De ondergrond als buitenkans

06 september 2011  /  Erik Groenenboom

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

In het boek ‘Niemand houdt mij tegen’ van Evert Hartman las ik als jongen over het 22e-eeuwse Nederland, waar mensen ondergronds leven en reizen. Onder dreiging van een snel stijgende zeespiegel werd Amsterdam naar Overijssel verplaatst en daar onder de grond weer opgebouwd. Knap staaltje techniek én samenwerking. Anno 2011 wordt er ook al flink ondergronds gebouwd. Maar in het overvolle Nederland gebruiken we de ondergrond vaak vooral als één grote afvalcontainer, waar we letterlijk ons huisvuil ingooien en opbergen. Waar we ‘vreemde’ gassen opslaan, vervuilende auto’s in tunnels verstoppen en lastige draadjes wegmoffelen.

Afvalvat of buitenkans
Terwijl een aantal creatieve denkers momenteel de mogelijkheden verkennen om een heuse berg te bouwen in Nederland, gaan we nog weinig de diepte in. Slechts een enkeling ziet de ondergrond niet alleen als vuilnisvat, maar ook als kans. Als een plek waar je energie en warmte op kan slaan en op kan wekken. Waar je nieuwe bestemmingen kan geven aan oude ondergrondse bouwwerken. Waar je bovengrondse problemen kan oplossen, maar ook extra waarde kan creëren. Een buitenkans dus. Kansendenkers zie ik vooral bij de Carrousel Ondergrond en Ordening; een community of practice waarin koepelorganisaties als COB, SKB en Nirov samen met Rijk, provincies en gemeenten werken aan betere ‘ondergrondse ordening’.

Het zijn met name de bodemexperts en techneuten die initiatief tonen. In Nijmegen, Haarlem en Amsterdam staat de ondergrond ondertussen wel op de ruimtelijke beleidsagenda. Voorbeelden van innovatieve integrale projecten die hieruit voortkomen zijn te vinden op deze kaart. Over het algemeen zien planologen, projectontwikkelaars en architecten de kansen van de ondergrond echter minder, behalve als er parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Tot dat ook dat te drassig (kostbaar) blijkt. Of er kabels en archeologische ‘rommel’ (archeologie) in de weg blijken liggen.

Ook de creatieve bloggers van RUIMTEVOLK gaan niet vaak ‘underground’. Twee keer ging een artikel ‘de diepte in’. Esther Juurlink kondigde het vraagstuk van ondergrondse verrommeling aan in haar beschouwing van een hieraan gewijd congres in 2007. Er moest een landelijke visie ondergrond komen. Die kwam er, en het artikel Geld in de Grond uit 2010 ging in op deze kabinetsvisie. De case ‘Kop van Feijenoord’, die in de kabinetsvisie gepresenteerd wordt, geldt onder de koplopers in ondergrondse ordening als hét voorbeeld van goede samenwerking. De schrijvers pleiten er daarom voor verder te investeren in intelligente samenwerking.

Nationaal belang, lokale uitdaging
Inmiddels is er wel degelijk overkoepelend beleid. Door het Rijk is de ondergrond inmiddels als Nationaal Belang bestempeld (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, 2011). Maar de verantwoordelijkheid voor verdere ontwikkeling en goed ruimtelijk beleid ligt bij provincies en gemeenten. De kansendenkers beseffen dat ze elkaar en andere sectoren, bestuurders en vergunningsverleners moeten opzoeken. Er zijn cultuur- en taalproblemen, kennisachterstanden, verschillende vergunningstelsels en opportunistische politieke beleidskeuzes. Drempels die verdere ordening en ontwikkeling van ondergrond én bovengrond moeilijk maken. Juist planologen zouden in staat moeten zijn deze drempels weg te nemen. Dus RUIMTEVOLKers, go underground! Er zijn vele ondergrondse vraagstukken waarbij een creatieve blik op ruimte en proces welkom is.

Het verrommelde gebied Binckhorst, waar voor de bovengrondse ruimte niet meer wordt ingezet op een alomvattend plan maar organische ontwikkeling. Biedt dit kansen om de ondergrond juist steviger in de plannen te integreren? Bron: John Nieuwmans, gemeente Den Haag

Ondergrondse organische ontwikkeling
Ruimtelijke ontwikkeling bovengronds vraagt anno 2011 om een organische aanpak en flexibiliteit in beleid en wetgeving. Voor de ondergrond is er echter juist de neiging steeds meer vast te leggen. De ‘kansgerichte benadering’ kent wel voorstanders, maar is een dergelijke benadering wel mogelijk met al die juridische risico’s? Kun je ‘ruimtelijke reserveringen’ maken die nieuwe ondergrondse functies niet onmogelijk maken?

