Regionale samenwerking voorbij de hype

15 januari 2012  /  Andre Schaminee

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Het schaalniveau van de regio is bij uitstek geschikt voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen. Daarover zijn velen het eens. Maar hoe benut je de kansen die deze ruimtelijke eenheid te bieden heeft? Daarover gaat het boek Stedelijke regio’s. Over informele planning op een regionale schaal.

Stedelijke regio’s (NAi 2011) is het vervolg op De Grenzeloze Regio (SDU uitgevers 2007) en is de afronding van drie jaar Forum Stedelijke Regio’s, een lerend netwerk van bestuurders en wetenschappers. De Grenzeloze Regio ging vooral in op de vraag ‘waarom zou je regionaal samenwerken?’ Het antwoord was, kort door de bocht, omdat de regio nou eenmaal als een ruimtelijke en economische eenheid functioneert en er op dat (vloeibare) schaalniveau veel kansen liggen. Het nieuwe boek levert opnieuw bewijs voor dit standpunt. Maar het zwaartepunt ligt ditmaal op de vraag ‘hoe doe je dat dan?’

Ruimtelijk ontwerp
Die hoe-vraag komt om te beginnen voort uit het ontbreken van de adequate bestuurlijke arrangementen binnen het huis van Thorbecke. In toenemende mate blijkt noch de gemeente noch de provincie het juiste schaalniveau. De oplossing wordt gevonden in bijvoorbeeld verlengd lokaal bestuur of meer informele gremia. Zelfs als dit goed functioneert, kan de regio op de buitenwacht overkomen als ‘een hoop bestuurlijke drukte van twijfelachtig democratisch allooi’. Niet in de laatste plaats omdat de bestaande gremia zich parallel of serieel ook nog over het thema wensen uit te spreken. Het thema bestuurlijke lichtheid wordt in Stedelijke regio’s dan ook opnieuw uitgewerkt.

Voor een vitale regio is om te beginnen een aantrekkelijk en gevarieerd woonklimaat in een goed ontsloten gebied noodzakelijk. Deze twee thema’s worden verder uitgewerkt in het boek. Openbaar vervoer is, zo luidt de stelling van Rob van der Bijl, de ruggengraat van en het ordenend principe binnen de regio. Daan Zandbelt en Liesbeth van der Pol stellen dat ruimtelijk ontwerp moet plaatsvinden op regionale schaal. Allerhande professionals (architecten, journalisten, stedenbouwers, bestuurders, planologen en ontwerpers) komen aan het woord in over het algemeen lezenswaardige bijdragen. De zo opgebouwde academische rationaliteit laat weinig ruimte voor twijfel over de regio als relevant schaalniveau voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen.

Bron: Nai Publishers

Scoren
Toch blijkt het hoe een lastig vraagstuk. Uiteraard is er de remmende kracht van bestaande instituties die vrezen dat hun macht wordt uitgehold. Maar bovenal kampt de regio met een vergelijkbaar dilemma als Europa: het is geen schaalniveau waaraan burgers en bedrijven (bewust) hun identiteit ontlenen. Onder electorale druk dreigt daardoor een spagaat tussen wat goed is voor de regio en wat goed is voor de eigen gemeente of provincie. Bij thema’s die daadwerkelijk een regionale relevantie hebben, zou dit een paradox moeten zijn. Maar in de praktijk zijn er weinig prikkels om regionaal te scoren; het regionaal belang blijkt voor menig lokaal bestuurder slecht verkoopbaar.

Het boek besteedt aandacht aan de institutionele en instrumentele kant van regionale samenwerking. Klaartje Peters levert bijvoorbeeld een interessante bijdrage over het Deense systeem van regionale belasting. In de epiloog stelt Jaap Modder dat bestuurlijke hervormingen noodzakelijk zijn, maar dat de huidige oplossingen zoals een ‘grand design’ (het opheffen van de bestuurlijke legitimiteit van de regio door het kabinet) of kleine aanpassingen (gemeentelijke herindelingen) niet het gewenste effect zullen hebben.
Voor goede samenwerking is een flinke dosis sterrenstof nodig. Veel hangt af van de kwaliteit van betrokken personen om te kunnen schakelen tussen schaalniveaus en het vermogen om de ruimtelijk-economische (en sociale) ontwikkelingen in de regio te kunnen lezen. Een heel hoofdstuk is ingeruimd voor het thema Verleiding. Dit is een interessante invalshoek omdat het tegenkrachten voor een belangrijk deel buitenspel kan zetten.

Hoe nu verder
Stedelijke Regio’s is een fraai vervolg op De Grenzeloze Regio. De vormgeving is, zoals je van NAi mag verwachten, puik. De stukken zijn goed leesbaar en bewandelen interessante en nieuwe paden. Tegelijk laat het me ook achter met een bang hart. De academische evidentie is er en het aantal mensen dat regionaal denkt en handelt, groeit. Maar de tegenkrachten zoals initiatieven om de stadsregio’s af te schaffen en een Randstadprovincie op te richten, zijn er evenzeer. In een complexere wereld zien we overal het streven naar gesimplificeerde oplossingen. Regionale samenwerking is een exponent van een complexere wereld, maar past (vooralsnog) niet binnen ééndimensionale reacties op deze complexiteit. Daarnaast valt te bezien of het precaire evenwicht tussen eigen en algemeen belang stand houdt in tijden van schaarste en krimp. Sceptici zullen zich afvragen of regionale samenwerking bestand is tegen de crisis. Regio-believers zullen betogen dat regionale samenwerking juist kan bijdragen aan de oplossing ervan. Het bewijs van dat laatste zie ik met optimisme tegemoet.

Stedelijke regio’s. Over informele planning op een regionale schaal
Jeroen Saris, Pieter van Ree, Jaap Modder en Marjolein Stamsnijder (redactie)
(NAi uitgevers 2011)

ProvincieRecensiesRegio'sWoningmarkt

Andre Schaminee Adviseur

Over de auteur

André Schaminée werkt als adviseur bij Twijnstra Gudde. Hij is één van de oprichters van Geen Kunst. Geen Kunst benut de kracht van kunst en ontwerp om nieuwe wegen te vinden in taaie vraagstukken.



Ook interessant:

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor

Het platteland verandert sneller dan de stad

Anne Seghers

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers