Voorkom nieuwe bonafide blunders met tegenkracht

25 mei 2012  /  Klaas Mulder

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Laat de parlementaire commissie die een onderzoek instelt naar mogelijke misstanden in de corporatiebranche zich richten op de bonafide blunders die bestuurders van gemeenten en corporaties samen maakten. Niet om achteraf te zwartepieten, maar om te zorgen dat het bij de operaties die er nu aankomen niet op dezelfde manier fout loopt. Dat voorkom je door het organiseren van tegenkracht en dit op te vatten als een technische opgave:  het verzamelen van voldoende instrumenten om de goede beslissingen te nemen. Zo benut je de kracht van tegenkracht.

In het aprilnummer van Aedes Magazine maakt oud-minister Sybilla Dekker een analyse van de affaires die hebben geleid tot het besluit van de Tweede Kamer om een onderzoek in te stellen naar de corporatiesector: de Maastrichtse campus, de SS Rotterdam en de Vestia-affaire zouden veroorzaakt zijn door het uit de hand lopen van commerciële nevenactiviteiten. Als corporaties gewoon dichter bij hun kerntaken blijven, zouden dit soort zaken niet gebeuren. Op deze analyse is veel af te dingen.

In het geval van de SS Rotterdam is er nooit gestreefd naar iets anders dan maatschappelijke winst, en vriend noch vijand zal dit avontuur als een commerciële actie hebben gezien. Wat in publicaties over de Vestia-affaire niet zo voor het voetlicht is gekomen, is de reden waarom Vestia zoveel geld nodig meende te hebben: een zeer ambitieuze stedelijke vernieuwingsopgave – onder andere in Hoogvliet – en een grote inspanning voor het bouwen van scholen en ander maatschappelijk vastgoed. Ook hier werden de meeste stakeholders niet primair gedreven door winstbejag, maar door de oprechte overtuiging dat je Rotterdam er alleen bovenop helpt als je tot het uiterste gaat.

Tegenkracht
Onlangs schreef de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling een mooi boekje over de lessen die maatschappelijke organisaties uit de kredietcrisis kunnen trekken. De belangrijkste aanbeveling komt terug in de titel: Tegenkracht organiseren. Systemen hebben – volgens de Raad – de neiging pervers te worden; goed bedoelde regels gaan een eigen leven leiden waardoor ze uiteindelijk averechts uitpakken. De Cito-toets is daarvan een voorbeeld.

Er was wel degelijk kritiek, maar die gleed af op de dikke teflonlaag van enthousiasme. Wie tegen plannen ageerde, was een bekrompen saboteur en vond geen gehoor.

Blijkbaar is de RMO van mening dat er vóór de crisis te weinig tegenkracht was. Dat is voor een deel terecht: de grote affaires in de stedelijke vernieuwing ontstonden in een klimaat waarin corporaties, gemeenten, wetenschappers en kunstenaars eendrachtig aan de slag gingen met grote vraagstukken. Raden van Commissarissen werden enthousiast gemaakt en gaven veel ruimte voor behoorlijk riskante ondernemingen. Dat deden ze in een tijd waarin iedereen de mond vol had van durf of lef, en waarin vertrouwen in partners het hoogste goed was.

Welwillend en in goed vertrouwen werd veel geld geïnvesteerd in oplossingen voor grote problemen. Zowel Hoogvliet als Rotterdam Zuid kampten met grote sociale vraagstukken en enorme imagoproblemen en belanghouders sloten de rangen om daar iets aan te doen. Maar het is niet zo dat er helemaal geen tegenkrachten waren. Er was wel degelijk kritiek, maar die gleed af op de dikke teflonlaag van enthousiasme. Wie tegen plannen ageerde, was een bekrompen saboteur en vond geen gehoor. De voorstanders daarentegen werden door niets anders gedreven dan door de wil om het beste te doen voor kwetsbare burgers. Dit staat hier zonder cynisme, want wie de betrokkenen kent, weet dat er echt alleen maar pure passie voor de goede zaak was. Zelfs voor het leeuwendeel van de beter betaalde bestuurders was het salaris niet meer dan een prettige bijzaak.

Overmaat aan goede wil
Het zou daarom jammer zijn als de leden van de parlementaire onderzoekscommissie hun opdracht vooral opvatten als een zoektocht naar zonnekoningen, die zichzelf verrijken met een stiekeme graai uit de gemeenschapskas. Want dat leidt alleen maar tot meer controle en verhindert de goedwilligen niet om opnieuw de mist in te gaan. En het zou jammer zijn als de Kamerleden daarbij vooral kijken naar de bestuurders en commissarissen van woningcorporaties en zich niet ook de vraag stellen wat de invloed van wethouders en ministers is geweest. Want ook daar was met verstandige kritiek geen enkele deuk in het zelfvertrouwen te maken. Rottenberg, projectleider van Wimby! Hoogvliet had geen tijd voor een goed gesprek over de vraag of de grootschalige concentratie van VMBO-, MBO- en Havo-VWO-scholen op één campus in een door spanningen tussen bevolkingsgroepen geteisterde deelgemeente wel zo’n goed plan was. Niet vanwege een gebrek aan goede wil, maar door een overmaat daaraan.

Laat de parlementaire commissie zich richten op de bonafide blunders die bestuurders van gemeenten en corporaties samen maakten. Niet om achteraf te zwartepieten, maar om te zorgen dat het bij de operaties die er nu aankomen (Rotterdam Zuid, Amsterdam West, de groeisteden en de krimpgebieden) niet op dezelfde manier fout loopt.

