En vanaf nu ontwerpen we zelf onze stad?!

10 april 2011  /  Wigger Verschoor

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

De rol van de ontwikkelaars is (voorlopig) uitgespeeld, de belegger brengt zijn geld liever naar het buitenland, de woningcorporatie trekt zich terug en de gemeente kan het (allang) niet meer alleen. De optelsom is duidelijk: Wij gaan onze stad zelf maken! Maar wij Nederlanders zouden geen Nederlanders zijn als we niet toch zouden proberen deze autarkische ontwikkelstrategie tastbaar te maken en te organiseren. Studievereniging VIA Stedebouw van de TU Eindhoven organiseerden op 28 februari op Strijp-S een bijeenkomst onder de curieuze, maar niet minder interessante vraag: How to plan the self made city?

Open-source stede(n)bouw
Achter deze kennisvraag gaat een niet minder interessante zorg schuil. Namelijk die van de legitimiteit van de hedendaagse stedebouwer. Want als we het allemaal zelf gaan doen hebben we geen door een opdrachtgever aangestuurde stedebouwkundige meer nodig, toch? Geen nieuwe vraag, want al ten tijde van de opkomst van de CIAM, een onderwerp van felle discussie. Waar mannen als van Eesteren en Le Corbusier zichzelf beschouwden als ‘meesters van het vak’ en geen inmenging duldden, waren er ook, zoals de Oostenrijker Otto Neurath, die veel meer uitgingen van een spontane participatieve stedelijke ontwikkeling met een hoog doe-het-zelf gehalte.

Detail van boekomslag: Otto Neurath - The Language of the Global Polis, NAI Uitgevers, Ontwerp: Joseph Plateau Grafisch Ontwerpers

Terug naar de hoofdvraag. Hoe kunnen we dit enigszins in goede banen leiden? Of kunnen we het inmiddels helemaal loslaten? Joris van Reusel van Import Export Architecture uit Antwerpen doet momenteel onderzoek naar de waarde van ‘ruimtelijke fragmentatie’, een in België bij gebrek aan sturing zelfontsproten fenomeen. Particulier initiatief zou daarbij wel eens het geheim kunnen zijn van een kwaliteitsvol stadslandschap. Mooi geformuleerd, maar je hoeft niet lang buiten de oude stadsmuren van een Belgische stad rond te lopen om de visuele zelfkant van de maatschappij te ontmoeten. Hoe exotisch we dat ook mogen vinden.

Maar, eerlijk is eerlijk, er zijn recente voorbeelden te vinden van juist ‘overontworpen’ wijken en buurten, waar elke vorm van menselijke onvoorspelbaarheid bij voorbaat de kop is ingedrukt. Als de waarheid dan ergens in het midden ligt, vind ik de uitspraak van Neurath wel een heel goed startpunt. To order disorder! That’s the question. Oftewel, wat is de (minimale) structuur die vrijheid en flexibiliteit nodig heeft om niet tot Belgische toestanden (grapje!) te leiden. Mijn persoonlijke favoriet in deze, heel voor de hand liggend, is de Barcelonese stadsuitbreiding van Ildefons Cerda. Een tijdloos ontwerp, dat niet aan zijn eigen succes ten onder gaat en verwordt tot een onaantastbaar museum, maar nog steeds 150 jaar later letterlijk en figuurlijk de ruimte biedt voor een continue meebewegen met de grillen en nukken van de moderne tijd. Cerda was echter meer van het type van Eesteren, wat dan toch de twijfel opwerpt over de vraag wie de tekenpen moet hanteren?

