De belofte van de georganiseerde vrijheid

28 juni 2011  /  Freek Liebrand

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar Veiligheid en burgerschap aan de VU in Amsterdam, schreef onlangs het boek ‘De improvisatiemaatschappij’. Hierin biedt hij een constructieve visie op de schijnbare chaos waarin wij leven. Boutellier beschrijft onder andere drie ‘ordeningsprogramma’s’ die orde moeten scheppen, maar daar slechts deels in slagen. Hij concludeert dat de samenleving het best te begrijpen is als ‘improvisatiemaatschappij’. RUIMTEVOLK las het boek en sprak met hem.

Kunt u het boek kort toelichten?
Dit boek is voor mij wat voor een kunstenaar ‘zijn vrije werk’ is; tussen alle projecten door een grotere gedachte ontwikkelen. Het is een studie naar sociale orde. We leven in een tijd die door velen als chaotisch wordt ervaren en dat is begrijpelijk. In sociaal normatieve zin zitten we in een relatief ongeleide en ongestructureerde situatie. Vroeger leefden we in een verzuilde samenleving,  het is niet duidelijk wat daar voor in de plaats is gekomen. Het boek is een poging orde te ontdekken in wat op complexiteit lijkt zonder richting.

Andere auteurs beschreven al die wanorde en chaos. Dit boek biedt juist een constructieve visie. Is dat een bewuste keus?
Ja. Wat mij tegenstaat in sommige boeken over de samenleving is een onverschillige houding. Een berusting in het idee dat wanorde en chaos noodzakelijk zijn. Dat is volgens mij een onthoudbaar en onaantrekkelijk perspectief. Ik geloof er niet in en ben op zoek gegaan naar een ordening. Die denk ik te hebben gevonden in de metafoor van de improvisatie.

Het kernprincipe van improvisatie is afstemming. Op anderen, op de omgeving. Geslaagde improvisatie staat ook in een traditie. Free jazz bijvoorbeeld is onmogelijk als kunstvorm zonder te breken met traditie. Zo is het op z’n minst toch interessant als commentaar daarop.

Ik ben tot de overtuiging gekomen dat het begrip nog veel beter is dan ik dacht. Het belang van goede beheersing van je positie-rollenspel, en dus ook je kennis en vaardigheden. Iemand die op de piano speelt, moet niet op de trompet gaan toeteren. Improvisatie van iemand die zijn instrument niet goed beheerst, is niet om aan te horen.

Dynamiek in de samenleving kan ook goed betekenen dat men zich juist verzet.

Eén van de ordeningsprogramma’s die u omschrijft is dat rondom ‘actief burgerschap’. U concludeert dat zulke pogingen vaak teleurstelling opleveren en daarom heeft u het over ‘tegendemocratie’. Kunt u dat toelichten?
Het denken over participatie is vaak heel erg instrumenteel. Dat veronderstelt dat burgers zich als vanzelfsprekend voegen naar de doelen en de richting die door de overheid worden uitgezet. Dat is vaak niet zo, en misschien moet je dat helemaal niet zo zien. Dynamiek in de samenleving kan ook goed betekenen dat men zich juist verzet. De uitdaging is productieve vormen te vinden om de stem van het volk uiting te geven, zonder dat die instrumenteel wordt ingezet. Heb meer oog voor de dynamiek die er is onder de burgers zelf en probeer daar aansluiting bij te vinden.

Foto: Inicio

Hebben instituties nu een identiteitscrisis?
Enorm, ik zie veel geworstel in de praktijk. Het antwoord zit in het (her)ontdekken van je bestaansrecht. Wat is de kernfunctie van onze praktijk? Als je alles afpelt van wat in het onderwijs gaande is, dan is de kernfunctie overdracht: van kennis, vaardigheden, waarden, normen, levenservaring van de ene generatie op de andere. Daar kan je enigszins over twisten, maar dat is uiteindelijk min of meer de kern. Van daaruit kun je je rol bepalen in het samenspel met andere partijen.

