Forensendorp aan zee onderzoekt identiteit

29 december 2010  /  Floor Tinga

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

CityCamp Castricum stond garant voor een prettige ontregeling in het Noord-Hollandse forensendorp aan zee. Nu de tenten weer zijn opgeruimd, rijst de vraag welke lessen er te trekken zijn voor de toekomst.

CityCamp Castricum was niet zomaar een kunstproject, maar had als kunstenaar Sabrina Lindemann had de opdracht van de Noord-Holland Biennale om de identiteit van de kustplaats te onderzoeken. Lindemann voerde haar onderzoek uit in het kader van de beeldende kunstmanifestatie Noord-Holland Biënnale 2010 samen met de architecten van DUS en de grafisch vormgevers van Studio DUEL.

Lindemann legde hiervoor contacten met verschillende mensen uit het dorp, zoals jongerenwerkers, de wijkagent, ondernemers en bewoners. Uit het onderzoek kwam al snel naar voren dat ‘er zoveel meer kan’ in Castricum. Het dorp werd over het algemeen ervaren als stil. De activiteit concentreerde zich voornamelijk rond de twee grote campings in de gemeente: Geversduin en Bakkum. De twee werelden van de ‘levendige campings’ en het ‘saaie dorp’ kwamen nauwelijks met elkaar in aanraking. Voor Lindemann en haar team was de uitdaging om te kijken of de kwaliteiten van de camping waren te verenigen met het dorpsleven.

Het showerhouse van DUS Architects (Foto: DUS Architecten)

CityCamp was in de eerste plaats vooral een experiment waarin de grenzen van gastvrijheid werden opgezocht. Om de dynamiek van de camping naar het dorp te krijgen, werd bedacht om het openbare groen en de privétuinen te gebruiken als kampeerlocaties. Hierdoor werd de gastvrijheid van de gemeente en haar inwoners op de proef gesteld. Afgezien van de centrale coördinatie vanuit het CityCamp team, werd het project geheel door de bewoners van Castricum zelf gedragen. De bewoners uit het dorp werd gevraagd om zelf faciliteiten zoals een douche, toilet, en een kopje koffie aan te bieden. Daarmee was CityCamp alles behalve een doorsnee camping. Door de aanwezigheid van gasten, werden bewoners verleid hun grenzen te verkennen. Kampeerders kregen spontaan kopjes koffie aangeboden, kinderen speelden met luchtkussens en pubers uitten op dronkemansavonden hun baldadigheid uit op het douchegebouw.

Het project veroorzaakte niet alleen een ander perspectief op de openbare ruimte, maar ook op het zelforganiserend vermogen van de inwoners. Bewoners ontplooiden allerlei nieuwe initiatieven in de periode dat het dorp was omgetoverd tot een gastvrije zone. Bewoonster Judith organiseerde mozaïekworkshops, Corry schotelde zelfgemaakte soep voor, cultureel poppodium De Bakkerij hield bingoavonden en diverse dorpsgenoten gaven rondleidingen door Castricum en omgeving. Hoewel het experiment slechts tien dagen duurde, ontstond in die korte tijd een grote verbondenheid tussen de betrokken dorpsbewoners.

Om erachter te komen wat de resultaten van CityCamp Castricum kunnen betekenen voor de toekomst, vond 15 september een gesprek plaats in De Bakkerij met de burgemeester, wethouder cultuur, betrokken medewerkers, bewoners en ondernemers. Ook waren er voor de gelegenheid experts* van verschillende disciplines uitgenodigd om tijdens het gesprek op te treden als adviseur. Tijdens het gesprek stonden de ervaringen van CityCamp centraal en werd een visie op de toekomst geformuleerd.

Bijeenkomst over de resultaten van CityCamp Castricum (Foto: Floor Tinga)

Ontregeling
Om tijdens de bijeenkomst een juiste definitie te hanteren van de term gastvrijheid lichtte hospitality expert Alexander Grit eerst toe wat het begrip precies inhoudt. In een situatie van gastvrijheid is er sprake van interactie en wordt het leven van de gastheer in hoge mate ontregeld. Dit in tegenstelling tot gastvriendelijkheid, waarin de ontregeling doorgaans niet verder gaat dan het uitwisselen van ervaringen onder het genot van een kopje thee. De interactie verloopt hierbij vooral volgens de bestaande beleefdheidsregels.

Dat Castricum flink ontregeld werd tijdens CityCamp, werd unaniem onderschreven. De blauwe douchecabines, luchtbedden en tenten die de openbare groenstroken zo plotseling bevolkten, brachten een hoop reuring in het dorp teweeg. De ruimtes waar bewoners anders straal aan voorbij waren gegaan, kwamen met dit project in een geheel ander daglicht te staan.

Toch is niet alleen de fysieke ruimte, maar ook de sociale omgeving door dit project veranderd. Vooral de ontmoetingen die tussen de dorpsbewoners onderling ontstonden, noemde de burgemeester zeer waardevol. Veel mensen kwamen door het project letterlijk in beweging. Iets wat de gemeente zelf niet zomaar voor elkaar kan krijgen.

Zo besloot Corry naar aanleiding van CityCamp de knoop door te hakken om haar eigen mobiele soepbedrijfje te beginnen. Wellicht was ze hier zonder het project ook toe gekomen, maar de positieve ervaring heeft haar beslissing hierin zeker doen versnellen. Ook zijn er bijzondere vriendschappen ontstaan tussen bewoners die elkaar daarvoor nog niet eens gedag zeiden.

Het showerhouse van DUS Architects (Foto: Jorinde Reijnierse)

Alibi
Volgens de antropoloog Leeke Reinders is door CityCamp gebleken dat er onderhuids veel meer leven in Castricum aanwezig is dan vooraf zichtbaar was. Om die reden zou de gemeente de latente netwerken in de toekomst dienen te faciliteren. De socioloog Ton van der Pennen vult aan dat er net zo goed een ander project had kunnen zijn dat Castricum tijdelijk ontregelde. Het kamperen diende in dit geval slechts als een alibi. Het kader dat Sabrina Lindemann en haar team met CityCamp aanreikte, gaf de bewoners net dát zetje om activiteiten te ontplooien en met elkaar in contact te komen. Zo gaan twee bewoners die elkaar via CityCamp hebben leren kennen, al samen op vakantie. De waarde die het project met zich meebrengt, gaat dus veel verder dan die energieke tien dagen alleen.

Een ander wezenlijk element dat werd opgemerkt was het feit dat CityCamp geïnitieerd is door buitenstaanders. Juist door hun onafhankelijke en belangenloze positie, wist het team van CityCamp de bewoners zo goed met elkaar samen te brengen. Ook het feit dat er gasten van buiten de gemeente op bezoek kwamen, is bepalend geweest volgens kunsthistorica Iris Dik. De gasten zijn immers noodzakelijk geweest voor de bewoners om zich aan elkaar te tonen. Een van de bezoekers ontmoette tijdens CityCamp zoveel leuke mensen, dat ze er die nacht in de tent amper van kon slapen.

De historicus Steven van Schuppen legt een relatie met het toerisme van de negentiende eeuw. In die tijd stond reizen nog voor een culturele uitwisseling. Tegenwoordig wordt de toerist meer gezien als een wandelende portemonnee en vind er slechts een financiële uitwisseling plaats. CityCamp brengt de kleinschalige culturele uitwisseling weer terug in het vizier. In het geval van CityCamp is het een belangenloze interactie die gericht is op het ontmoeten van elkaar. Nederland is volgens Van Schuppen die vormen van spontaan toerisme kwijtgeraakt.

Om projecten als CityCamp Castricum te kunnen faciliteren is er een gemeente nodig die gelooft in het geven van ruimte voor experiment. Vanuit de gemeente Castricum kreeg het team van CityCamp het volledige vertrouwen, zonder dat de gemeente zich nog een voorstelling kon maken van de uitkomst. Om CityCamp mogelijk te maken, zijn daarnaast de gebruikelijke regels rondom vergunningen sterk versoepeld. Zonder een flexibele houding vanuit de gemeente was de uitvoering een stuk lastiger geweest.

Kamperen in een privétuin (Foto: Floor Tinga)

Herhaling
Een vraag die ook aan de orde kwam, was of het kampeerexperiment herhaald moest worden, of slechts als uitgangspunt zou dienen voor de introductie van nieuwe projecten. Onder de bewoners klonk meerdere malen de roep dat ze CityCamp en Sabrina Lindemann terugwillen. Het gevaar is echter dat het voorspelbaar wordt. De gemeente zou er daarom goed aan doen om bijvoorbeeld jaarlijks een nieuwe kunstenaar als artist in residence de kans te geven om Castricum te komen ontregelen. Van belang is dan wel dat deze persoon een onafhankelijke positie bekleedt, om zo belangenverstrengeling te voorkomen. Daarnaast is gefantaseerd over de mogelijkheden die bewoners zelf kunnen ontplooien om verder met elkaar in contact te komen. Het is immers gebleken dat het kader wat CityCamp bood, een goed alibi is voor de bewoners om elkaar te ontmoeten. Een centrale ruimte in het dorp, zoals de CityCamp receptie aan de Burgemeester Mooijstraat, zou een dergelijke functie kunnen vervullen.

Aan het slot van de bijeenkomst werd geconcludeerd dat CityCamp Castricum een beweging op gang heeft gebracht, die als een steen in het water steeds grotere kringen maakt. In een kort tijdsbestek zijn veel verborgen kwaliteiten van het dorp en haar bewoners aan het licht gekomen. Nu zijn de gemeente en dorpsbewoners zelf aan zet om deze potentie verder te vergroten. CityCamp Castricum heeft in elk geval aangetoond dat het forensendorp aan zee nog lang niet is ingedut.

Foto boven: Kamperen in een privétuin (foto: Floor Tinga)

* De experts waren: Iris Dik, kunsthistorica, adviseur kunstopdrachten woningcorporatie Stadgenoot en adviseur beeld Amsterdam Koers Nieuw West. Alexander Grit, hospitality expert. Ton van der Pennen, socioloog en senior onderzoeker Onderzoeksinstituut OTB. Leeke Reinders, antropoloog en senior onderzoeker Onderzoeksinstituut OTB. Steven van Schuppen, historicus en onderzoeker bureau Lopende Zaken.

Castricum

Floor Tinga Freelance cultuurjournalist en kunstcriticus

Over de auteur

Floor Tinga is freelance cultuurjournalist en kunstcriticus. Daarnaast is zij werkzaam als adviseur en projectleider voor kunstopdrachten in de openbare ruimte.



Ook interessant:

Nieuw Zicht op Leiden

Daphne Koenders

NOVI: Een hoopvol perspectief?

Peter Paul Witsen

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans