Tussentijd biedt ruimte voor innovatie

25 november 2011  /  Iris Schutten

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Lege ruimtes, een niets in afwachting van iets, al dan niet dichtgetimmerd of omheind. Door de recessie bevindt zich een groeiend deel van de gebouwde omgeving in een ‘staat van tussentijd’.  Oude functies zijn er verdwenen, en definitieve nieuwe functies zijn nog niet in zicht. Pas recentelijk is men in de planvorming rekening gaan houden met de mogelijkheden die deze periode van transformatie ook biedt.

Economische tussentijd
Onder het credo think big, act small leent de tussentijd zich uitstekend voor het proefondervindelijk uitvinden van nieuwe mogelijkheden. Leegstaande gebouwen worden tijdelijk verhuurd aan creatieve ondernemers in de hoop dat zij het gebied op de kaart zetten en zo de gebiedsontwikkeling een positieve impuls geven. Naast dit bewust entop-down inzetten van creatieven duiken er ook meer autonome, zelfgeorganiseerde projecten op waar creativiteit, innovatie en ondernemerschap elkaar vinden en versterken. Zoals Ester van de Wiel stelt: “biedt het benutten van tussentijd kansen om programma’s te realiseren die nu geen plek hebben in stedelijk gebied. Ze kunnen in tijdelijke vorm getest worden onder het motto alles wat werkt blijft, alles wat niet werkt verdwijnt.” (1)

De met de mond beleden openheid voor initiatief van onderaf blijkt echter maar al te vaak stranden in controledrang bij wethouders, regeldrang bij ambtenaren en valse verhuurhoop bij eigenaren.

Waar sommigen nog geloven dat het ooit wel weer goed komt met de bouwproductie en dat we straks op de oude, grote voet verder kunnen, menen anderen dat we op een totaal nieuwe manier zullen moeten gaan werken omdat met de huidige crisis ook de tijden voorgoed veranderd zijn. Econoom Kondratieff heeft laten zien dat crises volgen op maatschappelijke omwentelingen zoals de industriële revolutie, het ontstaan van stoommachines en spoorwegen, de toepassing van staal en elektriciteit, het tijdperk van de olie en de auto en het informatietijdperk. Wat deze crises gemeen hebben is dat de wereld ná de recessie er compleet anders uitziet dan ervoor; met andere werkvormen, organisatievormen, ruimtelijke ordening en dientengevolge ook andere spelers aan het roer. Kortom, culturele, maatschappelijke en economische problemen bieden mogelijkheden de stad opnieuw te doordenken.

De Interact, twee sloopwoningen worden geveltheater annex kantoor, door In Situ architecten i.o.v. Mobiel Projectbureau OpTrek, Den Haag 2007, Bron: Iris Schutten

Kweekkantoren
In een deel van de huidige tussentijdprojecten neemt voedsel een belangrijke plaats in. Zo is door Ester van de Wiel onder de noemer Eetbaar Landschap de broedplaats Rioolgemaal Moerenburg in Tilburg veranderd in een plek waar samen met andere kunstenaars, lokale bewoners, ondernemers en scholen nieuwe tools zijn ontwikkeld voor braakliggend terrein. Maar ook gebouwen lenen zich voor voedselproductie; de Groenten uit Amsterdam is een initiatief dat met behulp van nieuwe technieken voedsel in leegstaande kantoren wil gaan kweken. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van ‘plant production units’ waarbij zonlicht en aarde worden vervangen door rode en blauwe led verlichting, substraten en steenwol. Hierdoor verdrievoudigt de productie ten opzichte van standaardkassen, is kweek niet meer grondgebonden en dus stapelbaar en wordt minder water en energie verbruikt. Philip van Traa hoopt binnenkort de eerste kantoorkwekerij te beginnen. ‘In stapelbare kweekruimtes kunnen groenten, fruit en kruiden worden verbouwd. Deze kunnen vervolgens lokaal worden verkocht wat enorm veel energie scheelt die normaliter in transport gaat zitten. -Een Nederlandse maaltijd legt nu 30.000 kilometer af voordat ze op ons bord ligt- Zodoende kan er tegelijkertijd een slag worden gemaakt in de verduurzaming van de voedselvoorziening en tot een invulling voor de leegstand worden gekomen’. (2) Een idee dat een enorme vermindering van het ruimtegebruik van de tuinbouw betekent en daarmee van grote invloed zou kunnen zijn op de ruimtelijke ordening van Nederland.

