Scheefwonen is best recht te praten

25 juni 2012  /  RUIMTEVOLK

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Aanpakken van het scheefwonen mag geen doel op zich zijn. Daarmee verplaats je het huisvestingsprobleem alleen van de sociale doelgroep naar de (lage) middeninkomens. De oplossing ligt in het creëren van voldoende aanbod om doorstroming op de woningmarkt mogelijk te maken.

Ik ben de afgelopen jaren behoorlijk ver afgegleden. Dat heb ik me laten vertellen althans. En dat terwijl ik dacht dat ik lekker aan de weg aan het timmeren was. Elke dag ga ik duurzaam op de fiets naar mijn werk, ik betaal keurig mijn belastingen, houd mijn voortuintje netjes bij en zeg vriendelijk hallo tegen de buren. En oh ja, ik maak ook netjes maandelijks mijn huur over. Het maakt allemaal niet uit. Ik woon scheef. En dat hoort niet.

Scheefwonen overkomt je. Toen ik in 2008 mijn Eindhovense corporatiewoning betrok was ik, vers van de universiteit, net begonnen in mijn eerste baan als adviseur wijkvernieuwing bij KAW architecten en adviseurs. Scheefwonen, daar had ik toen nog nooit van gehoord. Vijf jaar had ik gewacht op deze woning en ik was blij dat ik mijn studentenhuis kon inruilen voor een betaalbare echte woning. Toen ik wat meer ging verdienen was het pleit beslecht. Ik woonde officieel scheef.

Ingegeven door de crisis op de woningmarkt, de stagnerende doorstroming en de dalende huizenprijzen haalde mijn woonsituatie steeds vaker het nieuws. Ik zal niet ontkennen dat het heerlijk is om maandelijks geld over te houden omdat je het niet aan wonen hoeft uit te geven. Maar wat is daar eigenlijk mis mee? Ja, dat mijn huur kunstmatig laag is doordat mijn woning vijftig jaar geleden met overheidssteun gebouwd is. Dat klopt. Maar is dat wezenlijk anders dan een huizenbezitter die de rente op zijn hypotheek maandelijks terugkrijgt van de overheid? Iedereen wil prettig en betaalbaar wonen, dat is ieders goed recht.

Verstoorde balans
Scheefwonen is een relatief begrip. Het kan linksom of rechtsom en is niet alleen voorbehouden aan lage middeninkomens in een sociale huurwoning. Je woont scheef als de balans tussen woonlast en inkomen niet klopt. Die balans is in de huidige woningmarkt moeilijk te vinden. Met een inkomen van pak hem beet € 35.000 euro wonen in een sociale huurwoning met € 400 maandlasten is prettig, maar maatschappelijk onwenselijk. Met datzelfde inkomen wonen voor € 950 euro in de maand wordt maatschappelijk gestimuleerd, maar is financieel vaak onmenselijk. Ook dat is dus scheef, maar dan zonder de geneugten van een lage woonlast.

Dat maakt dat de discussie over scheefwonen niet moet gaan over het feit dat ik zo goedkoop woon. Dat is natuurlijk makkelijk scoren, maar raakt niet de kern van het probleem. Waar het om gaat is dat de woningmarkt stagneert doordat er voor mij geen alternatieve woning is op die markt. Want wat is mijn alternatief? De stap van sociale huur naar een vrije sector huurwoning is te groot. Daarnaast wonen er in de gemeente Eindhoven simpelweg veel meer mensen ‘scheef’ dan dat er vrije sector huurwoningen beschikbaar zijn. Een woning kopen wordt ook steeds lastiger. Zonder vast contract kun je een hypotheek vergeten en met een inkomen van € 35.000 koop je niet zomaar een geschikte woning in Eindhoven. Daarbij geldt ook dat je een beetje vooruit wilt in je wooncarrière, niet achteruit.

Doorstroming bevorderen
Het wippen van de scheefwoner uit de sociale sector is slechts een verplaatsen van het huisvestingsprobleem van de sociale doelgroep naar de (lage) middeninkomens. Het aanpakken van het scheefwonen mag daarom geen doel op zich zijn. Het gaat om het mogelijk maken van doorstroming op de woningmarkt. Het aanbod voor alternatieve woningen voor mij en mensen in een vergelijkbare woonsituatie zal moeten verbeteren.

Tot het zover is raad ik alle scheefwonende huurders aan om te genieten van hun woning en hun lage woonlasten. Het geld dat je hierdoor maandelijks bespaart zou ik op een spaarrekening zetten. Dit potje kun je straks, als het tijd is voor een volgende stap in je wooncarrière, gebruiken om met een relatief lage hypotheek, toch dat droomhuis te kunnen kopen. Iedereen gelukkig, geen scheve gezichten meer.

 

Foto boven: Tijs Maassen

EindhovenpolitiekWoningcorporatiesWoningmarkt



Ook interessant:

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor

Het publiek domein als grote gelijkmaker

Anne Seghers en Sjors de Vries

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers