Er kan er maar een de winnaar zijn

19 december 2010  /  Simone Pekelsma

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Zes Nederlandse steden zijn hard bezig een overtuigende kandidatuur neer te zetten voor de befaamde titel van ‘Culturele Hoofdstad van Europa’. In 2013 mag slechts één stad worden voorgedragen. Vijf zullen er verliezen. Toch zijn alle steden van mening dat de investeringen de moeite waard zijn. Met of zonder titel. Zou het dan niet efficiënter zijn om zonder al die poespas te investeren in deze beleidsterreinen? Wordt een stad er nu echter beter en mooier van als zij Culturele Hoofdstad is geweest?

2018 lijkt misschien ver weg, maar Utrecht is al uitgebreid bezig haar bevolking klaar te stomen voor het gewenste Culturele Hoofdstadjaar (foto: indigo_jones)

Grootse plannen en hoge verwachtingen
Op het moment hebben zes Nederlandse steden aangegeven Culturele Hoofdstad van Europa te willen worden: Brabantstad, Almere, Den Haag, Maastricht, Utrecht en Friesland. Een bonte verzameling van zeer verschillende steden en regio’s. Ondanks het feit dat ze nog ruim twee jaar de tijd hebben om hun kandidatuur af te ronden, hebben de meeste steden al een redelijk duidelijk beeld van hoe hun culturele jaar er uit zou moeten komen te zien. Een rondgang langs de Culturele Hoofdstad projectgroepen en websites laat een divers beeld zien. Zo wil Brabantstad bijvoorbeeld ‘de kunst van het samenleven’ vieren, waarbij aandacht wordt besteed aan economie, cultuur en welzijn. Almere – een bijzondere kandidatuur omdat deze wordt getrokken door een burgerinitiatief en niet (meer) door het college – wil door middel van het Culturele Hoofdstad project een ‘complete’ new town worden en haar underdog positie wegwerken. De plannen in Den Haag richten zich met name op cultuurparticipatie en het versterken van de culturele infrastructuur, terwijl Maastricht het plan heeft om de gehele Euregio bij het project te betrekken en zo een impuls aan de dynamiek in het gebied te geven. Ook Utrecht heeft internationale ambities en hoopt de stad en regio op de mondiale kaart te zetten. Friesland ten slotte geeft aan zich vooral op cultuur en zijn lokale inwoners te willen focussen.

De plannen die de steden hebben verschillen duidelijk van elkaar. Wat de steden echter met elkaar in gemeen hebben is dat ze allemaal hoge verwachtingen hebben van het binnenhalen van de Culturele Hoofdstad titel. Allemaal verwachten ze met het project de lokale economie, het culturele leven en het welzijn van de inwoners te verbeteren. Sommige steden verwachten zelfs te ‘winnen’ als ze in 2013 naast de titel grijpen. Dat is een interessante voorspelling die een belangrijke vraag opwerpt; als steden zulke hoge verwachtingen hebben van hun plannen, zelfs als ze zouden ‘verliezen’, waarom hebben ze dan een wedstrijd nodig om in actie te komen? Is het dan niet veel aantrekkelijker en efficiënter om simpelweg meer aandacht te hebben voor de beleidsterreinen die in de kandidaturen benadrukt worden? Volgens de kandidaat-steden is de race om de titel van Culturele Hoofdstad nuttig omdat hij samenwerking tussen steden bevordert. De steden mogen dan officieel elkaars concurrenten zijn, ze treffen en spreken elkaar regelmatig om ideeën uit te wisselen. Maar is dit wel voldoende reden om je als stad in een nationale wedren om een Europees project te werpen?

Het erfgoed van Lille ECOC 2004. De tentoonstelling “Flower Power” siert nog altijd het stadsbeeld. (foto: Ben Ward)

Is het ‘t allemaal wel waard?
Het Culturele Hoofdstad project genereert enthousiasme, samenwerking en investeringen in beleidsterreinen die zonder de impuls van de titel minder aandacht krijgen. Maar waarom?  Er wordt ontzettend veel aan de titel opgehangen zoals economische winst, een grotere bekendheid, meer toeristen en sociale cohesie. Veel steden onderbouwen hun kandidatuur met wetenschappelijk onderzoek dat de positieve kanten van het project belicht. Zo menen Greg Richards, onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg, en de onderzoekers van Impacts08 in Liverpool dat steden met het project miljoenen kunnen binnenhalen. Het project kost wat, maar kan investeringen driedubbel terugverdienen.

Er zijn echter ook andere geluiden, en die worden vaak niet gehoord of genegeerd. Het rapport van Palmer/Rae uit 2004 dat 21 culturele hoofdsteden evalueerde geeft een veel genuanceerder beeld van de successen van steden. Daarnaast zijn er ook nog vele onderzoekers die een zeer kritisch geluid laten horen. Volgens hen heeft het Culturele Hoofdstad project in steden als Liverpool, Glasgow en Istanbul juist schade opgeleverd op het gebied van sociale cohesie en het culturele leven: in Liverpool zijn vrijwel alle kleine en alternatieve culturele projecten uit het stadscentrum verdwenen omdat meer commerciële vormen van cultuur en een winkelgebied winstgevender waren. In Istanbul werd de historische Roma-wijk Sulukule afgebroken om plaats te maken voor ‘interessantere’ vormen van cultuur voor toeristen.

Heel veel Culturele Hoofdsteden hebben dergelijke controversiële projecten uitgevoerd in het kader van een cultureel jaar. Het is daarom niet overbodig het project van meerdere kanten te bekijken. Het is makkelijk om te blijven hangen in enthousiasme en euforie – helemaal wanneer je hierin gestimuleerd wordt door vijf andere steden – maar voorgaande culturele hoofdsteden hebben naast successen ook laten zien dat grootste verwachtingen vaak naar beneden moesten worden bijgesteld, en soms zelfs schade aanrichtten.

Het is zeker geen schande om te investeren in kunst, cultuur, participatie, economische ontwikkeling en sociale cohesie, maar steden zouden zich kunnen afvragen of ze een titel als de Culturele Hoofdstad nodig hebben om vooruitgang te boeken op deze beleidsterreinen. Het zou wel eens voor voordeliger en effectiever kunnen zijn om simpelweg een goede strategie op dit gebied te formuleren die los staat van een jaar vol activiteiten, projecten en festiviteiten.

Welke stad durft deze hypothese te testen?


Met dank aan: Heleen Huisjes (Brabantstad 2018), Ym de Roos (Almere 2018) & Guido Wevers (Maastricht 2018)

Foto boven: Liverpool is flink op de schop gegaan voor de festiviteiten in 2008. Ondanks positieve berichtgeving zijn er ook geluiden die de keerzijde benadrukken. (foto: Jonny Boy)

AlmereBrabantstadDen HaagFrieslandMaastrichtSociale cohesieutrecht

Simone Pekelsma Redacteur RUIMTEVOLK / Freelance journalist en onderzoeker

Over de auteur

Simone Pekelsma is freelance journalist/onderzoeker op gebied van stedelijke ontwikkeling. Ze woont en werkt in Istanbul, Turkije.



Ook interessant:

Nieuw Zicht op Leiden

Daphne Koenders

Werken aan de productieve stad

Kris Oosting

Stel de energieopgave centraal in omgevingsbeleid

Jeroen Niemans