De grid van Barcelona (Bron: Google Earth)

What’s in it for us?
Maar eigenlijk gaat het om iets heel anders. Want hoe groot is de vraag om zelf te bouwen en ontwerpen überhaupt? Natuurlijk is het een prachtige ambitie om de burger zelf de kans te geven zijn woning en woonomgeving vorm te geven. Maar laten we eens kritisch zijn. Wil de burger dit wel? In zijn artikel ‘Het failliet van de woonconsument; leve de woonprosumer!’ , schetst Vincent Kompier een ontnuchterend beeld van deze zogenaamde actieve stadsburger: een product van de aanbodzijde, een kleipop gekneed door de markt. Zelf je huis bouwen, zo bewijst momenteel het Homeruskwartier in Almere, is een product dat zich steeds beter laat verkopen, maar en passant ook nog een keer opdraaien voor het volledige stedenbouwkundige ontwerp? Hoezo? En wat krijg je terug voor al die geïnvesteerde tijd en energie?

Klantspecifieke massaproductie
Natuurlijk zijn er al prachtige voorbeelden te noemen van wijkjes die met veel aandacht en liefde van A tot Z ontworpen zijn (en beheerd worden) door de bewoners. Neem de Kersentuin in Leidsche Rijn of de Buitenkans in Almere. Maar het proces in de Almeerse Stripheldenbuurt laat ook zien dat dit lang niet altijd vanzelf gaat. Pas nadat Ymere Flevoland het verkooprisico van de onverkochte woningen had overgenomen, kon de realisatiefase beginnen.

‘Self made’ hoeft wat dat betreft niet te zeggen dat de eindgebruiker per definitie zelf ontwerpt, bouwt (en beheert), maar het biedt ruimte aan (nieuwe) partijen om producten te ontwikkelen die passen bij de behoefte van de hedendaagse klant. Er zit nog veel ruimte tussen de traditionele aanbodgerichte woningbouw en het volledig zelf ontwerpen van de eigen leefomgeving. In dit grote tussengebied liggen tiental nichemarkten te wachten op aanbieders, die op basis van een robuust doch flexibel concept de klant in staat stellen dit vervolgens geheel naar de eigen hand te zetten. Zoals de Ipad of Iphone van Apple compleet is te customizen door de gebruiker en de 3D-printer ontwikkeld vanuit de FabLabs ons in staat stelt willekeurig welk voorwerp zelf te maken.

Op woningniveau zie je dit al ontstaan. Alex de Jongh die onder het motto ‘Samen bouwen, voordelig wonen’ potentiële buren bij elkaar brengt om samen een twee-onder-een-kap woning te bouwen met als USP dat er in principe minder grond nodig is en één van de muren kan worden gedeeld. Of de Stichting Urban Resort, die sinds 2006 goedkope ruimte voor de culturele en creatieve sector realiseert. Op 15 februari 2011 verworven zij als eerste broedplaatsontwikkelaar een stuk vastgoed in de vorm van ateliercomplex op De Heining in het Westelijk Havengebied in Amsterdam. Iedereen kan projectontwikkelaar worden!

En de stedenbouwkundige – we waren hem bijna vergeten – die wordt, werkend vanuit de vier principes van spontane stedenbouw, de conceptaanbieder en procesbegeleider van groepen individuen in de samenleving. Met als schone taak ervoor te zorgen dat het ideale plaatje strookt met het beeld van een gezonde en gewilde stad en niet leidt tot ‘disorder’. Het is wachten op de doorontwikkeling van wijken als Opeinde in Smallingerland!

AlmereBarcelonaEindhovenParticulier opdrachtgeverschapSmallingerlandutrecht

Wigger Verschoor bestuurskundige/planoloog

Over de auteur

Wigger Verschoor is bestuurskundige/planoloog en werkt vanuit creative agency Urban Jungle aan de her- en doorontwikkeling van de stad. Hij is ook mede-oprichter van ThuisBaas, het innovatieve advies- en ontwikkelbedrijf voor energieneutrale retrofit van bestaande woningen.



Ook interessant:

Radicale maar realistische ideeën voor een nieuw platteland

Anne Seghers

De ambitieuze wijk van morgen

Chris ten Dam, Gerjan Streng, Maarten Hajer, Peter Pelzer en Thijs van Spaandonk

Column: Tegenstellingen - de blinde vlek van het ruimtelijk beleid

Hans Peter Benschop