Omarmen van leegte

10 december 2010  /  Floor Tinga

Dit artikel komt uit het RUIMTEVOLK archief (2007-2017)

Nu de economische crisis onze gejaagde levens tot een pas op de plaats maant en leegstand op vele plekken eerder regel dan uitzondering is, zijn er twee opties: zitten kniezen en wachten tot de markt weer aantrekt, of leegstand met een gezonde dosis creativiteit benutten. De creatieve sector kiest voor het laatste.

Tijdens het symposium LOKO10, over kunst en monumenten in de veranderende stad, stond onder andere de rol van kunstenaars en architecten bij vraagstukken rondom leegstand en krimp centraal. Aan het woord kwam onder andere landschapsarchitect Ronald Rietveld (Rietveld Landscape), die verantwoordelijk was voor de invulling van het Nederlandse paviljoen tijdens de Architectuurbiënnale 2010. De boodschap van Rietveld was helder. Het paviljoen gesitueerd in de Venetiaanse Giardini, staat afgezien van enkele maanden per jaar, al 39 jaar lang leeg. Ditzelfde geldt voor een hoeveelheid aan vuurtorens, watertorens, molens, kerken, kloosters en andere publieke gebouwen in Nederland.

Zee van leegstand
De tentoonstelling ‘Vacant NL’ maakte de zee van leegstand op indringende wijze voelbaar. Vijfduizend blauwe foam-gebouwtjes variërend van de 17e tot aan de 21e eeuw, zweefden boven de hoofden van de bezoekers in een verder leegstaand paviljoen. Rietveld ging met de presentatie echter nog een stapje verder door niet alleen leegstand te signaleren, maar deze ook te koppelen aan de Nederlandse ambitie om in 2020 tot de top vijf van kenniseconomieën ter wereld te behoren. Door de leegstand tijdelijk te benutten met kruisbestuivingen tussen creativiteit, techniek en wetenschap kan Nederland op termijn weer mondiaal meespelen op het terrein van de creatieve industrie, dat één van de vijf sleutelgebieden binnen de Nederlandse Kennis en Innovatie Agenda vormt.

Voor Rietveld is tijdelijkheid een cruciale factor. Het tijdelijke karakter zorgt er namelijk voor dat er ruimte is voor experiment, waardoor er niet vooraf in eindbeelden wordt gedacht. Juist door professionals uit diverse vakgebieden samen de ruimtelijke condities van het leegstaand vastgoed te laten onderzoeken, kunnen er nieuwe impulsen ontstaan. Old stuff triggers new ideas, zoals de stadsactiviste Jane Jacobs in de jaren ’60 van de vorige eeuw al opmerkte.

Duidelijk wordt dat er steeds meer aandacht is voor de creatieve invulling van plekken die in de tussentijd leeg staan. Beeldend kunstenaar Sabrina Lindemann (Mobiel projectbureau OpTrek) en architect Iris Schutten (Studio Iris Schutte) organiseerden tussen 2007 en 2009 een serie succesvolle ‘Laboratoria voor de Tussentijd’ in de Haagse herstructureringswijk Transvaal. Hiermee keken ze met interdisciplinaire teams variërend van architecten, stedenbouwers, sociologen en kunstenaars naar de kansen die braakliggend terrein en leegstaande panden te bieden hebben.

Recentelijk ontwikkelden Lindemann en Schutten een nieuw model voor omgang met leegstand. Een oud wijk- en dienstencentrum in Transvaal dient hiervoor als testlocatie. Het plan is om twee jaar lang met bewoners en organisaties uit de buurt het gebruik van het gebouw te toetsen aan de mores van de werkelijkheid. Na die periode wordt een bouwplan gemaakt waarin de wensen ten aanzien van het gebruik zijn opgenomen. Dit kan variëren van de sociale invulling van het gebouw, tot aan praktische zaken zoals de plaatsing van een nieuwe ingang voor het pand. Binnen dit model zijn bewoners mede-eigenaar van het plan. Een benadering die aanzet tot een grotere zelfstandigheid en mondigheid ten aanzien van de leefomgeving. Ondanks de potentie die het plan met zich meedraagt, is het project vastgelopen op het feit dat de gemeente om economische redenen het pand nu zo snel mogelijk wil gaan verkopen en daarvoor zelfs zo ver wil gaan de bestemming van het pand te wijzigen. Bijzonder jammer, want het was een interessante proef voor co-creatie in de stedelijke praktijk geweest.

