Hoopvolle zoektocht naar nieuwe rol ontwerper

22 maart 2012  /  Jeroen Niemans

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Een ontwerpprijsvraag in een krimpende regio die planmoe is, legt twee grote uitdagingen bloot: de zoektocht naar een nieuwe rol van de ontwerper en de worsteling om los te komen van top-down plannen maken. Tijdens de prijsuitreiking van de 9de Eo Wijers-prijsvraag in Veendam kwam met de combinatie AtelierBruut / Nieuwe Gracht / Tauw / Synergie een winnaar uit de bus die ‘geen grootse visie met plannen en tekeningen’ belooft, ‘maar een strategie om bewoners zelf hun toekomst te laten bouwen en hen daarbij te helpen’.

De Eo Wijers-stichting en de Veenkoloniën hebben het zichzelf en de deelnemers aan deze prijsvraag niet makkelijk gemaakt. Ze vroegen nogal wat van de inzenders: Ontwikkel een methodiek voor duurzame waardecreatie. Benut daarbij kansen in het energie-, landbouw- en watersysteem en de kracht van de bewoners. De inzending dient blijk te geven van een echt Veenkoloniaal gevoel. In de vorm van een essay plus een ontwerp voor zowel procesarchitectuur als ruimtelijke interventies, tegen de achtergrond van krimp en energietransitie.

Mij zou het als potentiële deelnemer al gaan duizelen bij het lezen van de prijsvraagopgave alleen al. Maar een hoopgevend aantal vakgenoten, waaronder  opvallend veel jonge honden, heeft de tanden erin gezet. De opbrengst van al deze enthousiaste inzet mag er wezen. Een van de interessantste prijsvragen in tijden biedt nieuwe perspectieven, niet alleen voor de Veenkoloniën maar voor de hele vakwereld.

Samen pionieren
De winnende inzending heeft met ‘samen pionieren’ een passend motto. Centraal in de voorgestelde aanpak staat een analyse aan de hand van vier tijdslijnen van nu tot 2040. Deze tijdslijnen staan voor de vier belangrijkste thema’s waar de Veenkoloniën mee te maken krijgen. Krachtig hierbij is dat in deze tijdslijnen ook helder is aangegeven wanneer en hoe bewoners zelf kunnen interveniëren. Om dit te begeleiden wordt voorgesteld een kennis- en aanjaagcentrum op te richten.

Voor de interventies wordt middels acht bouwstenen een brede set van instrumenten geïntroduceerd om bewoners en bedrijven op weg te helpen om zelf aan de slag te kunnen. De voorgestelde bouwstenen zijn succesvolle en/of winstgevende initiatieven die zichzelf elders al hebben bewezen. Zo kunnen de bewoners zelf richting geven aan hun toekomst. Deze werkwijze zet in op kleine interventies als vliegwiel voor gebiedsontwikkeling, zoals bijvoorbeeld Hotel New York aanjager is geweest bij de ontwikkeling van de Kop van Zuid.

‘Heren topontwerpers, blijf alstublieft weg!’, kopte het Dagblad van het Noorden daags nadat bekend was gemaakt dat de Veenkoloniën centraal zouden komen te staan bij de 9e Eo Wijers-prijsvraag.

Afscheid van groeidenken
De Eo Wijers-prijsvraag wil niet de zoveelste prijsvraag zijn waarvan de prachtig uitgewerkte inzendingen in een la verdwijnen. ‘De Eo Wijers-stichting ontwikkelt zich tot de mobiele brigade van de ruimtelijke ordening. De stichting schiet regio’s te hulp die kampen met dilemma’s waar vertrouwde strategieën en concepten geen antwoord op bieden.’ schrijft Peter Paul Witsen in de juni 2011 in de Blauwe Kamer. Voor de 9e editie zijn met krimp en energietransitie twee  thema’s gekozen, waarvan de gevolgen op lange termijn tot grote ruimtelijke veranderingen zullen leiden. ‘Ruimtelijke kwaliteit en burgerparticipatie zijn daarbij flankerende thema’s, aangezien de uitdaging ligt in het (bege)leiden van deze onstuitbare veranderingen naar een nieuw waardevol landschap dat past bij mensen en streek’, zo valt te lezen in het juryrapport.

De themakeuze markeert voor Yttje Feddes, voorzitter van de vakjury, een historische omslag in de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. ‘In de rijke traditie van de ruimtelijke inrichting van Nederland ging het altijd over groei. De essentie van de huidige Eo Wijers-prijsvraag is de opgave die ontstaat nu in grote delen van het land die kwantitatieve groei is weggevallen.’, aldus Feddes in augustus 2011 op de website van Eo Wijers. De prijsvraag neemt afscheid van het groeidenken en wil een perspectief wil stellen met ruimte voor initiatief van onderop.

De Veenkoloniën, foto: Rob Niemantsverdriet

Planmoeheid in de Veenkoloniën
Plannen maken voor krimpgebieden vraagt een nieuwe aanpak van ontwerpers. Een gevolg van de politieke en economische situatie is het besef dat goede plannen niet meer zonder samenspraak of steun van de bevolking tot stand komen. Hans Leeflang, voorzitter van de Eo Wijers-stichting stelt in het juryrapport dat ‘de 9e Eo Wijers-prijsvraag de omslag markeert van top-down plannen maken naar van onderop gezamenlijk initiatieven vormgeven.’ De Veenkoloniën, het strijdtoneel van de Eo Wijers-prijsvraag is een gebied dat te maken heeft met stagnatie en waar men al jaren op zoek is naar manieren om het tij te keren. Er zijn al veel plannen voor het gebied van bovenaf ontwikkeld. Het gevolg is dat men in de regio planmoe is geworden. ‘Heren topontwerpers, blijf alstublieft weg!’, kopte het Dagblad van het Noorden dan ook daags nadat bekend was gemaakt dat de Veenkoloniën centraal zouden komen te staan bij de 9e Eo Wijers-prijsvraag.