Dat kan alleen zolang je primair je kernfunctie vervult. Corporaties lijken vaak een beetje de weg kwijt geraakt. Hun kernfunctie is iets als het bieden van betaalbare huisvesting in een leefbare woonomgeving. Van daaruit kan je redeneren wat je daar voor nodig hebt. Het zijn nu professionele vastgoedorganisaties geworden. Dan ben je kwijt waar je vandaan komt. Het is als met politieagenten die gaan voetballen met probleemjongeren of kantoortjes openen op scholen. Dat is de pianist die op de trompet gaat toeteren.

Het terugvallen op kernfuncties heeft toch een gevoel van conservatisme. Waar het boek voor sommige mensen mogelijk leest als ‘ga maar free jazz spelen’, zit er toch een bepaalde conservatieve trek in. Schoenmaker blijf bij je leest. Klopt dat?
Persoonlijk denk ik dat dit vanuit de notie van continuïteit om bepaalde organisaties overeind te houden, nodig is. Een andere metafoor die ik vaak gebruik, is die van het voetbalveld. Op het veiligheidsveld staat het strafrechtelijk systeem, justitie, in de goal. De hele samenleving staat naar de keeper te loeren om een veilige samenleving te garanderen. Dat is hetzelfde als naar een chirurg kijken om de samenleving gezond te maken. Idioot dus. Juist om voorin goed spel te spelen, op het niveau van sociale relaties tussen burgers, moet je van achteruit goed georganiseerd zijn. Je moet steeds analyseren waar de bal ligt en daar het arrangement maken. Om criminele jongeren aan te pakken moet je dus geen buurtbarbecue voor bewoners organiseren.

Hoe verhoudt dit boek zich tot de ruimtelijke ordening als ordeningsprogramma? Zijn er dingen die planologen kunnen leren van dit boek?
Het idee van de spontane stad spreekt me wel aan. Maar ik leg wel heel nadrukkelijk de relatie met structuur daarin. Dus de ordenaars moeten ruimte geven aan de spontaniteit, maar dat doen ze eigenlijk door de voorwaarden daarvoor te organiseren. Het faciliteren van die spontaniteit, daar zit een rol voor de ruimtelijke ordening. Helemaal vrijgeven, daar geloof ik niet in. Dat is die poging tot free jazz die niks wordt. Je vertegenwoordigt als professional een traditie die je niet zomaar weg moet gooien.

Biedt improvisatie voldoende houvast voor actie? Wat gaan we morgen anders doen?
Het boek lost niks op. Ik denk wel dat we een andere sociale voorstelling nodig hebben over hoe de samenleving in elkaar zit en functioneert. Op grond waarvan het perspectief verandert van wat je aan het doen bent. Wat ik vaak merk, is dat men zich door die complexiteit zonder richting ontzettend kan laten verlammen. Als je realiseert dat je eigenlijk heel goed in staat bent om je eigen improvisaties te maken, je eigen arrangementen te creëren zonder dat je verantwoordelijk bent voor de rest, en in het vertrouwen dat die rest zich op die zelfde manier ook organiseert,  krijg je een veel ontspannender beeld. Dat kan je veel energie geven en om te doen wat je kan, gegeven de scope van je mogelijkheden. Zonder dat je hoeft te wachten op de grote ideeën of de grote leider die je vertelt hoe het moet.

Hans Boutellier: ‘De improvisatiemaatschappij. Over de sociale ordening van een onbegrensde wereld’
Uitgeverij: Boom|Lemma uitgevers, Den Haag (2011) ISBN: 978 90 5931 625 6

Recensie: NRC Handelsblad

Sociale cohesie

Freek Liebrand

Over de auteur

Freek Liebrand is stadsgeograaf en zelfstandig adviseur.



Ook interessant:

Schipperen tussen grote opgaven en lokale oplossingen

Jeroen Niemans

De stad heeft altijd vernieuwing nodig

Anita Blom

De ambitieuze wijk van morgen

Chris ten Dam, Gerjan Streng, Maarten Hajer, Peter Pelzer en Thijs van Spaandonk