De macht aan de provincie?

27 februari 2011  /  Judith Lekkerkerker

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Het kabinet vindt dat de provincie zich moet beperken tot haar kerntaken en wil toezicht en regie in de ruimtelijke ordening en volkshuisvesting overlaten aan de provincie. Met de verkiezingen voor de deur gaat ons hart als ruimtelijke ordenaars harder kloppen: deze verkiezingen gaan over ons vakgebied. Valt dat even tegen; het publieke debat gaat vooral over hoofddoekjes en onderwijs. Om toch meer te weten over de ideeën van de verschillende partijen over de rol van de provincie in de ruimtelijke ordening, ging RUIMTEVOLK in gesprek met lijsttrekkers van de belangrijkste partijen.

Dat de provincie terug moet naar haar kerntaken en dat en ruimtelijke ordening er daar een van is, daar zijn de zeven gesproken lijsttrekkers het van harte mee eens. Maar als het gaat om het overlaten van regie en toezicht op de ruimtelijke ordening aan de provincies zijn er wel duidelijke accentverschillen te zien. Niet iedereen is erg enthousiast over wat Den Haag de laatste jaren heeft verricht op dit gebied. Vooral op de rechterflank is de algemene opvatting dat er zo goed als geen rol meer is voor het Rijk. Initiatieven als de snelwegpanorama’s zijn volgens Floor Vermeulen van de VVD in Zuid-Holland, ‘hobby’s’ van oud-VROM minister Cramer. “Het Rijk moet zich daar verre van houden en zich beperken tot activiteiten als de aanleg van 380 kV verbindingen.” Theo Rietkerk (CDA, Overijssel) is ook van mening dat het Rijk zich niet moet bemoeien met beleid op het gebied van wonen, bedrijven, kantoren of verstedelijking. “Laat het Rijk zich bezig houden met kustverdediging”, zegt hij. Wel ziet hij een rol voor het Rijk als het gaat om het bepalen van de kennisagenda en kennisontwikkeling.

Links wenst juist meer Rijksinvloed. Zo vindt de SP in Brabant dat het Rijk op nationaal niveau moet blijven sturen op economische ontwikkeling. Hierbij moet niet alle aandacht uitgaan naar het verder ontwikkelen van de top-kenniseconomie, maar moet juist werkgelegenheid worden gestimuleerd in gebieden waar dat nodig is; in provincies als Limburg, Zeeland, Groningen en Friesland. De PvdA in Groningen ziet met name een rol voor het Rijk bij schoksgewijze ontwikkelingen die qua schaal en complexiteit de provincie te boven gaan, zoals krimp. “Van der Laan nam in deze opgave een actieve rol op zich,” zegt lijsttrekker William Moorlag, maar ik vrees dat het nieuwe kabinet zich op dit onderwerp terugtrekt. Terwijl het Rijk de provincie met financiële middelen en beleid zou moeten bijstaan.” Groen Links in Noord-Holland ziet bij monde van Titia van Leeuwen een blijvende rol voor het Rijk in het opstellen van de Rijksstructuurvisie (voorheen planologische kernbeslissingen) en op het gebied van de hoofdinfrastructuur voor personen, producten en energie. “Met name voor de noodzakelijke groei van de duurzame energieproductie is een toegesneden en intelligent landelijk en Europees net nodig.”

Eenzaam in het midden ziet lijsttrekker van D66 Utrecht, Ralph de Vries, graag dat het Rijk de provincie faciliteert in het uitvoeren van hun rol door het afschaffen van de WGR+ regio’s en door te blijven investeren in fondsen als het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV-gelden), en het fonds van het programma ‘Recreatie om de Stad’.

De provincie moet zich verre houden van het opstellen van aantallen te bouwen woningen en percentages verdichting

Het is nog maar de vraag of de provincie klaar is voor de nieuwe rol, die het Rijk voor de provincie ziet weggelegd. Onlangs concludeerden de provinciale rekenkamers dat de provincies gebrekkig functioneren en dat de politieke controle vaak ver onder de maat is. Daarnaast worstelen provincies nog altijd met gemeenten ‘die een te grote broek aan trekken’ en is de provincie vaak niet opgewassen tegen de macht van de grote steden.

Regisseur
Verschillende opvattingen over de invulling van de rol van de provincie worden mooi geïllustreerd door opvattingen over het ‘rode contourenbeleid’ dat provincies voeren. De rode contouren geven aan binnen welk gebied ontwikkeld kan worden. De VVD in Zuid-Holland is daar groot tegenstander van. “De provincie moet veel ruimte laten aan gemeenten en zich verre houden van het opstellen van aantallen te bouwen woningen en percentages verdichting“, aldus lijsttrekker Vermeulen. “Zo wordt veel meer ruimte gegeven aan gemeenten om zelf te beslissen waar wat gebouwd wordt.” Een verbod op nieuwe bedrijventerreinen vindt hij niet verstandig. “Juist in tijden van economische crisis moet je als overheid ruim baan geven aan economische ontwikkeling en geen beperkende maatregelen nemen.” En wat moet er dan gebeuren met de kantorenleegstand dan? ”Daar moet de overheid de markt zijn beloop laten gaan. Vastgoed moet gewoon afgeboekt worden. Wel kan de provincie ervoor zorgen dat er niet te veel kantoren worden bijgebouwd.”