Tijd als kwaliteit
Het kennisplatform Tussentijd in Ontwikkeling pleit voor meer tussentijdmentaliteit in de stedelijke ontwikkeling: “Wanneer tijd als kwaliteit kan worden gezien binnen een ruimtelijk ontwikkelingsproces, dan biedt dat mogelijkheden voor andere, meer flexibele vormen van ontwikkelen..”.(3) Door de bouwcrisis zoeken ook gemeentes tegenwoordig de oplossing voor tot stilstand gekomen bouwprojecten in organische gebiedsontwikkeling. De met de mond beleden openheid voor initiatief van onderaf blijkt echter maar al te vaak stranden in controledrang bij wethouders, regeldrang bij ambtenaren en valse verhuurhoop bij eigenaren.

Naast de monumentenstatus zou daarom ook een tussentijdstatus ingesteld moeten worden, zodat het mogelijk wordt in de tussentijd met andere verdienmodellen, planprocessen en regelgeving te werken. Leegstand en tussentijd veranderen dan van probleem in opportunity, en het beheer van de tussentijd wordt het ontwikkelend beheren van de tussentijd. Om dit te bewerkstelligen liggen er zowel bij de gemeentes, corporaties, ontwikkelaars en vastgoedeigenaren – als bij de creatieve en maakindustrie uitdagingen. Terwijl de laatsten door hands-on initiatieven te ontplooien de tussentijd pro-actiever als tool in kunnen zetten voor de innovatie van ruimtegebruik, zullen de eersten hun ijvoorbeeld door minder gericht te zijn op regelgeving en procedures en meer te kijken naar de inhoud en zingeving erachter; door binnen economische beslismodellen maatschappelijke waardecreatie mee te nemen als weegfactor en in de planning meer ruimte te laten en vertrouwen te hebben in het onverwachte. Buiten de stedenbouw en architectuur is men al steeds meer bezig met de upcycling van bestaande producten. Design en mode richten zich steeds vaker op het inventief hergebruiken van afgedankte producten en materialen. Nu de stad nog!


Deze tekst is een compilatie van een langer essay ‘De Tussentijd’ dat in opdracht van stichting Alice is geschreven i.h.k.v. de Dutch Design Week 2011.
Foto boven: Project Eetbaar Landschap, oktober 2009 en augutus 2011 gemaakt door Ester van de Wiel. Verslag onder punt 1/3 is te vinden via : http://www.stadmakers.nl/2011/06/verslag-kennisplatform-tussentijd-in-ontwikkeling
(1) Onder dit motto test de Rotterdamse kunstenaar Ester van de Wiel verschillende functies uit voor braakliggend terrein. Hiermee wordt braakliggend terrein niet alleen opnieuw publieke ruimte, maar tevens geboortegrond voor nieuwe functies in de stad. Zie ook het verslag van de eerste bijeenkomst van het landelijk Kennisplatform ‘Tussentijd in Ontwikkeling’ van Kris Oosting, 14 april 2011, Den Haag.
(2) Zie het artikel van Jasper Karman ‘Groente kweken in lege IBM-fabriek’ in Het Parool.nl, 4-5-11 http://www.parool.nl/parool/nl/4/AMSTERDAM/article/detail/1888009/2011/05/04/Groente-kweken-in-lege-IBM-fabriek.dhtml) en ook het artikel van Janno Janlouw ‘Kantoor moestuin levert duurzaam groente en fruit op, op de website energieondernemer.nl, 5 mei 2011 http://www.energieondernemer.nl/2011/05/kantoor-moestuin-levert-duurzaam-groente-en-fruit/
(3) Kris Oosting in het verslag Tussentijd in Ontwikkeling, Den Haag, april 2014
Creatieve stadStedelijkheid

Iris Schutten Zelfstandig architect/publicist

Over de auteur

Iris Schutten is publicist en houdt zich bezig met transitie, stad, kunst en design. Zij is programmaleider van de 'Social Practices', één van de drie interdisciplinaire afstudeerprofielen van de Willem de Kooning Academie in Rotterdam en schrijft voor uiteenlopende media. Haar aandachtsgebieden op zijn: open design, sustainability, gamification en cultural diversity. Zij publiceerde onder ander het boek 'stedelijke transformatie in de tussentijd' (Sun Trancity 2011) en het themanummer Blauwe Economie (S+RO 2013).



Ook interessant:

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

Een ruimte van verschil

Hans Teerds

NOVI: Een hoopvol perspectief?

Peter Paul Witsen