Hack de overheid

04 juli 2011  /  Jurgen Hoogendoorn en Maaike Schravesande

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Door de Nederlandse overheid ook in de ruimtelijke sector  wordt maar mondjesmaat aandacht besteed aan open data of zelfs raw data. Wanneer zijn overheidsgegevens open of raw? Waarom lopen we – in het ‘open maken’ – achter op andere landen? En wat kan open data voor de ruimtelijke sector betekenen?

Eerst open, dan rauw
Er is een onderscheid tussen open data en raw data. We kunnen stellen dat open data een stap vóór raw data is. Eerst maken we de overheidsgegevens openbaar, netjes gepresenteerd (wat overigens op zich al een behoorlijk omwenteling is). Na gewenning aan open data, is het ultieme doel om de onderliggende ‘rauwe’ gegevens openbaar aan te bieden. Een korte krachtige definitie geeft Rufus Pollock (initiatiefnemer Open Knowledge Foundation), namelijk “raw data is free for everyone to use, re-use and distribute”. Open data biedt kansen. “Open data levert geld op”, aldus Julian Tait van Open Data Manchester. Terwijl ‘gesloten data’ alleen maar geld kost.

Sinds 2010 hebben Amerika en het Verenigd Koninkrijk open data initiatieven ontplooid. Onder Obama werd de website data.gov geopend met als doel: “democratizing public sector data and driving innovation” (denk aan onze Wet Openbaarheid Bestuur…). Het Witte Huis houdt zelfs een blog bij om de voortgang van het ‘open maken’ van overheidsgegevens te delen. Ook de Britse overheid maakte een enorme hoeveelheid data openbaar via de website data.gov.uk. Vooral met het doel beslissingen en beleid van de overheid inzichtelijker te maken.

In Nederland worden momenteel de eerste schoorvoetende stapjes gezet. In een artikel van de Elsevier (‘Hacken wat van ons is’, 21 mei 2011) wordt als voorbeeld de online-catalogus van het Ministerie van Binnenlandse zaken genoemd: data.overheid.nl, waar helaas pas enkele tientallen datasets in zitten. In tegenstelling tot 6.800 in de Britse evenknie.

Een aantal losse lokale voorbeelden zijn er ook te vinden. In Rotterdam werken 200 studenten van de Hogeschool Rotterdam aan applicaties voor “het toegankelijk en inzichtelijk maken van informatie van, over en voor de stad Rotterdam”, op basis van gegevens van de gemeente (Rotterdam Open Data). Koploper Amsterdam had al eerder het programma Apps for Amsterdam waar een groep hackers (en studenten) nuttige toepassingen maakt gebaseerd op gemeente-gegevens. Een aantal apps gaan uit van de ruimtelijke context. Zo is er een app ontwikkelt die je helpt je fiets terug te vinden. En een app die informatie over erfgoed uit de archieven toegankelijk maakt op locatie.

Een doorbraak in het ‘open maken’ is de – eind juni gelanceerde – website ‘Braakliggende Terreinen’ van de gemeente Amsterdam. De gemeente presenteert braakliggende terreinen in Amsterdam en Zaanstad overzichtelijk op een digitale kaart om zo tijdelijk ruimtegebruik te stimuleren. Mede dankzij uitgebreide media aandacht hebben de eerste ondernemers en particulieren zich al gemeld.

Website Braakliggende Terreinen in Amsterdam

Open community
Het ‘open maken’ van overheidsgegevens stuit nog vaak op weerstand bij diezelfde overheidsorganisaties. Zijn de risico’s wel te overzien? Wat gaan ‘die anderen’ er mee doen? Een angst om de controle kwijt te raken (aldus een artikel Elsevier).

