krijgen daarbij de kans nieuwe doelgroepen aan te spreken en de koppelingen tussen partijen draagt bij aan de sociale cohesie in het gebied.

Schouwburgplein Rotterdam
Altijd als ik aan deze werkwijze denk, denk ik aan het Schouwburgplein in Rotterdam. Na jaren van ongemak wordt het plein nu eindelijk aangepakt. Zowel in de hardware, wat absoluut noodzakelijk is, als via een aanvullend plan voor programmering. Hierbij wordt echter nog te weinig gewerkt vanuit het scala aan bestaande ondernemers in het gebied. Ja, natuurlijk wel vanuit de culturele organisaties, maar niet mét de oud-Rotterdamse cafébazen, de Griekse en Aziatische restaurants en verschillende winkeltjes. Een gemiste kans. Want juist in die combinatie ligt het ware hart van het plein en een weerspiegeling van de waanzinnige culturele mix die Rotterdam rijk is. De ontmoeting tussen deze werelden zou het plein pas echt een boost geven.

Het Schouwburgplein in Rotterdam, bron: Rotterdam.nl

 

Foto boven: Museumpark Rotterdam, foto: Donica Buisman

Creatieve stadnieuw kapitaalRotterdamStedelijkheidTijdelijkheid



Ook interessant:

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom

Een grootse traditie van maatwerk

Kris Oosting

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor