Afrekenen met landschappelijke kwaliteit

09 april 2012  /  Marie Baartmans en Marijn Struik

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Het is crisis en in alle hoeken en gaten van ons land wordt gezocht naar geld. Ook de maatschappelijke taak van de overheid om natuur te onderhouden komt steeds meer onder druk te staan. De Ecologische Hoofdstructuur gaat op de schop en wordt herijkt. Dit heeft een grote impact op de natuurontwikkeling in Nederland en daar wordt momenteel dan ook veel onderzoek naar gedaan. De problematiek van de ruilgronden lijkt echter onderbelicht te blijven.

Ruilgronden verliezen betekenis
De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) was de afgelopen twintig jaar de ruggengraat van het Nederlandse natuurbeleid. Om het geheel van natuurkerngebieden en verbindingszones van de EHS tot stand te brengen, werden gronden binnen en buiten de begrenzing van de EHS aangekocht. De aangekochte gronden binnen de EHS werden omgevormd tot natuur en de gronden buiten de EHS dienden als ruilgronden om met grondbezitters binnen de EHS op langere termijn van grond te kunnen ruilen.

Sinds 2010 is de visie van de overheid op natuur in Nederland drastisch aan het veranderen. De overheid wil meer verantwoordelijkheid voor de realisatie van de EHS bij de provincies leggen en bezuinigt tegelijkertijd op het budget voor natuurontwikkeling. De invloed van de herijking op de ruilgronden – ook wel ‘BBL Bezit Buiten Begrenzing EHS’ genoemd – is dat zij niet meer voor ruil zullen worden ingezet maar op de vrije markt moeten worden verkocht om de afronding van de herijkte EHS te kunnen financieren.

De ruilgronden verliezen dus hun oorspronkelijke ruilfunctie en worden enkel nog als kapitaal ingezet. Oorspronkelijk waren de ruilgronden een middel om op lange termijn tot de kwalitatieve realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur te komen. Nu zijn ze slechts een restproduct dat een deel van inkomsten op moet gaan brengen voor een snelle afronding van het project.

Het totale oppervlakte door de overheid aangekochte ruilgronden bedraagt 22.367 hectare (Bron: Dienst Landelijk Gebied, 2011. Nulmeting op Kaart 2011).

Verkoop
Het Rijk wil de ruilgronden vóór 2018 verkocht hebben, een klus waar Dienst Landelijk gebied verantwoordelijk is. Het totale oppervlakte door de overheid aangekochte ruilgronden bedraagt 22.367 hectare. Dit is gelijk aan een vijfhonderd meter brede strook grond van Utrecht tot Parijs of ruim 44.000 voetbalvelden.

De ruilgronden liggen als een planmatige witte schimmel over heel Nederland verspreid en hebben de afgelopen jaren, in afwachting van een ruil, een tijdelijke functie gekregen via pachtcontracten of gebruiksovereenkomsten met agrariërs of natuurbeheerorganisaties. Hiermee werd het beheer van de gronden gewaarborgd en bleven de kosten die het bezit van gronden met zich meebrengen beperkt.

Voor de komende zes jaar zijn quota gesteld voor de inkomsten uit de verkoop van de ruilgronden. De ruilgronden moeten in die gegeven tijd ongeveer 230 miljoen euro op gaan brengen. Om dit te halen moeten de gronden een marktconforme waarde gaan opbrengen.

Nieuwe eigenaren
Volgens de plannen van het Ministerie van EL&I moeten ‘partijen uit de streek de kans krijgen de ruilgronden te kopen. Hierbij is de hoop dat deze partijen bereid zijn maatschappelijke doelen te realiseren en het landschappelijke karakter en ruimtelijke kwaliteit te waarborgen’. Het standpunt van wenselijke verkoop aan partijen uit de streek wordt echter tegengesproken door de verkoper: Dienst Landelijk Gebied. Zij zal de ruilgronden in de verkoopprocedure in principe niet als eerste keuze aan de huidige gebruikers aanbieden. De overheidsinstantie zegt zelfs verplicht te zijn om de gronden op de vrije markt te verkopen.

Hiermee komt de eerste problematiek ten aanzien van de ruilgronden in beeld. De principiële verkoop van de gronden in de vrije markt zal een duur en ingewikkeld bureaucratisch verkoopproces tot gevolg hebben. Zouden de huidige gebruikers en partijen uit de omgeving de eerste keus moeten krijgen om de gronden aan te kopen? Met deze insteek zouden de meeste gronden hun huidige karakter kunnen behouden. Door deze eerste stap toe te voegen aan het verkoopproces van Dienst Landelijk Gebied zou een groot deel van de gronden al op een relatief laagdrempelige wijze verkocht kunnen worden. Daarna kunnen de overgebleven gronden altijd nog op de vrije markt verkocht worden en zal de markt ook niet gedurende de komende zes jaar verzadigd raken.