Vals dilemma
Het is de moeite waard de dure fouten van het verleden te analyseren en afspraken te maken over manieren om te voorkomen dat we ze blijven maken. In het Handboek voor Waarzeggers, dat ik schreef naar aanleiding van een onderzoek naar de ‘alarmopvolging’ bij Woonbron bij het ministerie van VROM en bij provincies en gemeenten, heb ik verschillende oorzaken tegen het licht gehouden. De dominantie van goede wil en goed vertrouwen maakt het heel moeilijk om als criticaster gehoord te worden. Je bent al snel een azijnpisser en betweter. Als kritiek niet met inhoudelijke argumenten kan worden weerlegd, spelen de voorstanders al gauw de ‘niets doen is geen optie’-kaart. En daar hebben ze gelijk in. Als de opgaven zo groot zijn, is niets doen geen optie. Maar wie zegt dat er maar twee keuzes zijn: dit plan uitvoeren of niets doen? Filosofen noemen dat een vals dilemma: ik moet wel jenever drinken want de Spa is op. Als een go of no go-beslissing genomen moet worden is het ongelofelijk moeilijk om als toezichthouder, als raadslid of als adviseur op de no-go-stoel te gaan zitten.

Daar zullen we met zijn allen aan moeten werken. We moeten investeren in een klimaat, waarin voor- en tegenstanders samen aan de slag gaan om veilig te investeren in kwetsbare wijken. Tegenkracht moet niet worden gezien als een poging om elk plan tegen te houden, maar als een cadeautje waardoor investeerders de kans krijgen valkuilen te vermijden. Als partijen beren op de weg zien, is het beter om te onderzoeken of die al gegeten hebben, dan tegenstanders als angsthaas weg te zetten. Er bestaat niet zoiets als koudwatervrees, tot we onze tenen in de vijver hebben gestoken en zeker weten dat we de duik kunnen wagen.

Samen tegenwerken aan een beter plan
Genoeg metaforen om helder te maken waar het over gaat: in een goed gesprek, ondersteund door degelijk huiswerk, komen tot een plan waarover een go safe-beslissing genomen kan worden. Dat is deels een kwestie van houding, maar ook van techniek. De juiste houding voor beslissers is, hun counterparts uit te nodigen alle voors en tegens van een plan helder op tafel te leggen. Het is niet ‘ik stel mezelf open, dus ik maak geen fouten’, maar ‘vertel het me als ik me vergis’. Binnen organisaties, tussen bestuurders en commissarissen en tussen corporaties en gemeenten moeten alle bedoelingen, dus ook de goede, tegen het licht gehouden kunnen worden. Je hebt niets aan mensen die, in een woord van Martien Kromwijk, meestribbelen: meedoen terwijl ze eigenlijk hun twijfels hebben. Het is beter om de twijfels te gebruiken om te werken aan plan B: het alternatief dat wel de toets der kritiek kan doorstaan.

Maar omdat we zelf nooit helemaal kunnen doorgronden waarom we geloven in wat we geloven, heb je ook technieken nodig. Technieken om ‘over je bril’ te kijken naar doelgroepen. Technieken voor het ontwerpen voor nieuwe oplossingsvarianten. Rekentechnieken om scenario’s te vergelijken. Maar ook, technieken om aan de rem te trekken als andere beslissers blijven vasthouden aan een bij voorbaat kansloze koers.

Door het zoeken naar tegenkracht op te vatten als een technische opgave – het verzamelen van voldoende instrumenten om de goede beslissingen te nemen – vallen we niet terug op de oude tegenstelling tussen durven en twijfelen, tussen gas geven en remmen, tussen cowboys en bureaucraten. Sterker nog, zelfs de tegenstelling tussen voor- en tegenstanders vervaagt als je samen zoekt naar investeringen waar mensen en wijken echt beter van worden.

Ook de sector als geheel moet uitkijken, dat het parlementaire onderzoek niet leidt tot het isoleren van enkele zondebokken van de kudde van integere schapen. Naming and shaming is natuurlijk een fijne strategie als je zelf business as usual wilt blijven bedrijven. Maar met de crisis in de woningmarkt, de enorme overheidsbezuinigingen en een consument die op de kleintjes moet passen, moet voor iedereen het roer om en dat lukt alleen als we de kracht van tegenkracht durven gebruiken.

Dit artikel is een warming up voor de conferentie Go, Safe op 19 juni a.s. Marien de Langen (Stadgenoot) en zes eigenzinnige adviseurs begeleiden beslissers bij corporaties en gemeenten in de zoektocht naar constructieve tegenkracht. Zie http://www.kei-centrum.nl/pages/28695/Studiedag-Go-safe-voor-beslissers-in-de-volkshuisvesting–.html

 

Foto boven: SS Rotterdam (bron: Provinciaal Historisch Centrum Zuid-Holland). 

AmsterdampolitiekRotterdamWoningcorporaties

Klaas Mulder Docent en zelfstandig adviseur

Over de auteur

Klaas Mulder is lector wijken bij de Master of Urban & Area Development op de Hogeschool Utrecht en adviseur in betaalbare alternatieven in maatschappelijke dienstverlening bij Kijk op Kansen.



Ook interessant:

Schipperen tussen grote opgaven en lokale oplossingen

Jeroen Niemans

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom