Landschappen te kust en te keur

22 februari 2012  /  Martin Woestenburg en Paul Roncken

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

De discussie rond de Hedwigepolder draait om de vraag of die polder natuur of landbouw moet zijn. Dat is een belediging voor ons intellect en de Nederlandse traditie van landschapsbouw. De Wageningen Universiteit nodigt staatssecretaris Bleker uit om te komen praten over ‘landschapsmachines’ die natuur, landbouw, erfgoed, zorg, voedselproductie, recreatie en economie combineren.

Staatssecretaris Bleker krijgt tot eind februari om de Europese Commissie te overtuigen dat het landbouwgebied in de Hedwigepolder geen natuur hoeft te worden. Het is het zoveelste hoofdstuk in de soap over de keuze tussen landbouw en natuur. Het vreemde is dat het hierbij helemaal niet gaat om de vraag wat Nederlanders (en Vlamingen) nu eigenlijk hebben aan het al dan niet ontpolderen van de landbouwpolders.

Zwart-wit
De kwestie rondom de Hedwigepolder komt voort uit een streng verdrag, waarin economisch gebruik van een waternetwerk moet worden gecompenseerd met eerlijke natuurontwikkeling. Hierachter zit een zwart-witdenken dat ons intellect niet serieus neemt. Er lijken goed argumenten te zijn voor compensatie, maar evengoed zijn er redenen om goede landbouwgrond niet op te geven.

De politieke discussie over landbouw of natuur is een aanfluiting in het licht van de indrukwekkende traditie van Nederlanders in het vormgeven van landschappen met alles wat we nodig hebben: ziektepreventie, voedselproductie, biotoopontwikkeling en toegankelijkheid voor de mens. We doen onze nationale vindingrijkheid tekort door het ontkennen van win-winsituaties waarin we via natuurontwikkeling goede landbouwproducten en gezondmakende landschapsbeleving mogelijk maken.

Landschapsmachines
Aan de Wageningen Universiteit zijn studenten al jaren al hun jeugdig enthousiasme bezig om deze nieuwe landschapsontwikkelingen uit te werken. In de levende landschappen van Zeeland kunnen slimme ecologische inzichten zodanig worden toegepast, dat ze eerlijke visproductie en zoute landbouwgewassen opleveren in een landschap dat robuuster is dan zeebestendige dijken.

MSc-studenten Landschapsarchitectuur van Wageningen Universiteit, Sophia Molpheta en Karim van Wonderen, ontwierpen een polder waarin op grote schaal visteelt word gecombineerd met natuur en recreatie, een multifunctioneel landschap. (http://www.lar.wur.nl/UK/Education/MSc+Thesis/Thesis+examples/salinelandscapes/)

Zulke zogenaamde ‘landschapsmachines’, die op dit moment op papier worden ontwikkeld, zijn toe aan grootschalige testen. Precies zoals op dit moment gebeurt met de Zandmotor voor de kust tussen Ter Heijde en Kijkduin. Een ander voorbeeld is de recente discussie in Trouw rond het plan Marker Wadden van Natuurmonumenten, waarvoor de Postcodeloterij miljoenen euro’s overheeft. Ook daar is meer mogelijk dan alleen natuurontwikkeling.

Niet of-of maar via-via
Er is landschapsontwikkeling mogelijk die menselijke geraffineerdheid benut om via de natuur landbouwproducten te verkrijgen en via de combinatie landschapsbeleving te creëren. Het is als een eenvoudige formule waar niet of-of wordt berekend maar via-via. Er zijn twee alternatieven denkbaar om tegelijkertijd het verdrag niet te schaden en de landschapsontwikkeling optimaal uit te voeren. Studenten van de Wageningen Universiteit hebben hiervoor al studies gedaan.

Een eerste optie is het combineren van bestaande of nieuwe landbouw- en visserijbedrijven in nieuwe coöperaties. Deze coöperaties kunnen, beter dan afzonderlijke boerenbedrijven, het beheer en onderhoud doen op de schaal van volledige kustlandschappen. Deze nieuwe agrarische bedrijvigheid kan een samenwerking zijn tussen viskwekers die het zoute water benutten voor visteelt met veetelers en schapenhouders die begrazing van dijken en polders combineren met vleesproductie. Zo wordt landbouw natuurbeheer en vice versa.

Stevige structuur
Denken op de schaal van volledige kustlandschappen zorgt ervoor dat je niet verstrikt raakt in een welles-nietesspelletje over één polder. Het zorgt dat je het Nederlandse (en Vlaamse) erfgoed behoudt en tegelijkertijd zo’n stevige structuur geeft dat dit de komende vijftig jaar behouden blijft. Landschappelijk erfgoed is per definitie aan grote landschapsstructuren verbonden. Hetzelfde geldt voor een goed en robuust natuurbeheer.

Het tweede alternatief is het terugbrengen van de getijdebeweging in de Hedwigepolder. De getijdewerking geeft een dynamiek die zeer constant is, als een machinale beweging die zich voorspelbaar gedraagt. Viskwekerijen kunnen deze getijdebeweging gebruiken. En ook het verwerking van vervuild water is mogelijk door aanwezigheid van zoet, zout en brak water. Kennis van biologie, ecologie en technologie maakt van deze natuurlijke dynamiek een efficiënte kringloop waar voedselproductie of vuilverwerking een logische plaats krijgt.

Integrale landschapsontwikkeling
Ook hier geeft de natuur ons iets dat in een goed landschapsontwerp meerdere gewenste gevolgen heeft. Het geheel oogt als een dynamisch en interessant natuurgebied maar levert met zekerheid een landbouwproductiviteit op die wij als welvarende gemeenschap nodig hebben.

Staatssecretaris Henk Bleeker moet bij zijn goedgezinde landbouwuniversiteit op bezoek om zich te laten bijpraten over de stand van zaken in integrale landschapsontwikkeling. Dan zijn er geen keuzes nodig waarbij altijd iemand verliest, maar volgen daden die enthousiast maken.

Foto boven: Hedwigepolder, foto: Michiel Wijnbergh, www.wijnbergh.nl

LandbouwLandschapsontwikkelingNatuurontwikkelingpolitiekZeeland

Martin Woestenburg Freelance landschapsschrijver en journalist

Over de auteur

Martin Woestenburg is landschapsjournalist. Hij is mede-auteur van het onlangs verschenen boek 'De Gewortelde stad', een vergelijkende langetermijnstudie naar de ontwikkelingen van Europese hoofdsteden. http://www.uitgeverijblauwdruk.nl/boeken/nieuw/de-gewortelde-stad/de-gewortelde-stad/

Paul Roncken Docent Landschapsarchitectuur

Over de auteur

Paul Roncken is universitair docent Landschapsarchitectuur aan Wageningen Universiteit en onafhankelijk adviseur ruimtelijke kwaliteit bij de Provincie Utrecht.



Ook interessant:

Het publiek domein als grote gelijkmaker

Anne Seghers en Sjors de Vries

Schipperen tussen grote opgaven en lokale oplossingen

Jeroen Niemans

De ambitieuze wijk van morgen

Chris ten Dam, Gerjan Streng, Maarten Hajer, Peter Pelzer en Thijs van Spaandonk