Stop de stoplap!

11 juni 2011  /  Vincent Kompier

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

“Elk rapport over herstructurering, elk nieuw bestemmingsplan en iedere toekomstvisie heeft het over ‘de inrichting van Nederland’ als was het een huiskamer” aldus de in Nederland wonende Duitse journaliste Annette Birschel in Do is der Bahnhof, Nederland door Duitse ogen. Dat heeft consequenties voor de manier waarop met de ruimtelijke ordening wordt omgegaan: als iets absoluut heiligs, noodzakelijks en onoverkomelijks. Met samengeknepen billen worden alle functies netjes verdeeld over stad en land. Iedereen is gelijk en heeft recht op alles. Met als doel dat iedere Nederlander zich keurig gedraagt binnen de regels van de ruimtelijke ordening. Maar dat gebeurt niet. De overheidsgestuurde, van bovenaf opgelegde ruimtelijke ordening loopt al jaren niet meer synchroon met de persoonlijke en geïndividualiseerde ordening. Het is helemaal niet de bedoeling dat U, wonend in Almere, in de auto stapt om aan te sluiten in de dagelijkse file naar Amsterdam om daar te gaan werken. Dat werken moet U in Almere doen!

Wie in Nederland om zich heenkijkt mag zich serieus afvragen of de omgeving die hij ziet dankzij of ondanks die ruimtelijke ordening is veroorzaakt. Ik noem de willekeurige branieparken langs vijfbaanssnelwegen, vol met kantorenkerkhoven. Voorheen prachtige zichtlocatie, weet U nog? Nu de beste garantie voor leegstand, want volstrekt monofunctioneel. Gebouwd in Nederland, dat zo trots is op zijn ruimtelijke ordening.

Daarom: nu het lente is wordt het tijd om huiskamer Nederland zorgvuldig uit te mesten. Deze staat vol ouwe troep en afgekloven clichés die bij het grofvuil kunnen. Daar is het huidige kabinet al mee begonnen, door de ministeries flink te husselen en veranderen. Dat heeft als flink wat stof doen opwaaien. Ook de rapportage ‘Luchtbellen en luchtkastelen in de ruimtelijke ordening: wie prikt ze door?’van de Universiteit van Amsterdam laat zie dat de ruimtelijke ordening in Nederland overvol zit met vooringenomen ideologische, niet gestaafde aannames en waar kritische noten uit den boze zijn.

Met een beetje lef is veel meer mogelijk. Een voorbeeld: bij een congres in 2010 waar de mogelijkheden van tijdelijkheid werden onderzocht was ik (net als de permanente staat van Tweede Kamerleden) GESCHOKT en VERBIJSTERD over de wettelijke mogelijkheden die er zijn om (tijdelijkheid) te gedogen. Weinig bestuurders hebben de ballen dat te proberen. Opvallend dat dit niet bekend is, nog opmerkelijker dat het niet veel meer gedaan wordt en ontluisterend dat bestuurders daar geen gebruik van maken. Men blijft steken in de discussie over het wel of niet afschaffen van regels. Maar: deal with it; die regels krijg je toch nooit weg, net als spinnen, luizen en huismijt. Die komen ieder jaar weer terug, kan je ook niet afschaffen, maar moeten doelgericht afgestoft worden en (tijdelijk) bestreden. Net als zevenkoppige draak.

In de wereld van het plannen en bouwen gebeurt op dit ogenblik heel veel dat onzeker en spannend is: leegstand, nieuwe vormen van werken, hoe om te gaan met tijdelijkheid, de vastgelopen woningmarkt, het energievraagstuk. Een aantal rotsvaste beginselen van de ruimtelijke ordening worden eindelijk eens ter discussie gesteld. De stoplappen die wij vakgenoten telkens weer naar voren halen als er iets te ruimtelijk ordenen valt werken niet meer. De hieronder beschreven stoplappen zijn vanaf nu uit den boze:

Sociale, etnische en economische menging is goed voor de samenhang in een buurt. Onderzoek wijst uit dat dit niet zo is. Een cliché vooral gebezigd door professionals die zelf in een totaal ontmengde buurt wonen. Kunstenaars versterken de sociale cohesie in achterstandsbuurten. Tot de kunstenaar de buurtbewoners tegen de gemeente opzetten. Dat is dan weer niet de bedoeling. Of het leidt tot ingekapselde overheidsgestuurde sociale prestatiedoelen gestuurde kunst. Vaak niet om aan te zien, met 0,0 artistieke waarde. Het ombouwen van kantoren tot woningen lost de woningnood op. Graag spreek ik met de eerste persoon die uit vrije wil op kantorenparken als Sloterdijk, Plaspoelpolder, Amstel 3 of Papendorp gaat wonen. Particulier opdrachtgeverschap trekt de vastgelopen woningmarkt vlot. Als dat de belangrijkste reden is om particulier opdrachtgeverschap te stimuleren: doe het dan niet. De hoofdreden moet zijn dat je vindt dat mensen het recht en de mogelijkheid moeten hebben hun eigen huis te bouwen. Laatste stoplap: snelheid is essentieel voor de ruimtelijke ordening. Niets is minder waar. De grootste fouten worden gemaakt doordat te snel wordt gepland, gebouwd, bewoond en weer gesloopt.

Deze stoplappen zijn taboe maar bieden de ideale voedingsbodem voor een avontuurlijk pretpark van de Nederlandse ruimtelijke Ordening van de 20e eeuw, het liefst ergens in een krimpgebied. Met een architectonisch verantwoorde Vinexwijk waar arm naast rijk en blank naast zwart woont, gelegen aan een natuurcompensatiegebied met aldaar uitgezette rugstreeppadden en damherten dat zorgt voor waardecreatie van de Vinexwijk en dat daar gunstig en goed bereikbaar ligt vanwege de daarnaast gelegen vijfbaans autosnelweg met spitsstrook die ongebruikt moet blijven om milieutechnische redenen met de autoweg die uitmondt in een orgie aan rotondes met aan de rand van de Vinexwijk een stripje waar mensen zelf hun huis mochten vormgeven en bouwen gevolgd door een rij tijdelijke containers waar kinderen van 6 tot 18 jaar hun schooljaren mogen doorbrengen.

Dus: niet klagen over het feit dat we door de crisis niet weten wat we moeten doen, maar gewoon helder en kritisch blijven nadenken. Voor diegene die denken dat de huidige crisis tijdelijk is en niet tot fundamentele veranderingen in de ruimtelijke ordening leiden: Ja hoor!

Sociale cohesieVerrommelingVinexWoningmarkt

Vincent Kompier Urbanoloog en publicist

Over de auteur

Vincent Kompier is urbanoloog en publicist en werkt vanuit zijn bureau textoer aan stedelijke vraagstukken



Ook interessant:

Maak bedrijventerreinen klaar voor de (circulaire) toekomst

Cees-Jan Pen

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

Publieke welvaart

Simon Franke en Wouter Veldhuis