Een belangrijke succesfactor om het belang van openbare overheidsgegevens te onderstrepen is, volgens social-mediadeskundige Ton Zijlstra, een betrokken community. Mondige particulieren en ondernemers die wat willen en de overheid of het bedrijfsleven op het belang van openbare gegevens wijzen. Een Nederlands voorbeeld is de groep Hack de Overheid, die het onderwerp bij de overheid aan blijven snijden, maar ook digitaal ten strijde trekken door bijvoorbeeld een beter toegankelijke (digitale) Kamer van Koophandel te realiseren: openkvk.nl. Hacken is in dit verband ‘inventieve oplossingen verzinnen en systemen verbeteren’.

In de eerder genoemde buitenlandse voorbeelden is dit ook opvallend, een groep onbekenden verwerkt de open data, discussieert en wisselt kennis uit via forum of wiki, oppert ideeën voor nieuwe toepassingen van de gegevens en maakt ook nuttige apps van de data.

Ook in het voortraject van de ‘Braakliggende terreinen kaart’ heeft een community een belangrijke rol gespeeld. Onder de noemer ‘Manifest Leegtevol’ (nu bekend als ‘Ondertussen’) stortten ongeveer 30 ruimtelijk betrokken slimmeriken (ambtenaren, ontwerpers, redacteur, tekstschrijvers, kunstenaars) zich op het verzinnen van oplossingen voor de braakliggende terreinen in Amsterdam en Zaanstad. Een groeiend verschijnsel. Goede creatieve ideeën te over, maar een overzicht van braakliggende terreinen ontbrak. Mooie plannen, maar geen plek om ze uit te voeren.

Ze lieten het er niet bij zitten en een aantal startten zelf – als een vorm van ‘overheidshacken’ – een inventarisatie van braakliggende terreinen via Google Maps. Tegelijkertijd zetten de Zaanse en Amsterdamse ambtenaren in op een interne ambtelijke lobby, om tijdelijkheid onder de aandacht te krijgen in hun organisaties. Dit ging niet vanzelf. Dus om hun lobby kracht bij te zetten, besloten ze de kritische massa ter vergroten, wat gelukt is, inmiddels zijn 200 professionals aangesloten bij Ondertussen. De gemeente Zaanstad was al snel over de boeg, niet in de laatste plaats door een kleiner en daardoor wendbaarder gemeentelijk apparaat. Ook Amsterdam volgde, vooral door het vergroten van de kritische massa.

Minder bureaucratie, meer initiatieven
Het ‘open maken’ van data is niet alleen (of zou moeten zijn) een logisch onderdeel van een democratie. Het verminderd bureaucratie of veroorzaakt een toename van efficiency en transparantie, aldus Julian Tait van Open Data Manchester. Ondernemers en particulieren kunnen zich kritischer en proactiever opstellen. Door gegevens openbaar te maken kunnen ondernemers en particulieren immers beter (en kritischer) reageren en anticiperen op overheidsbeleid en besluiten. Ook voelen we ons meer betrokken bij de overheid door inzicht in de achtergrond van (ruimtelijke) beslissingen.

Een aantal hedendaagse filosofen voorspellen het al. Kennis was macht. In de nieuwe tijd van de improvisatie maatschappij is kennis delen macht. Dus ‘open en rauw maken’, die overheidsgegevens.

Foto boven van Edwin van Eis / gemeente Amsterdam

AmsterdamOpen dataRotterdam

Jurgen Hoogendoorn Beleidsadviseur

Over de auteur

Jurgen Hoogendoorn werkt bij de gemeente Amsterdam als beleidsadviseur.

Maaike Schravesande Adviseur bij Urbannerdam

Over de auteur

Maaike Schravesande werkt als adviseur bij Urbannerdam, vooral aan herontwikkeling- en particulier opdrachtgeverschap projecten. Ze heeft daarvoor o.a. gewerkt bij projectontwikkelaar TCN en Stadshavens Rotterdam.



Ook interessant:

Nieuw Zicht op Leiden

Daphne Koenders

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor

Ruimte voor de toekomst van werk

Freek Liebrand