Een voorbeeld. Er komen nieuwe beleidsregels om de plaatsing en werking van warmte-koude systemen te reguleren. Nu er steeds meer van deze open en gesloten systemen komen, worden de teugels aangetrokken, maar het ‘eerst komt, eerst maalt principe’ blijft gelden. De eerste die een aanvraag doet, mag de schop in de grond steken, met alle gevolgen voor toekomstige ontwikkelingen. Wellicht zou een initiatiefnemer een grotere verantwoordelijkheid moeten krijgen voor toekomstige ondergrondse ontwikkelingen. Of ligt de oplossing, tegen de ‘bovengrondse’ tendens in, toch weer in strikte bestemmingsplannen?

RO-instrumenten
De derde dimensie is steeds beter in woord en beeld te vatten, maar voor het maken van ruimtelijke (beleids)keuzes valt men toch terug op 2D-beelden en traditionele planvormen. Het SKB-project ‘Ondergronds Bestemmen’ onderzoekt hoe de ondergrond goed meegenomen kan worden in bestemmingsplannen. Ontwerpen en denken in 3D lukt, maar het in 3D vastleggen van uitgangspunten en randvoorwaarden voor beleid lukt vaak minder goed. Dus kiest men bij veel ‘ondergrond’ toch voor een 2D-oplossing; de dubbelbestemming. Voorbeeld hiervan is de Spoorzone in Delft.

Uit een verkenning van plannen van enkele grote steden blijkt ook dat in de meeste structuurvisies de ondergrond nog niet integraal verwerkt is. Er zijn slechts een paar aparte paragrafen, hoofdstukken, voorbereidingsdocumenten of uitwerkingstukken aan de ondergrond gewijd. De ‘best-practice’, de Visie Ondergrond van Zwolle, is opgesteld om het ruimtelijk-juridisch instrumentarium te kunnen ontwijken. Bestaat er wellicht een betere vorm voor het integreren van de ondergrond in regionaal ruimtelijk beleid?

Sectoren
Hoewel de bereidheid er is, zijn er duidelijk sectorale cultuurverschillen. De bodemsector wacht af en RO-ers focussen eerst op andere sectoren. In Rotterdam werd het ruimtelijk beleid voor de Kop van Feijenoord gevormd met hulp van een actievere houding van ondergrondspecialisten, slimmere visualisatietechnieken en co-creatieve workshops met alle belanghebbenden erbij. Voor het ontwikkelen van een ‘simpele’ leidingengoot onder een trottoir in Alphen aan de Rijn kon ontwerper Luis Beccan geen format vinden dat ook rekening houdt met een goede kwaliteit van de openbare ruimte bovengronds. Dus betrekt hij nu andere gemeenten. Ook John Nieuwmans van de gemeente Den Haag zet in op ‘learning by doing’ bij het opstellen van het Masterplan Ondergrond Binckhorst. Is deze vorm van kennisdeling en samenwerking efficiënt?

Kop in het zand
Gemeenten en provincies staan klaar hun verantwoordelijkheid te nemen de ondergrond verder te ontwikkelen en te ordenen. Maar in de praktijk is de ondergrond nog bar slecht vertegenwoordigd in ruimtelijk beleid en beschikbare planinstrumenten. Kleine gemeenten moeten de krachten bundelen. Grotere gemeenten en provincies moeten de kleintjes helpen. En binnen gemeentes moeten de schotten weg. Samenwerking bij decentralisatie, daar richten de eerdergenoemde koepelorganisaties en lokale kansendenker zich de komende tijd op. Niemand houdt ze tegen. Dus zullen voor de 22e eeuw nog veel mooie ondergrondse projecten tot ontwikkeling komen. Dan mogen ruimtelijke beleidsmakers wel wat vaker hun kop in het zand steken. Go underground!

DelftDen HaagOndergrondStructuurvisie I&M

Erik Groenenboom Ondernemer

Over de auteur

Erik Groenenboom houdt zich als 'aanjager' en 'plaatsmaker' bezig met fun en initiatief van onderaf, op 'onderbenutte' plekken. Zo gaf hij de afgelopen jaren met (laser)games en events invulling aan een lege fabriekshal in Amsterdam en een leegstaand kantoorpand in Diemen, maar werkte hij ook mee aan het project Zuidas en diverse andere ruimtelijke uitdagingen. Momenteel richt hij zich op zijn trip langs Europese 'Spookdorpen', de hele zomer te volgen op spookdorpen.nl, en de lessen voor Nederlandse beleidsmakers en avontuurlijke leegstandspioniers.



Ook interessant:

Ruimte voor de toekomst van werk

Freek Liebrand

Nieuw Zicht op Leiden

Daphne Koenders

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans