Op zoek naar de Nieuwe Ruimtelijke Ordening

18 januari 2011  /  Jeroen Niemans

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Ruimtelijke ordenaars kijken graag vooruit. De blik is gericht op de toekomst. Maar die toekomst is onzekerder dan ooit. Ondertussen staan we stil en kijken verdwaasd om ons heen. Zou het niet mooi zijn als we een wenkend perspectief kunnen bieden? Goede voorbeelden verzamelen die ons de weg wijzen. Maar waar vinden we die projecten die ons een inkijkje geven in de nieuwe praktijk?

De crisis, kunt u het woord nog horen?  Tweeënhalf jaar na de val van de Lehman Brothers regeert de crisis nog steeds in de RO wereld. De eerste reactie op de crisis was: stilzitten en wachten tot het over gaat. Inmiddels is het besef doorgedrongen dat het niet meer zal worden als voor de crisis. We willen wel verder maar weten niet hoe dat nu moet, ruimtelijke ordening na de crisis.

In het NRC van 5 november stelt Peter van Rooy dat het afblazen van het Wieringerrandmeer later een keerpunt in de ruimtelijke ordening zal blijken. Fred Schoorl twittert in reactie daarop dat hij het oneens is met Van Rooy en dat we dat keerpunt al eerder hebben hebben bereikt. Het maakt niet eens zo veel uit of wanneer we exact een keerpunt hebben bereikt. Maar stel dát we een keerpunt in de ruimtelijke ordening hebben bereikt, welke kant moeten we dan nu op? Die zoektocht is moeizaam.

Misschien staren we bij deze zoektocht wel te veel naar onze eigen navel. Tijdens de afgelopen maanden kwamen ruimtelijke ordenaars regelmatig in groten getalen bij elkaar om die nieuwe weg te duiden. Op 13 oktober was op INADEC de centrale vraag hoe we van woorden naar daden komen in een nieuwe markt met nieuwe middelen. Tijdens dit internationale gebeidsontwikkelingscongres sprak topambtenaar Chris Kuijpers van het kersverse ministerie van I&M dat ‘pappen en nathouden geen perspectief meer beidt voor herstel’. Organisator Jan-Willem Wesselink schrijft in het verslag van het congres dat ‘de waarom-vraag gelukkig weer volop werd gesteld.’ Herbezinning is wel goed, maar antwoorden en alternatieven komen tijdens de dag niet echt uit de verf. ‘Waarom-vragen horen bij de crisis’ volgens Wesselink, maar zonder antwoorden komen we geen helaas stap vooruit.

Een dag later stond het BNSP-congres in het teken van Stedebouw Na de Crises. Kernwoorden waren ontplanning en veranderkunde. Ook hier hoorde je vaak: het moet anders. Maar hoe dan?  Een maand later stond tijdens de Nirov Dag van de Ruimte de zoektocht naar Nieuwe Idealen centraal. Ook hier weer de vraag: hoe verder? Geurt van Randeraat kwam een heel eind met zijn inspirerende verhaal, en kwam zelfs met een concreet voorbeeld van de nieuwe manier van ruimtelijke plannenmakerij: De RDM-campus in Rotterdam. Maar is dat de icoon die iedereen zal laten inzien dat het anders kan en moet?

Waar vinden we de goede voorbeeldprojecten? Natuurlijk is de lange looptijd van ruimtelijke projecten hier een bottle-neck. Alles wat we nu aan het bouwen zijn is minimaal 5-6 jaar geleden bedacht. En dat loopt nu allemaal vast omdat de wereld is veranderd. Of zoals Van Randeraat het stelt: ‘ze zijn gebaseerd op een oud paradigma’  We zijn nog onvoldoende in staat om onszelf weer vlot te trekken. Van Randeraat zegt ook dat ‘in tijden van verandering nieuwe ideeën nodig zijn om een nieuw gedeeld verlangen te creëren.’

Een oproep dus voor nieuwe ideeën. Maar expliciet geen oproep tot revolutie. Ook Friso de Zeeuw stelt in zijn column op www.gebiedsontwikkeling.nu dat de revolutie niet komt. ‘Geen revolutie, wel een gezonde, ontnuchterende wind,’ dat is wat we volgens De Zeeuw nodig hebben.  Ik hou me vast aan de gedachte dat  overal dezelfde bouwstenen voorbij komen van de ruimtelijke ordening van de toekomst. Overal hoor je dezelfde termen voorbijkomen. De Zeeuw, Van Randeraat, maar bijvoorbeeld ook Hugo Primus sprak tijdens zijn bijdrage op de Dag van de Ruimte over flexibiliteit, kleinschaligheid, bottum up, zelforganisatie, organische ontwikkeling en tijdelijkheid. Stuk voor stuk geen nieuwe begrippen, geen revolutionaire nieuwe aanpak maar voortbouwen op bestaande begrippen.  Zijn dit, vrij na Het Nieuwe Werken, de contouren van de Nieuwe Ruimtelijke Ordening?

Zoals hierboven al geconstateerd smachten we naar aansprekende en succesvolle voorbeeldprojecten die bovenstaande elementen verenigen en zo kunnen dienen als iconen voor de Nieuwe Ruimtelijke Ordening. Wellicht kunnen we die hier op RUIMTEVOLK verzamelen. De levendige discussie over slow urbanism in ZaanIJ kan de eerste in de rij zijn. Ik kan echter niet een-twee-drie een rijtje opnoemen, maar geheel passend in het tijdsbeeld is dat ook niet zo erg. Op twitter vang je dan de vraag in 140 tekens en gebruik je de populaire hashtag #durftevragen. Dus; @jhlhniemans; wie helpt bij de zoektocht naar de iconen vd nieuwe ruimtelijke ordening? #durftevragen

Foto boven: Pim Geerts (www.beeldopbouw.com)

crisisI&M

Jeroen Niemans

Over de auteur

Jeroen Niemans is adviseur bij Hiemstra en De Vries.



Ook interessant:

Verdichting vraagt om verrijkende participatie

Karin de Nijs, Marie Morel, Sandra Bos en Stan Majoor

Nieuw perspectief voor Parkstad

Anne Seghers en Kris Oosting

Schipperen tussen grote opgaven en lokale oplossingen

Jeroen Niemans