Stadshout

04 april 2011  /  Florian Eckardt

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Meubelmaker Crisow von Schulz verbaast zich al jaren over de verspilling van gerooide stadsbomen die in de versnipperaar verdwijnen. In Amsterdam alleen al is per jaar drieduizend  kuub bruikbaar hout te verspijkeren. Geen boom meer de stad uit!

Het begon volgens Crisow met de gerooide boom van zijn achterbuurvrouw: zij spoorde hem aan iets te doen met dat hout. Met een mobiele zagerij werd de boom gezaagd en zo konden de prachtige planken in de buurt blijven waar zij waren opgegroeid. Crisow werkte er keukenkastjes mee af, met fraaie grillig gezaagde planken als kastfronten, en tafelbladen. Sindsdien zijn er robuuste picknicktafels ontstaan en een publieke parkbank, van groen, dus ongedroogd hout.

Op de jaarlijkse buurtmarkt stond vorig jaar een mobiele zaaginrichting een dag lang lokaal verzamelde stammen te zagen. Inclusief het schilhout, de buitenste plank met bast, werden die tot meubels vertimmerd. In Utrecht bestaat een soortgelijk initiatief, ‘Tafelboom‘: van Utrechtse oude bomen gemaakte tafels die getuigen van de stadsgeschiedenis. Ook in Groningen en Den Haag zijn meubelmakers die meer willen maken van hun gewortelde stadsgenoten. Binnenkort gaat de Amsterdamse stichting Stadshout een piano bouwen, en misschien ook een boot. Verder wordt er gewerkt aan een schooltuincomplex met stadshout.

Keukenkastjes van stadshout

Arianne van Rijn, communicatie- en organisatieadviseur voor Stichting Stadshout: “Stadsbomen zijn hier nooit consequent gebruikt. Pas in de jaren ‘30 werden zij in grote aantallen aangeplant. Tijdens de Hongerwinter werden veel straatbomen gekapt, alleen de parken werden toen bewaakt. De bomen daar hebben nu een respectabele leeftijd bereikt”. Von Schulz vult aan: “en het zijn ondanks hun stadse leven gezonde bomen, die vaak weinig last hebben gehad van de wind. En een zieke boom betekent nog geen ziek hout. De bekende iepenziekte bijvoorbeeld tastte de schors aan maar niet het hout.”

Door de realiteit van schaalvergroting in de houtindustrie en relatief goedkope brandstoffen hebben stadsbomen desondanks weinig economische waarde. Je zou er een lokale zagerij en drogerij voor moeten hebben. Vroeger had je ook plaatselijke zaagmolens, nu staan die bij productiebossen. Daar komt bij dat Nederland een focus op tropische houtsoorten heeft, sinds de mahonie import van de zeventiende eeuw. Hier zijn iepen, essen, populieren, abeelen, wilgen en verder de esdoorn goed verkrijgbaar, vooral bij de fijnhouthandel, en op de jaarlijkse rondhoutveiling in Arnhem, aan het eind van het kapseizoen. En met moderne veredelingstechnieken zijn dat hele bruikbare houtsoorten geworden.

Hoe conserveer je een boom? Het begint idealiter met onderdompelen in water waardoor de voor insecten aantrekkelijke houtsuikers uitgespoeld worden. Vervolgens kan het hout worden gezaagd, gedroogd en verduurzaamd, waarvoor moderne methodes als thermische modificatie bestaan. Voor dat drogen, een proces van al gauw een jaar, zoekt Stichting Stadshout geschikte plekken in de stad, stadsdrogerijen. Die zouden onder bruggen kunnen komen, een idee waar de brandweer niet enthousiast over is, of bij een stadsdeelwerf. Of beter nog, op plekken waar het hout gezien mag worden zoals in het park. Verder denkend zijn de Houthavens de ideale plek om het hout thermisch te modificeren. Niet door de naam, maar vanwege de vierhonderd graden afvalwarmte van het energiebedrijf daar. Dat zou een enorme CO2 uitstootreductie opleveren in vergelijking met conventioneel drogen.

In Utrecht kun je als timmerman terecht bij een centraal punt voor het gerooide stadshout, dat niet verhandeld mag worden maar wel verwerkt. Een logische gedachte: waarom zouden stadsboswachters die hout nodig hebben dat bij een bouwmarkt halen, uit een productiebos in Scandinavië? In Amsterdam gaan daar zeven (voorheen veertien) stadsdelen over. Crisow: “In Buitenveldert zijn de bomen nauwkeurig omschreven, er is sprake van een ‘bomentaal’ die past bij de architectuur. Maar in Zuidoost is de omschrijving veel vager. Daar wordt op een kapvergunning alleen het aantal bomen vermeld.”

Stadshout kan grote partijen hout leveren voor duurzame bouw. Daarbij kun je denken aan toepassingen als gevelbekleding, vloeren en interieurbouw. Dit jaar gaat het bij Stadshout om minimaal driehonderd kuub. De stichting streeft ernaar dat de gemeente een grote afnemer wordt van het hout. Arianne van Rijn hierover: “Nu de stad Amsterdam streeft naar een voorhoede positie als het gaat om duurzaamheid, sluit Stadshout hier naadloos bij aan.” Ook Crisow zelf is overtuigd van zijn missie: “met het hout van de groene juwelen uit de stad kunnen ongelooflijk veel mooie dingen gedaan worden, die goed zijn voor het ecosysteem, voor de lokale economie en voor het welzijn van de stad. Zelfs bij de aanplant zou men daar al rekening mee kunnen houden. Als Amsterdam de groenste stad van Europa wil worden in 2015, mag verantwoord gebruik van stadshout zeker niet ontbreken”.

Foto boven: Crisow op het Nazomerfestival

AmsterdamCreatieve stadDen HaagGroningen

Florian Eckardt Architect

Over de auteur

Florian Eckardt heeft samen met Elizabeth Nurre een architectenburo in Amsterdam gespecialiseerd in particuliere woningbouw.



Ook interessant:

Het platteland verandert sneller dan de stad

Anne Seghers

Radicale maar realistische ideeën voor een nieuw platteland

Anne Seghers

Werklandschappen als speeltuin van de toekomst

Ana Luisa Moura