In de Veenkoloniën heeft de organisatie onderkend dat de prijsvraag alleen succesvol kan zijn als deze weerstand serieus wordt genomen. Dit is gedaan door in de prijsvraagopgave radicaal te kiezen voor het perspectief van de burger. En hiermee het spanningsveld op te zoeken tussen top-down-planning en bottum-up-processen. Centrale opgave werd daarmee de vraag hoe je als ontwerper de scepsis van bewoners en gebruikers kan omzetten in zelfvertrouwen en in een gedeeld toekomstperspectief voor de regio. Door deze radicale keuze is deze prijsvraag ook niet alleen relevant voor de Veenkoloniën maar levert het waardevolle inzichten op voor de ontwikkeling van nieuw instrumentarium voor plannen maken van onderop.

Niet ontwerpen
De ontwerper krijgt in dit proces een hele andere rol. Langzaam groeide het besef dat het in deze ontwerpprijsvraag vooral ging om de architectuur van het proces. Het juryrapport leest dan ook als de onstaansgeschiedenis van een mindshift. Gevolg is een prijsvraag die worstelt met haar eigen opgave. Of zoals het in het juryrapport staat beschreven: ‘De prijsvraaguitschrijving heeft aangegeven dat de Veenkoloniën niet op nog weer een nieuw plan zitten te wachten, waarmee een paradox lijkt opgeworpen: ontwerpers vragen om niet te ontwerpen.’ Het gaat in toenemende mate om een zorgvuldig proces dan om het uiteindelijke eindbeeld zelf. Ontwerpers moeten hun verbeeldingskracht inzetten om een proces op gang te krijgen.

Dat ontwerpers steeds vaker een andere invulling geven aan hun vak blijkt bijvoorbeeld ook uit de recent door het Tilburgse Architectuurcentrum CAST georganiseerde ontwerpmarathon waarbij werd gezocht naar een ontwerp voor de herinrichting van het Tilburgse Koningsplein. Het winnende team SAAJ kwam niet met een klassiek ontwerp maar met een procesontwerp dat ruimte laat om te reageren op toekomstige veranderingen. Ook Eo Wijers-winnaars AtelierBruut Nieuwe GrachtTauwSynergie komen niet met een eindbeeld maar met een strategie. De keuze om een ontwerpwedstrijd te laten winnen door een team dat, meer dan in een verrassend baanbrekend ontwerp, juist uitblinkt in het ontwerp van een strategie is een dappere keuze die past in deze omslag in het denken over de rol van de ontwerper.

Het juryberaad, foto: Dick Hamhuis

 

Paradigmawisseling
Geen van de inzendingen geeft antwoord op alle opgaven die in de prijsvraag zijn gesteld. In retrospectief is dat ook niet zo vreemd. Je kunt zelfs stellen dat men op zoek was naar het schaap met de vijf poten door te vragen naar zowel fysieke oplossingen als een zorgvuldig proces voor bottom-up-ontwikkeling.

Uiteindelijk valt de keuze op een strategie om bewoners zelf hun toekomst te laten bouwen en hen daarbij te helpen. Dat deze inzending in de ogen van de streekjury een ontwerp opleverde dat ze zelf ook hadden kunnen bedenken, is in mijn ogen de beste illustratie dat deze inzending een schot in de roos is wat betreft het aansluiten bij het Veenkoloniaal gevoel.

De Eo Wijers-prijsvraag levert veel meer op dan een winnend ontwerp. Het biedt een schat aan ideeën voor de Veenkoloniën en verschillende handvatten voor de nieuwe rol van de ontwerper. De rijke oogst wordt extra onderstreept doordat er naast de hoofdprijs voor AtelierBruut Nieuwe GrachtTauwSynergie meerdere prijzen, eervolle vermeldingen en aanmoedigingsprijzen zijn uitgedeeld. De jury raadt de streek dan ook aan om met zowel de winnaars van de 1e, als de 2e en 3e prijs een volgende fase in te gaan om hiermee ook echt aan de slag te gaan.

Maar naast de Veenkoloniën en de prijswinnaars komt de gehele vakwereld als winnaar uit de bus, want die zal profiteren van dit pionierswerk en is een stap dichterbij een paradigmawisseling.

Meer info, de inzendingen en prijswinnaars op www.eowijers.nl

Foto boven: de veenkoloniën, foto: Rob Niemantsverdriet


EnergietransitieLandbouwnieuw kapitaalVeenkolonien

Jeroen Niemans

Over de auteur

Jeroen Niemans is adviseur bij Hiemstra en De Vries.



Ook interessant:

Maak bedrijventerreinen klaar voor de (circulaire) toekomst

Cees-Jan Pen

'NL Magazine gaat voor de sprong voorwaarts'

Redactie NL Magazine

Grenzen verleggen in Oosterwold

Judith Lekkerkerker