De provincie is een gebiedsregisseur die continu overlegt met gemeentes

D66 Utrecht is blij met het rode contourenbeleid, maar geeft aan dat je er wel flexibel mee kan omspringen: “Op sommige plekken kan maatwerk met gemeenten worden gerealiseerd, zolang dit maar geen aantasting van natuur en landschap inhoudt. Het gaat D66 altijd om een win-win situatie voor rood en groen.” betoogt lijsttrekker De Vries. “In de ogen van D66 is de provincie een gebiedsregisseur die continu overlegt met gemeentes. In sommige gevallen kan de provincie een actieve rol spelen, bijvoorbeeld als het gaat om wat te doen met leegstaande kantoren en verouderde bedrijventerreinen.” Via de in oprichting zijnde Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht NV kan de provincie hierin investeren als de markt niet langer beweegt.

CDA-er Rietkerk noemt het rode contourenbeleid daarentegen ‘Pronkiaans’: ‘’Het werkt niet”. Wat is zijn voorstel dan? “Laat de provincie een structuurvisie opstellen waarin de provinciale belangen worden beschreven. Aanvullend daarop maakt de provincie prestatieafspraken met de gemeenten op het gebied van woningbouw, bedrijventerreinen en herstructurering. Waar de woningen precies terechtkomen is aan de gemeenten zelf.” Zijn partij wil verder de infrastructuur tussen steden versterken en deze infrastructuuropgaven oppakken als gebiedsontwikkelingsprogramma’s. “Goede voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van het centraal station Twente, Airport Twente  en de A1 zone. Op deze manier kunnen investeringen gebundeld worden, komt gebiedsontwikkeling dichterbij en wordt ook een bijdrage aan ruimtelijke kwaliteit geleverd.”

In Groningen is de PvdA van mening dat robuuste sturing vereist is als het gaat om de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerreinen en natuur. Tot op kavelniveau zijn in Groningen de rode contouren vastgelegd. Maar het beleid gaat verder dan ‘gebieden’ en ‘verbieden‘, over de contouren kan gesproken worden, vertelt lijsttrekker Moorlag. De PvdA is blij met de samenwerking in de regio Groningen-Assen tussen twee provincies en twaalf gemeenten (red: anders dan de WGR+ gebieden een vrijwillige samenwerking zonder apart bestuursorgaan). “Wij zijn groot voorstander van regionale afspraken op het gebied van programmering (wonen en bedrijvigheid), groen, mobiliteit en grondprijzen.”

Grondbeleid
Grondprijzen komen ook ter sprake in het gesprek met SP Brabant. De SP ziet de provincie als beschermer op het gebied van ruimtelijke ordening. Lijsttrekker Heijmans: “Grondprijsbeleid zou goed op provinciaal niveau gecoördineerd kunnen worden om competitie tussen gemeenten te voorkomen.” De SP wil verder een moratorium op nieuwe bedrijventerreinen. “Pas als er behoefte is en bestaande bedrijventerreinen zijn geherstructureerd kan er weer gesproken worden over nieuwe bedrijventerreinen.”

Grondprijsbeleid zou goed op provinciaal niveau gecoördineerd kunnen worden om competitie tussen gemeenten te voorkomen.

Als het gaat om nieuwbouw vindt Groen Links Noord-Holland dat woningbouw meer afgestemd moet worden op de vraag en vooral binnenstedelijk (en binnen dorpen) gerealiseerd moet worden. “De provincie zou veel gerichter kantorenleegstand moeten tegengaan en bedrijventerreinen duurzaam herstructureren”, vindt Van Leeuwen “Daarnaast zou ze een rol moeten spelen in het zoeken naar locaties voor (groene) energieproductie. De provincie kan dit, veel beter dan het Rijk, als ruimtelijke opgave oppakken.” De lijsttrekker oppert de mogelijkheid dat op provinciaal niveau bepaalde taken gecentraliseerd zouden kunnen worden zoals de uitvoering van het vergunningen- en handhavingsbeleid op het gebied van milieu, ruimte en bouw. “Veel kleinere gemeenten hebben te weinig capaciteit en expertise voor goede vergunningverlening- en handhaving, door bundeling kan dit wel bereikt worden.”

Wat voor rol dan ook, de provincie wordt een belangrijker speler in de wereld van ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en economische ontwikkeling. Maar krijgt de provincie hiermee ook meer bestaansrecht? Friso de Zeeuw waarschuwde onlangs in het Financieele Dagblad dat tornen aan het Huis van Thorbecke met zijn drie bestuurslagen ‘bezigheidstherapie voor gevorderden’ is. Voor meer bestaansrecht zouden provincies volgens De Zeeuw behendig moeten sturen in combinatie met katholiek netwerken op zijn Brabants. Leuk gezegd, maar wie gaat dit de provincies leren?

Gesproken is met lijsttrekkers van VVD, CDA, PvdA, SP, D66 en Groen Links in respectievelijk de provincies Zuid-Holland, Overijssel, Groningen, Noord-Brabant, Utrecht en Noord-Holland. De PVV was ook benaderd voor reactie, maar er kwam geen antwoord uit de provincie Limburg.

Jeroen Niemans heeft een grote bijdrage geleverd aan de totstandkoming van dit artikel.

InfrastructuurPlattelandWoningmarkt

Judith Lekkerkerker

Over de auteur

Judith is adviseur, onderzoeker en schrijver op het gebied van stedelijke en regionale ontwikkeling.



Ook interessant:

De ontluikende kracht van middelgroot

Anne Seghers

Sociaaleconomisch beleid: wat kunnen provincies en gemeenten doen?

Maarten Allers

Grenzen verleggen in Oosterwold

Judith Lekkerkerker