Ruimtelijke kwaliteit
De twee woorden ‘ruimtelijke kwaliteit’ nemen tegenwoordig een prominente plek in bij het maken van plannen of het schrijven van beleid. Op verschillende bestuursniveaus maakt men zich zorgen over de versnippering van het landschap en het verlies van ruimtelijke kwaliteit in onze leefomgeving. Het gedrag ten opzichte van deze fenomenen is echter vrij eigenaardig. Niemand streeft naar vervlakking en versnippering van ons landschap, maar toch gebeurt het. Voor de ruilgronden dreigt ook deze ontwikkeling.

De ruilgronden zijn momenteel in bezit van Dienst Landelijk Gebied. Met de financiële taakstelling in het achterhoofd zullen zij zullen de gronden aan de hoogste bieder verkopen, zonder naar locatie, karakteristieken en het huidige gebruik of de belangen en aspiraties van de koper te kijken. Na verkoop ligt regie op de ontwikkeling van de gronden bij de gemeenten. Zij kunnen in principe met bestemmingswijzigingen instemmen. Dit kan natuurlijk voor elke andere hectare in Nederland maar het gaat hier echter wel om 22.367 hectare gronden, met ieder een gebiedspecifieke kwaliteit, die geclusterd op de markt gebracht worden.

De rijksoverheid gaat ervan uit dat gemeenten en provincies het landschappelijke karakter van de verkochte ruilgronden willen behouden. Maar ook het Rijk spreekt zichzelf tegen en stelt dat ‘een gewijzigde bestemming kan worden gerealiseerd en dat de grond dan naar verwachting in waarde zou kunnen stijgen. Daarom zal aan de verkopen een meerwaardeclausule worden verbonden’.

Het gebrek aan regie op het waarborgen van landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit en de latente prikkel tot bestemmingswijziging (dat levert alle partijen immers meer op) bij het verkoopproces is een tweede problematiek van de ruilgronden. Dit zou een verlies van het karakter van de ruilgronden kunnen betekenen en hiermee wordt bijgedragen aan een versnippering van het landschap. In de beschreven verschuiving van verantwoordelijkheid van Dienst Landelijk Gebied naar gemeenten zou dan ook een vorm van regie moeten worden ingezet om de landschappelijke kwaliteit te waarborgen.

Maatschappelijk belang
In de huidige discussie over de herijking van het natuurbeleid is de hierboven beschreven problematiek van de ruilgronden tot nu toe onderbelicht gebleven, terwijl deze problematiek uiteindelijk het gevolg kan hebben dat er wordt afgerekend met landschappelijke kwaliteit. Happyland Collective wil dit met haar onderzoek naar de ruilgronden inzichtelijk maken voor een breder publiek en aandacht creëren voor de actuele ontwikkelingen. Hierbij heeft Happyland Collectieve ook het idee dat de ruilgronden een hoger doel zouden kunnen dienen.

Het economische tij heeft het landschap altijd al vorm gegeven. In de huidige crisis is besloten de ruilgronden te verkopen en deze kunnen hierbij eventueel van bestemming veranderen. Dit gegeven is niet negatief. Het biedt kansen voor nieuwe en flexibele ontwikkelingen. Kunnen deze gronden niet weer een maatschappelijk belang dienen? Ze zijn per slot van rekening met gemeenschapsgelden verworven. De huidige economische situatie en decentralisatie brengen de essentie van ‘gemeenschappelijke gronden’ weer terug. Vooral op de grens van het tussenland, op de overgang van stad naar landschap, liggen kansen voor een dergelijke benadering. Dit zijn vragen waar Happyland Collective in verder onderzoek en aan de hand van kennisbijeenkomsten een antwoord op wil gegeven. Happyland Collective nodigt lezers van RUIMTEVOLK uit om  een bijdrage te leveren!

Happyland Collective organiseert op donderdag 19 april 2012 een brainstorm over de ruilgronden in samenwerking met het Podium voor Architectuur. Aanmelden voor dit evenement kan via [email protected]

Happyland Collective is een platform en open podium, gevormd door jonge ontwerpers, waar vragen over ruimtelijke planning onafhankelijk gesteld kunnen worden. Dit jaar staat de toekomst van natuur in Nederland centraal. www.happylandcollective.com.

Een andere versie van deze blog wordt gepubliceerd in Landwerk.

Bronnen:

NRC Handelsblad, 2011. Bleker en provincies na jaar akkoord over bezuinigingen natuurbeleid. Artikel 21-09-2011

Dienst Landelijk Gebied, 2011. Nulmeting op Kaart 2011

Bleker H., 2011. Grondnota 01-06-2011

Foto’s: Roeland Meek

Ecologische hoofdstructuurnieuw kapitaalPlattelandpolitiek

Marie Baartmans Initiatiefnemer

Over de auteur

Jonge ontwerpers creëren een open podium waar vragen over ruimtelijke planning onafhankelijk gesteld kunnen worden. Doe het, volg ons, draag bij aan Happyland!

Marijn Struik Initiatiefnemer

Over de auteur

Jonge ontwerpers creëren een open podium waar vragen over ruimtelijke planning onafhankelijk gesteld kunnen worden. Doe het, volg ons, draag bij aan Happyland!



Ook interessant:

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

Terloopse contacten voor een veerkrachtige stad

Flip Krabbendam en Henriëtta Joosten

Springplank voor een betere stad

Anne Seghers