Michigan-Theatre, Detroit (Foto: Luc-Janssens)

Krimp als kans
Naast leegstand door economische bouwstop, wordt Nederland net als de rest van Europa bedreigd door een ander probleem: demografische krimp. In de perifere gebieden hangt dit gegeven ons als een zwaard van Damocles boven het hoofd. Maar in plaats van toe te geven aan krimpangst, kan ook hier toekomstige leegte als kans gezien worden.

Zo heeft het Utrechtse kunstenaarsplatform Expodium een artist in residence programma in de shrinking city Detroit opgezet om nieuwe strategieën in de openbare ruimte te ontwikkelen. Ze sturen kunstenaars op pad om het stedelijk weefsel van Detroit te verkennen en onderdeel te worden van de heersende sociale structuren. De informatie en ervaringen die ze in de voormalige auto-industriestad opdoen, nemen ze vervolgens weer mee naar Utrecht.

Ook kunstenaar Jeanne van Heeswijk is actief in een krimpregio. De komende 2,5 jaar is zij in opdracht van de Liverpool Biënnale actief in Anfield, een wijk in Liverpool waar de inwoneraantallen de afgelopen decennia drastisch gedaald zijn. Van de 1400 huizen, zijn er nog maar zo’n 400 bewoond. Associaties met een spookstad zijn hierdoor snel gelegd. Van Heeswijk is van plan om met jonge, werkloze bewoners een serie nieuwe huizen te bouwen op een braakliggend terrein. Het doel hierbij is dat de jongeren zelforganiserend te werk gaan. Naast de invloed die ze hiermee uitoefenen op hun eigen leefomgeving, leren ze tegelijkertijd een vak beheersen. De krimp wordt hierdoor een kans voor hun om de toekomst weer naar eigen hand te kunnen zetten. Daarnaast wil Van Heeswijk ook inzetten op een zelfvoorzienende moestuin naast de nieuw te bouwen woningen, die overigens allemaal uit materialen van de afbraakhuizen afkomstig zullen zijn. Het enige struikelblok hierbij is dat de rode bakstenen en houten balken, ook gewillig handelswaar zijn voor dure lofts van hippe Londenaren. Het sloopmateriaal is dus ondanks de enorme hoeveelheid aan leegstand een schaars goed geworden.

Dichter bij huis zijn 2012 architecten methodieken aan het opzetten om steden zelfvoorzienend te maken. Onlangs voerde het bureau een onderzoeksproject uit bij Heerlen, onderdeel van Parkstad Limburg, waar als eerste in Nederland de bevolkingsaantallen dalen. Met het Recyclicity model wil het architectenbureau steden via hergebruik transformeren tot een ecosysteem. Hierbij wordt sloopafval verwerkt tot nieuw bouwmateriaal, een lege flat veranderd in een champignonkwekerij, of kan een leegstaande kerk dienst doen als ‘parkerkgarage’. Of de wijken rondom Heerlen ooit zo zelfvoorzienend zullen worden, hangt af van de politiek. De plannen maken in ieder geval duidelijk dat krimp geen reden hoeft te zijn om bij te pakken neer te gaan zitten. In veel gevallen leiden de projecten zoals gepresenteerd door de kunstenaars en architecten, tot nieuwe vormen van samenleven, waarbij zelfredzaamheid een cruciale factor speelt.

De kracht van de creatieve sector in deze krimp en leegstandsgebieden, is dat ze nieuwe impulsen weet te genereren voor plekken die ogenschijnlijk verloren lijken. Ze raakt er niet door overweldigd, maar grijpt de leegte met beide handen aan.

Dit artikel is gescrheven naar aanleiding van het symposium LOKO10, over kunst en monumenten in de veranderende stad. Meer info: www.skor.nl en www.stroom.nl

Foto boven: Nederlands-Paviljoen,-Architectuurbiennale-2010 (Foto: Rietveld Landscape)

crisisDen HaagdetroitheerlenJane Jacobsliverpool

Floor Tinga Freelance cultuurjournalist en kunstcriticus

Over de auteur

Floor Tinga is freelance cultuurjournalist en kunstcriticus. Daarnaast is zij werkzaam als adviseur en projectleider voor kunstopdrachten in de openbare ruimte.



Ook interessant:

Het platteland verandert sneller dan de stad

Anne Seghers

Nieuw perspectief voor Parkstad

Anne Seghers en Kris Oosting

Nieuw Zicht op Leiden

Daphne Koenders